Overstroming van de Maas (1926)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Monument watersnood 1926 aan de Graafseweg in Alverna (gemeente Wijchen)

In januari 1926 veroorzaken hoge waterstanden van de Maas en haar zijrivieren overstromingen in het rivierengebied in Midden-Nederland. Door de grootte van de schade is dit een van de drie meest catastrofale overstromingen van de 20e eeuw in de Maasvallei (samen met december 1993 en januari 1995). In de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland wordt veel land overstroomd.

De uiterst overvloedige regen sinds 19 december 1925 in combinatie met het smeltwater van alle sneeuw die er was gevallen sedert eind november 1925 zorgden voor uitzonderlijk hoge waterstanden van de Maas, Rijn en Waal met haar zijrivieren. In de ochtend van 1 januari 1926 brak de Maasdijk bij Overasselt en Nederasselt waardoor het Land van Maas en Waal overstroomde. In de dagen daarna overstromen grote delen van het rivierengebied van Waal, Maas en IJssel. De dorpen Nederasselt, Overasselt, Balgoy, Hernen, Leur en Bergharen en nog diverse andere komen onder water te staan.

Door het binnenstromende water en ijs werden 3.000 huizen beschadigd of verwoest. De schade bedroeg 10 miljoen gulden. Het was de laatste grote watersnoodramp in het Rivierengebied. De opbrengst van de toen uitgegeven ansichtkaarten was bedoeld voor de slachtoffers van de ramp.

In januari 1926 werd bij Lobith de hoogste rivierafvoer bereikt die ooit is gemeten: 12.849 m3 per seconde. De hoogste afvoer van de Rijn ooit gemeten is tot nu toe in januari 1926. Dat was ook de laatste keer dat in Nederland een rivierdijk bezweek. Tijdens de kritieke hoogwaterstanden van 1993 en 1995 werd deze hoeveelheid dicht benaderd met een maximale afvoer van twaalfduizend kubieke meter per seconde, maar braken er uiteindelijk geen dijken door.

Mensen bij de ingang van de toren in Balgoy tijdens de watersnood van 1926 (archief RCE)

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]