Stormvloed van 1916

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stormvloed van 1916
Schellingwoude gedurende de watersnood
Jaar 1916
Datum 14 januari 1916
Regio Noord-Nederland, Zuiderzeegebied en Biesbosch
Doden 19
Bij de stormvloed van 13 januari 1916 ondergelopen gebieden, kaart uit rapport Rijkswaterstaat van september 1916

De stormvloed van 1916 of Zuiderzeevloed van 1916 is een watersnoodramp die zich in de nacht van 13 op 14 januari 1916 in Nederland rond de Zuiderzee voltrok.[1]

Verloop[bewerken]

De stormvloed viel samen met een hoge afvoer op de rivieren.[2] Als gevolg braken op tientallen plaatsen de dijken en was daarnaast op veel plaatsen sprake van schade aan binnenbeloop en bekleding van de dijken.[3] Enkele houten huizen in Marken vielen compleet om. In de provincie Noord-Holland vielen 19 doden, terwijl er bij diverse scheepsrampen op zee nog eens 32 mensen omkwamen. Koningin Wilhelmina bezocht de getroffen gebieden.

Doorbraken en overstromingen[bewerken]

Groningen
Friesland
Overijssel
  • De dijken bleken te laag, daarnaast trad op veel plaatsen schade op aan de dijkbekleding.[3]
  • Bij Zwolle liep de dijk Kleine Weezenland over.
  • Bij Zwartsluis liep een dijk over.
  • Langs het Zwarte Water en de Overijsselse Vecht liepen dijken over en moest opgekist worden.
  • De Dronther overlaat liep gedurende 20 uur over en heeft het Overijsselse land op de linkeroever van de IJssel onderwater gezet.
Gelderland
  • Overal langs de Zuiderzee liepen dijken over.[2]
  • Ten noorden van Elburg werd een gat in de dijk geslagen, hoewel deze niet geheel doorbrak.
  • Ten oosten van Nijkerk ontstond een doorbraak.[3]
  • Ten westen van Nijkerk waren twee doorbraken van elke circa 140 m en nog twee gaten van 75 m en 90 m breed.
Utrecht
Overstroming van de Eem op de Grote Koppel in Amersfoort
Noord-Holland
Militairen en burgers zijn ingezet om noodzeeweringen te leggen in de Anna Paulownapolder. Zakken met klei en zand worden neergelegd en daarna met aarde bedekt.
  • Extreem hoog water langs de Zuiderzee vóór de ramp door aanhoudende noordwestenwind.
  • Dagenlange regen had bovendien de - slecht onderhouden - dijken verslapt. Noordwaarts ruimende wind joeg in de ochtend van 14 januari 1916 het water over de Waterlandse Zeedijk, die bij Katwoude brak.[2] Hierdoor liep praktisch de hele regio Waterland onder.[4] Tussen Zaandam, Purmerend en Edam tot aan het IJ bij Amsterdam-Noord had het water vrij spel.[5] Ook de verschillende polder- en ringdijken verdwenen goeddeels onder.[6]
  • De Purmer en Wijdewormer bleven droog, evenals de dijken langs IJ en Zuiderzee.
  • Het dieptepunt werd bereikt in de nacht van 22 op 23 februari met een noordoostelijke sneeuwstorm. Twee mannen verdronken op 18 februari in de Buikslotermeer toen zij zich niet langer aan een telefoonpaal konden vasthouden. Tussen de vluchtelingen in de kerk van Buiksloot glipte een meisje van vier het water in en verdronk. Daarnaast verdwenen vee, (huis)dieren en goederen in de golven.
  • Ook het eiland Marken met zijn lage kades liep onder water. Hier vielen 16 dodelijke slachtoffers.[2]
  • Tevens brak de Amsteldijk bij Anna Paulownapolder.[3] Hier kwamen twee mensen om het leven.
Zuid-Holland

Nasleep[bewerken]

Mr. G. Vissering, president van De Nederlandsche Bank schreef in het Algemeen Handelsblad dat Nederland het Plan-Lely om de Zuiderzee af te sluiten moest uitvoeren. De Zuiderzeevereeniging organiseerde in Amsterdam een tentoonstelling hierover. Ir. Lely diende op 9 september 1916 zijn definitieve ontwerp in.[3]

Deze ramp in combinatie met de voedselschaarste gedurende de Eerste Wereldoorlog leidde tot de totstandkoming van de Zuiderzeewet. De dijkversterkingen die naar aanleiding van de ramp werden uitgevoerd, waren in 1926 voltooid.[3] In 1932 werd de Zuiderzee 'getemd' met de aanleg van de Afsluitdijk.[6] Dit leidde echter ook tot het einde van de Zuiderzeevisserij.

De watersnood leidde ook tot de oprichting van de stormvloedseindienst. In Noord-Holland werd het Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier opgericht, dat het onderhoud van de dijken ten noorden van het Noordzeekanaal overnam van de kleinere waterschappen.

Enkele gemeenten ten noorden van Amsterdam raakten als gevolg van de door de watersnood veroorzaakte schade zo verarmd dat zij uit eigen beweging aansluiting vroegen bij de gemeente Amsterdam. Per 1 januari 1921 werden de gemeenten Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp in hun geheel annexeerd door Amsterdam.

Buitenlandse hulp[bewerken]

De Turken hielpen de Nederlandse slachtoffers van de watersnoodramp. Uit documenten in het nationaal archief in Den Haag blijkt dat het Ottomaanse Rijk een geldbedrag van FL 2387,90 (het equivalent van ongeveer € 20.000,- nu) stuurde om de slachtoffers van de watersnoodramp in 1916 bij te staan.[7]

Externe links[bewerken]