Harpactognathus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Harpactognathus
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Pterosauria (Pterosauriërs)
Familie:Rhamphorhynchidae
Onderfamilie:Rhamphorhynchinae
Geslacht
Harpactognathus
Carpenter, Unwin, Cloward, Miles & Miles, 2003
Typesoort
Harpactognathus gentryii
Harpactognathus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Harpactognathus is een geslacht van pterosauriërs behorend tot de Rhamphorhynchidae dat in het late Jura leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.

De typesoort Harpactognathus gentryii is in 2003 beschreven en benoemd door Kenneth Carpenter. De geslachtsnaam is afgeleid van het Klassiek Griekse harpadzein, "snel grijpen" en gnathos, "kaak". De soortaanduiding eert de vinder van het fossiel, Joe Gentry, een vrijwilliger die meedeed aan veldwerk van de Western Paleontological Laboratories te Utah.

Het holotype, NAMAL 101, in 1996 gevonden in de Bone Cabin Quarry (Wyoming) van de Morrisonformatie (Kimmeridgien), bestaat uit een snuit (rostrum, in dit geval met het voorste deel van de praemaxillae). Het werd pas in 1998 herkend als onderdeel van een pterosauriër. De snuit is breed en loopt naar voren spits toe maar is iets afgerond. Ook de bovenkant nadert in een geleidelijke curve de punt terwijl de kaakrand daar naar boven buigt zodat het geheel een platte schepachtige vorm heeft. Boven op de snuit loopt een lage kam of richel over de middenlijn naar de punt; zo'n structuur is vrij normaal bij pterosauriërs maar dat die helemaal de rand bereikt is uniek. In de bovenkaken staan, tamelijk wijd uit elkaar en onregelmatig verspreid, zes vrij grote tanden; de tandkassen zijn in het fossiel echter leeg of de tanden zijn afgebroken. De tanden waren bij leven waarschijnlijk middelgroot, kegelvormig en naar achteren gebogen; de voorste waren echter iets naar voren gericht. De tandkassen steken in een geleidelijke bolling sterk uit van de kaakrand zodat die een extreem golvend profiel krijgt. De hele schedel zal een geschatte lengte gehad hebben van zo'n 28 à 30 centimeter.

Harpactognathus was een rhamphorhynchide en is door de beschrijvers in de nauwere groep van de Scaphognathinae geplaatst omdat hij het kenmerk deelt van negen of minder paar tanden in de snuit: er zou in het verloren gegane gedeelte volgens de beschrijvers nog hoogstens ruimte geweest zijn voor twee paar extra, dus een totaal van acht paar. Ook de platte snuit waarin bovenkant en kaakrand naar elkaar buigen, wordt verder alleen aangetroffen bij Scaphognathus. Volgens een kladistische studie van Brian Andres uit 2010 echter, is Harpactognathus een lid van de Rhamphorhynchinae en een nauwe verwant van Cacibupteryx en Sericipterus, volgens zijn anlayse uit 2014 binnen een Angustinaripterini. Harpactognathus is de oudste pterosauriër die in de Morrsionformatie is aangetroffen.

Harpactognathus was wellicht een viseter en had een vleugelspanwijdte van minstens 2,5 meter, wat hem de grootste bekende scaphognathine zou maken. De kam, die bij basale pterosauriërs niet vaak verbeend wordt aangetroffen, zou volgens de beschrijvers een signaalfunctie hebben gehad. Dat de Morrison geen marine afzetting is, zou erop wijzen dat de Scaphognathinae zich specialiseerden in zoetwaterhabitats.