Naar inhoud springen

Hazelaar (plant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Hazelaar
Hazelaar (plant)
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (planten)
Stam:Tracheophyta (vaatplanten)
Klasse:Magnoliopsida (zaadplanten)
Orde:Fagales
Familie:Betulaceae (berkenfamilie)
Geslacht:Corylus
Soort
Corylus avellana
L. (1753)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Hazelaar op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Hazelaar (Corylus avellana) is een plantensoort uit de berkenfamilie (Betulaceae). Deze hoofdzakelijk struikvormende soort is vooral bekend vanwege de vrucht – de hazelnoot – waarvan de kern eetbaar is.

De Nederlandse triviale naam 'hazelaar' is ontstaan uit het Middelnederlandse woord hasel, waaraan het achtervoegsel -aar werd toegevoegd; dit gebeurde ook bij andere Middelnederlandse namen voor houtige planten.

Hazelaar is een bladverliezende, houtige plant die doorgaans groeit als struik. De plant bereikt meestal een maximale hoogte tot ongeveer 6 m, maar zeer zelden worden weleens exemplaren aangetroffen die een hoogte bereiken van 8 m. De plant vormt enkelvoudige, omgekeerd-eironde bladeren met een toegespitste bladtop. De bladeren zijn veernervig en hebben een dubbelgezaagde bladrand zonder insnijdingen. De bloeitijd van hazelaar strekt zich uit over januari t/m maart, als er nog geen bladeren gevormd zijn. De mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen zitten apart. De mannelijke bloemen zijn witgeel van kleur en zitten in katjes. De vrouwelijke bloemen zijn paarsroze van kleur en zitten met drie tot vier stuks in een klein knopje bij elkaar. Tijdens de bloei zijn alleen de rode stijlen met de stempels te zien.

Een twijg met de mannelijke bloeiwijzen (de katjes).
Een twijg met de vrouwelijke bloeiwijze.

Hazelaar groeit op mesotrofe tot eutrofe, droge tot vochtige, zwak zure tot basische gronden. Het gaat om zonnige tot net iets meer dan halfbeschaduwde standplaatsen. Ze komt vooral voor in loofstruwelen en de struiklaag van niet al te dichtgegroeide loofbossen.

Voor de bestuiving is hazelaar afhankelijk van de wind. De zaadverspreiding vindt vooral plaats via ornithochorie; de hazelnoten worden veel gegeten en verspreid door vogels zoals de gaai. Verder verspreidt de soort zich via vegetatief via worteluitlopers. Volgens Frans Vera zou hazelaar voor haar verspreiding vroeger een milieu nodig hebben gehad waarin grote grazers een rol spelen.

Hazelaar is de waardplant voor onder andere de hazelaarboktor, hazelnootboorder, hazelaarbladrolkever, hazelaaruil, springende hazelaargalmug en de galmijten hazelaarrondknopmijt en hazelaarkatjesmijt. Verder worden de hazelnoten graag gegeten door muizen.

In de syntaxonomie staat hazelaar binnen de loofstruweelformatie te boek als kensoort voor de klasse van doornstruwelen en binnen de loofbosformatie als kensoort voor de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond. De meest bijzondere en ecologisch waardevolle struwelen waarin hazelaar domineert zijn die van de associatie van hazelaar en purperorchis.

Kaart van het natuurlijke verspreidingsgebied.
■  natuurlijk verspreidingsgebied
✖ natuurlijke geïsoleerde populaties

Het natuurlijke verspreidingsgebied van hazelaar strekt zich hoofdzakelijk uit over Europa. Noordelijk komt ze voor tot de poolcirkel in Noorwegen. Richting het zuidoosten vormt de soort uitstralingen tot in Zuidwest-Azië, tot aan de Kaspische Zee.

Hazelnoten met en zonder de verhoute vruchtwand.

Hazelaar is vooral bekend vanwege de vrucht, de hazelnoot. Hazelnoten zijn een bron van vitamine E. Een handvol bevat ongeveer 50% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Hiernaast bevatten ze veel energie (682 kcal per 100 gram), voornamelijk in de vorm van onverzadigde vetzuren.[1] Normaal gesproken begint de vruchtzetting bij hazelaar pas na tien jaar. Er zijn echter ook geënte struiken verkrijgbaar, die al na drie jaar vrucht dragen.

Kronkelhazelaar (Corylus avellana 'Contorta') in bloei.

Naast de wilde hazelaar zijn er commercieel verbouwde hazelaars. Deze zijn geoptimaliseerd voor de productie van grote noten en voor noten met weinig vliezen. De rassen zijn ontstaan uit kruisingen tussen diverse soorten. Ook hazelnoten afkomstig van lambertsnoot (C. maxima) hebben een grote economische waarde. De kleinere noten van de wilde hazelaar worden echter gewaardeerd om hun meer uitgesproken smaak.

In Nederland en België worden de volgende kweekrassen veel gebruikt voor aangeplant:

  • Camponica
  • Gunslebert
  • Gustav's Zeller
  • Lang Tidlig Zeller
  • Morell
  • Negret
  • Pauetet
  • Tonda di Giffoni

Cultivars:

  • Corylus avellana 'Contorta' (kronkelhazelaar, krulhazelaar)
  • Corylus avellana 'Pendula' (treurhazelaar)
[bewerken | brontekst bewerken]
Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Corylus avellana op Wikimedia Commons.