Grote grazers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grote grazers

Grote grazers komen voor in alle werelddelen en leveren een belangrijke bijdrage aan de dynamiek van hun milieu. Door het vreten van grote hoeveelheden organisch materiaal, zowel levend als dood, maken ze ruimte voor nieuwe groei. Door hun invloed op het milieu scheppen ze de omstandigheden waar sommige planten en dieren op aangewezen zijn. Wanneer diverse grazers in een biotoop naast elkaar voorkomen maakt de manier waarop ze eten en wat ze eten dat ze niet elkaars concurrent zijn.

Functie in de natuur[bewerken]

Wanneer grote grazers door de mens worden ingezet als beheersinstrument (zie ook beheer met grote grazers in Nederland) dan heeft een jaarrond begrazing de voorkeur; er zijn minder dieren nodig waardoor er minder vertrapt wordt.

Een natuurgebied biedt ruimte aan een beperkt aantal grote grazers. Wanneer er te veel dieren zijn in het gebied, dan zullen er in de winterperiode veel dieren verzwakken en sterven. Het zijn dan vooral jonge en oude dieren die het voorjaar niet halen. In Nederland worden in sommige grote natuurgebieden zoals de Oostvaardersplassen dieren afgeschoten wanneer de beheerder aan het gedrag ziet dat ze uitzichtloos lijden. In een winter kunnen tot 50% van de dieren in een bepaald gebied bezwijken. De schommelingen in het aantal grazers die daarvan het gevolg zijn geeft de vegetatie ruimte zich te herstellen. Wanneer de begrazingsdruk is afgenomen kunnen struiken met doornen als sleedoorn en meidoorn opkomen die op termijn bescherming bieden aan boomsoorten als es of eik.

De kadavers van grote grazers zijn belangrijk omdat daardoor dieren als de raaf, de vos, de zeearend en het wild zwijn hun niche vinden. De Nederlandse regelgeving eist dat de kadavers van paarden en koeien geruimd worden. Voor herten geldt deze verplichting niet. Wel wordt de kop van de romp verwijderd om trofeejagers uit natuurgebieden te weren.

Een andere functie van grote grazers is het verspreiden van zaden. Die kunnen aan de vacht kleven of in de mest zitten. Paarden hebben de gewoonte om niet te eten waar ze zich ontlasten; hierdoor ontstaan in het terrein verschillen in de samenstelling. De latrines zijn vaak ruiger qua begroeiing.

Beperkingen[bewerken]

Voor grote grazers geldt dat ze een voldoende groot areaal nodig hebben om zich als soort op een gezonde manier in stand te kunnen houden. Wanneer de dieren daarbij vele generaties lang in een gebied vertoeven, dan zijn er eisen die aan de grootte van de populatie en aan het terrein gesteld moeten worden. Anders dient via beheersmaatregelen geregeld te worden dat inteelt voorkomen wordt. In geval van calamiteiten kunnen dieren (tijdelijk) ergens anders worden ondergebracht, zoals in het geval van brand of hoog water.

Europese grote grazers[bewerken]

Grote grazers van het Arabisch schiereiland[bewerken]

Afrikaanse grote grazers[bewerken]

Amerikaanse grote grazers[bewerken]

Zie ook[bewerken]