Beheer met grote grazers in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Schotse hooglanders in de Kennemerduinen

Beheer met grote grazers wordt in Nederland sinds ongeveer 1970 op steeds grotere schaal toegepast, anno 2015 in meer dan 500 natuurgebieden. De aanwezigheid van het vee remt verruiging en opslag van bomen, waardoor open natuurterreinen niet veranderen in bossen. Veel grote grazers worden ingezet als alternatief voor inscharing van huisvee. Ook vervangen ze soms deels het mechanisch beheer. Het doel van begrazing is de natuurwaarde van een gebied te behouden of te vergroten. Er zijn ook nadelen aan verbonden.

Wild of vee[bewerken]

De grote grazers in een natuurgebied kunnen worden verdeeld in twee groepen; dieren die als vee gelden en 'wilde' dieren. Dieren die tot 'vee' worden gerekend, waarbij het meestal om runderen gaat, moeten voldoen aan alle eisen die aan vee gesteld worden: ze hebben oormerken en over hun welzijn wordt gewaakt. Ze worden eventueel bijgevoerd en bij overtalligheid en lijden worden ze met een veewagen afgevoerd. Kadavers blijven niet liggen. Anders is het in grote gebieden als de Oostvaardersplassen. Hier zijn de dieren als half-wilde dieren uitgezet en in principe moeten ze het verder zelf uitzoeken. Toch is er geregeld de vraag of de Heckrunderen en koniks wel of niet als vee moeten worden gezien, met de bijbehorende zorgplicht.

Het beleid in de Oostvaardersplassen was dat volgens de ideeën zoals onder meer verwoord door bioloog en natuurbeschermer Frans Vera er ook bij extreme omstandigheden niet zou worden ingegrepen om dieren in leven te houden. Men rekende op natuurlijke regulatie van de grootte van de kuddes. Het gevolg hiervan was dat wanneer de voedselvoorraad in het gebied uitgeput was er een relatief grote sterfte ontstond. Er werd niet ingegrepen, ook niet wanneer duidelijk was dat dieren zouden gaan sterven. Hierop was vanuit het publiek veel kritiek waarbij onder meer gesteld werd dat er zo veel onnodig leed was onder de dieren. Voor terreinen als de Oostvaardersplassen is er eind 2004 een nieuw regime bepaald. Voortaan zal de beheerder, in dit geval Staatsbosbeheer, meer de rol van de wolf op zich nemen en zieke en zwakke dieren, met name die dieren die zich afzonderen van de kudde, afschieten.

Kritiek[bewerken]

Op de grootschalige begrazing door vee is in toenemende mate kritiek gekomen. Met name floristen zien terreinen als gevolg van vraat en vertrapping door paarden en runderen verarmen, bijvoorbeeld de kruiden- en orchideerijke duinvalleien. De natuurbeheerders zouden, zo stellen zij, de plaatsen waar zeldzame soorten voorkomen door middel van rasters van begrazing dienen uit te zonderen. Vaak echter hebben terreinbeheerders dergelijke maatregelen al wel getroffen. Een ander punt van zorg is dat de stand van vogels die op de bodem broeden in veel gebieden dramatisch achteruit gaat, deze ontwikkeling kan echter niet uitsluitend aan begrazing worden toegeschreven. In de EU-Habitatrichtlijn (die opgenomen is in de nieuwe natuurbeschermingswet), wordt vrij precies geregeld welke soorten en ecosystemen dienen te worden beschermd, waarbij een nog kritischer toetsing van de beheersplannen zal plaatsvinden.

Een voorbeeld waarbij begrazing door huisvee vooralsnog niet naar wens verloopt, betreft landgoed Duin en Kruidberg. Dit gebied wordt beheerd door Natuurmonumenten en is onderdeel van Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Er lopen sedert 2003 Schotse Hooglanders. Het doel is dat de dieren door begrazing en vertrapping de vergrassing en de verstruiking van het duin voor een groot deel tenietdoen. De eerste tijd bezochten de Hooglanders bij voorkeur de stukken duin waarop kardinaalsmuts groeit, een door de runderen geliefde bron voor voedsel.
Nu alle struiken zijn kaalgevreten (waartoe de runderen de takken van hoge struiken naar beneden omknikken) en de meeste al zijn afgestorven, trekken de dieren verder en laten zij zich hier nog slechts sporadisch zien. Het gevolg is een toename van de vergrassing, hoewel het gras aanvankelijk door de koeien werd begraasd. De Amerikaanse vogelkers loopt na het vertrek van de koeien nu weer ongehinderd uit.
Hier is het doel van de begrazing, althans plaatselijk, mislukt. De dieren zwermen makkelijk uit naar de aangrenzende Kennemerduinen. Voor de bestrijding van de vergrassing en de Amerikaanse vogelkers zouden er veel meer runderen per hectare dienen te worden uitgezet. Op het Rolverseiland in de Amsterdamse Waterleidingduinen lopen op 36 hectare acht runderen, het jaar rond, bijna één rund op elke 4,5 hectare. Struiken van Amerikaanse vogelkers houden zich daar nog wel verborgen tussen de stekels van de Duindoorn en Meidoorn.

Aanvullende begrazing door koeien en schapen is tegenwoordig veelal pure noodzaak geworden voor de natuurbeheerder die de biodiversiteit in stand wil houden. Een terugkeer naar een andere vroegere landbouwmethode die de bodem arm hield, namelijk het plaggen, valt vanwege de zeer hoge kosten vaak niet te verkiezen. Dit vindt alleen nog grootschalig plaats op uitgestrekte heidevelden.

Externe link[bewerken]

  • Website van Alterra over de werking van begrazing als beheermaatregel in natuurterreinen[1]