Hoofdorgel van de Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het orgelfront
Haarlem St Bavo organ.jpg
Klaviatuur (1986)
Sfeergeluiden van het orgel, mogelijk bespeeld door Jaap Zwart
Vista-kmixdocked.png
(download·info)

Het Müllerorgel is het hoofdorgel van de Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem.

De bouw[bewerken]

Het orgel is gebouwd door Christian Müller uit Amsterdam tussen 1735 en 1738, in opdracht van het stadsbestuur van Haarlem. Dit is niet zo vreemd, aangezien in die tijd orgels onder de verantwoording van het stadsbestuur vielen en de organisten ambtenaren in overheidsdienst waren. De stad Haarlem wilde, zoals zoveel steden in die tijd, met de bouw van dit enorme orgel de eigen macht en roem laten weerspiegelen. Bij de oplevering was het orgel het grootste ter wereld. De met bladgoud versierde, houten orgelkast is gemaakt door Jan van Logteren. Veel beroemde personen hebben op het Müllerorgel gespeeld, onder wie Mendelssohn, Händel en de tien jaar oude Mozart in 1766.

1866[bewerken]

De eerste restauratie van het orgel vond plaats in 1866, door C.G.F. Witte, die zich beperkte tot herintonatie van het orgel en op zeer beperkte schaal pijpwerk verving, met name prestanten. Twee gewenste veranderingen gingen niet door. De eerste was de wens van Witte zelf, om het orgel met een vierde klavier uit te breiden, dat als zwelwerk geplaatst zou worden. Vanwege geldgebrek heeft dat plan geen doorgang gevonden. Het tweede was de wens van stadsorganist Johannes Gijsbertus Bastiaans, die het orgel voorzien wilde hebben van Barker-hefbomen, een pneumatische voorziening om het orgel lichter bespeelbaar te maken. Witte was echter een hardnekkig tegenstander van deze mechanische vernieuwing. De heren kwamen hierdoor openlijk in conflict, waarbij Witte het pleitverschil won.

De 20e eeuw[bewerken]

In 1912 werd het orgel onder handen genomen door Michaël Maarschalkerweerd, die, naast wederom herintonatie, de 12 spaanbalgen van Müller verving door 3 magazijnbalgen en tevens de pedaaltraktuur pneumatisch maakte. In de jaren 1959-1961 werd het orgel gerestaureerd door Marcussen & Søn uit het Deense Aabenraa. Naast herstel van de oorspronkelijke dispositie werd de hele mechanische traktuur en de windvoorziening vernieuwd. Het hele orgel werd opnieuw geïntoneerd naar de in die tijd heersende neobarok. Hoewel er veel lof was voor het werk van Marcussen kwam op de intonatie veel kritiek. Met name organist Klaas Bolt vond dat het orgel karakterloos was geworden. Op zijn initiatief werd tussen 1989 en 2000 door Flentrop Orgelbouw uit Zaandam de intonatie aangepast, zodat het klankbeeld nu meer dat van Müller is.

Dispositie van het orgel[bewerken]

I Hoofdwerk C–d3
Praestant 16′
Bourdon 16′
Octaaf 8′
Roerfluyt 8′
Viola di Gamba 8′
Roerquint 6′
Octaaf 4′
Gemshoorn 4′
Quintpraestant 3′
Woudfluit 2′
Mixtuur IV–X
Scherp VI–VII
Tertiaan II
Trompet 16′
Trompet 8′
Oboe 8′
Trompet 4′
II Rugwerk C–d3
Praestant 8′
Holpyp 8′
Quintadena 8′
Octaaf 4′
Fluytdouce 4′
Speelfluit 3′
Super Octaaf 2′
Mixtuur VI–VIII
Sexquialter II–II
Cymbaal III
Cornet IV D
Fagot 16′
Trompet 8′
Trechterregal 8′
Tremulant
III Bovenwerk C–d3
Quintadena 16′
Praestant 8′
Baarpyp 8′
Quintadena 8′
Octaaf 4′
Flagfluyt 4′
Nasard 3′
Nagthoorn 2′
Flageolet 11/2
Mixtuur IV–VI
Sexquialter II
Cymbaal
Schalmey 8′
Dolceaan 8′
Vox Humana 8′
Tremulant
Pedaal C–f1
Principaal 32′
Praestant 16′
Bourdon 16′
Roerquint 12′
Octaaf 8′
Holfluyt 8′
Quintpraestant 6′
Octaaf 4′
Holfluyt 2′
Mixtuur VI–X
Ruyschquint V
Bazuyn 32′
Bazuyn 16′
Trompet 8′
Trompet 4′
Zink 2′
  • Koppels: 2 manuaalkoppels, 3 pedaalkoppels.

Organisten[bewerken]

Omdat het orgel eigendom is van de burgerlijke gemeente Haarlem, worden de organisten door het stadsbestuur aangesteld. Als kerkorganist is in 1990 Anton Pauw aangesteld als opvolger van Klaas Bolt. Als stadsorganist is in 1990 Jos van der Kooy aangesteld, als opvolger van Piet Kee. De Haarlemse stadsorganisten bespelen niet alleen het Müller-orgel, maar ook het Cavaillé-Coll-orgel van de Philharmonie Haarlem op het aangrenzende Klokhuisplein.

Literatuur[bewerken]

  • Klaas Bolt: De historie en samenstelling van het Haarlemse Müller-orgel. Arti*Novo, Amsterdam 1985.
  • Klaas Bolt: De orgelbouwer Christian Müller (1690–1763).
  • Hans van Nieuwkoop: Haarlemse orgelkunst van 1400 tot heden. Orgels, organisten en orgelgebruik in de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem. Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis: Utrecht 1988, (Muziekhistorische monografieën 11).