Jacob Roggeveen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacob Roggeveen
Roggeveens route
Roggeveens route
Algemene informatie
Volledige naam Jacob Roggeveen
Geboren Middelburg, januari 1659
Overleden Middelburg, februari 1729
Beroep Raadsheer van Justitie
ontdekkingsreiziger
Bekend van ontdekking van Paaseiland
Portaal  Portaalicoon   Geschiedenis

Jacob Roggeveen (Middelburg, januari[1][2] of 1 februari[3] 1659 – aldaar, begin februari 1729[4][5]) was een Noord-Nederlandse ontdekkingsreiziger die in 1721 werd uitgezonden om het Zuidland te vinden, maar toevallig Paaseiland ontdekte.

Biografie[bewerken]

Zijn vader Arent Roggeveen was een bemiddeld man, een dichter, een wiskundige met veel kennis van ook sterrenkunde, aardrijkskunde en de theorie van de zeevaart. Hij was cartograaf bij de VOC-Kamer te Zeeland en hield zich met zijn zoon Johan bezig met onderzoek naar het onbekende Zuidland. Hij kreeg rond 1671 een octrooi van de West-Indische Compagnie voor een ontdekkingstocht,[6] maar vanwege de ontwikkelingen in het Rampjaar werd het project niet voortgezet.[7] Hij produceerde een atlas van de westkust van Amerika, maar overleed in 1679. Het was uiteindelijk zijn zoon Jacob die op 62-jarige leeftijd drie schepen uitrustte en de reis maakte.

Voordat hij de financiën rond had en aan zijn expeditie begon, had hij al een veelbewogen leven achter de rug. Hij vestigde zich als notaris in Middelburg op 30 maart 1683. Op 12 augustus 1690 promoveerde hij tot doctor in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk. Hij werkte tussen 1707 en 1714 als Raadsheer van Justitie te Batavia.

In 1715 kwam hij weer terug naar Middelburg. Hier raakte hij in opspraak, doordat hij de vrijzinnige predikant Pontiaan van Hattem ondersteunde door het uitbrengen van diens pamflet De val van 's werelds afgod. Het eerste deel verscheen in 1718 in Middelburg en werd vervolgens in beslag genomen door het stadsbestuur en in het openbaar verbrand. Roggeveen moest hierna Middelburg, en later ook Vlissingen, verlaten. Hierna vestigde hij zich in Arnemuiden, en bracht deel 2 en 3 uit van de serie, waardoor hij opnieuw controversie creëerde.

Expeditie naar het Zuidland[bewerken]

Verloop van de reis Op 1 augustus 1721 vertrok hij vanuit Texel in dienst van de West-Indische Compagnie. Roggeveen was commandeur van de expeditie. Er waren drie schepen, twee fregatten de Arend en de Tienhoven en een kleiner schip, een hoeker De Afrikaanse Galei met respectievelijk Jan Coster, Cornelis Bouman en Roelof Rosendaal als kapiteins. Er gingen 244 mannen meer waarvan 55 tot 60 als soldaat. Roggeveen reisde op de Arend en zijn doel was het Zuidland te ontdekken. Hij voer via de Canarische Eilanden en Kaap Verdische Eilanden, stak de Atlantische Oceaan over, om vervolgens in november 1721 voor anker te gaan tussen São Sebastiano en het eilandje Ilhabela (Brazilië) om daar vers voedsel en brandhout in te slaan. Vanwege de aanhoudende stormen werden de zwaarste kanonnen in het ruim gehesen.[8]

In januari 1722 voeren zij via Stateneiland rond Kaap Hoorn naar de Grote Oceaan. Daar bezocht Roggeveen op 25 februari de Juan Fernandez-eilanden en op 5 april 1722 (paaszondag) ontdekte hij Paaseiland. Daarna zeilden ze verder westwaarts. De Afrikaanse Galei strandde op een koraalrif en leed daar op 18 mei schipbreuk op het atol Takapoto, in noorden van de Tuamotueilanden (Frans-Polynesië). De bemanning en een deel van de lading kon worden gered. Ze zeilden verder westwaarts en op 2 en 3 juni verkende de bemanning het eilandje Makatea in het noordwesten van de Tuamotu-archipel. Het grote continent Zuidland werd niet gevonden, feitelijk was nu de expeditie mislukt.[8]

Op 3 juni 1722 overlegde Roggeveen met de kapiteins over het vervolg van de reis. Domweg terug keren kon niet omdat de heersende winden daarvoor ongunstig waren. Roggeveen zag drie opties. Eerst naar het zuiden varen hopend dat daar een westenwind hen weer terug naar Kaap Hoorn zou blazen; of verder zeilen naar het westen en terecht komen in bekend gebied boven Nieuw-Guinea, de Molukken en zo verder naar Batavia. Een derde mogelijkheid was eerst naar het zuidwesten varen. Roggeveen wist van het bestaan van Nieuw-Zeeland waarvan de westkust al in kaart was gebracht en daar hoopte hij voldoende verse leeftocht te vinden om daarna terug te varen naar Kaap Hoorn. Dit plan had Roggeveens voorkeur, maar zijn kapitein, Jan Coster wilde doorvaren naar het het westen, naar het gebied van de VOC, want de bemanning was uitgeput en voor een aanzienlijk deel bezweken (minder dan de helft van de bemanning kwam levend in Nederland terug). Er zat niets anders op dan zo gauw mogelijk naar Batavia te gaan. Daartoe werd uiteindelijk unaniem besloten.[8]

Op 4 oktober 1722 bereikten de Arend en de Tienhoven de rede van Batavia. Roggeveen werd op last van Hendrick Zwaardecroon gevangengenomen omdat hij het monopolie van de VOC zou hebben doorbroken. De VOC confisqueerde de twee schepen en de lading en scheepspapieren werden zorgvuldig onderzocht; wat van waarde was, werd verkocht. Later werd de VOC ervan overtuigd om hem vrij te laten, zijn schade te vergoeden en zijn bemanning (en nabestaanden van de overleden bemanning) hun gage te betalen omdat de twee schepen door het gebrek aan levensmiddelen en water genoodzaakt waren het VOC-territorium binnen te varen.[8]

De reis in boekvorm Hoewel in de 17de en 18de eeuw de belangstelling voor het genre reisverslag in boekvorm erg groot was en uitgevers hun best deden om deelnemers daarover te laten schrijven, is de expeditie van Jacob Roggeveen mager vertegenwoordigd met door buitenstaanders geschreven verhaaltjes vol verzinsels. Geen van de deelnemers heeft hierover in het Nederlands gepubliceerd. De enige deelnemer die wel publiceerde en daar succes mee oogstte was de uit Rostock (Mecklenburg) afkomstige Carl Friedrich Behrens. Dit boek werd in 1739 in het Frans vertaald[9] en van daaruit in het Engels. Pas in 1838 publiceerde het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen de dagregisters van Roggeveen zelf.[10] In 1911 werd ook het dagboek van kapitein Bouman van de Tienhoven uitgegeven.[8] In 1942 verscheen een samenvatting voor een breed publiek over zijn reis.[11]

Varia[bewerken]

  • Na zijn terugkeer in 1723 publiceerde Roggeveen deel 4 van 's Werelds afgod.
  • Jacob Roggeveen is twee keer gehuwd geweest, maar beide huwelijken waren kinderloos (of de kinderen overleden als baby/kleuter).
  • De roman Zuidland van P.F. Thomése vertelt het levensverhaal van Roggeveen.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Dagverhaal der ontdekkings-reis van Mr. Jacob Roggeveen, Middelburg, 1838, p. xi, met de aantekening "Doopboek der Gereform. op 2 Februarij 1659."
  2. ROGGEVEEN (Jacob) in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
  3. Jacob Roggeveen (1659-1729), Historiek, 2009
  4. ROGGEVEEN (Jacob) in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
  5. Biografieën, werken en teksten bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl)
  6. Zeeuwse kaarten voor de VOC, paesie.nl
  7. dbnl.org
  8. a b c d e Gelder, R. van, 2012. Naar het aards paradijs. Balans, Amsterdam ISBN 9789460035739.
  9. Karl Friedrich Behrens: Histoire de l’Expédition de trios vaisseaux, enyoyés par la Compagnie des Indes occidentals des Provinces unies aux Terres Australes, en 1721. 2 Bände, La Haye 1739 (Expédition Roggeveen)
  10. Samuel de Wind, Dagverhaal der ontdekkings-reis van Mr. Jacob Roggeveen, Middelburg, 1838, p. xxv. Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen volledige tekst
  11. L. W. de Bree, 1942. Jacob Roggeveen en zijn reis naar het Zuidland: 1721-1722. Van Kampen & Zoon N.V., Amsterdam.