Jeffrey Dahmer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jeffrey Dahmer in 1978

Jeffrey Lionel Dahmer (West Allis, Wisconsin, 21 mei 1960Portage, Wisconsin, 28 november 1994) was een Amerikaanse seriemoordenaar, necrofiel en kannibaal, wiens naam in de Verenigde Staten haast een synoniem is geworden voor dit begrip. Men noemt hem dan ook vaak "The Milwaukee Cannibal".

De zaak-Dahmer is niet alleen opmerkelijk vanwege diens daden, maar ook vanwege nalatigheid van de politie, alsmede de vermoedens bij sommigen dat racisme een rol zou hebben gespeeld. Hoewel Dahmer inderdaad voornamelijk niet-blanke mannen als slachtoffer koos, is dit echter hoogstwaarschijnlijk een gevolg van het feit dat in zijn omgeving voornamelijk niet-blanken woonden.

Jeugd[bewerken]

Jeffrey Dahmer werd op 21 mei 1960 geboren als zoon van gepromoveerd scheikundige Lionel Herbert Dahmer en Joyce Annette Dahmer-Flint.

Op 18 december 1966 kreeg Jeffrey er een broertje bij, waarvan hij zelf de naam mocht kiezen. Hij koos de naam David.

In 1970, tijdens een familiediner met kip, vroeg hij aan zijn vader wat er zou gebeuren als men de kippenbotten zou bleken. Zijn vader vatte deze vraag op als een teken van belangstelling voor scheikunde en beantwoordde hem door Jeffrey te leren hoe je producten chemisch kunt oplossen. Deze methoden zou Dahmer later ook gebruiken voor zijn slachtoffers.

Jeffrey was een gelukkig kind maar vereenzaamde in toenemende mate vanaf zijn zesde. Hij raakte meer en meer gefascineerd door dierenbotten en dode dieren. Hij ging op zoek naar overreden dieren om ze later te kunnen ontleden, waarvoor zijn verklaring aan zijn klasgenoten was dat hij het 'fascinerend' vond te weten hoe deze dieren in elkaar zaten. Zijn ouders gaven hem weinig aandacht, aangezien zijn moeder depressief was en zijn vader het te druk had met werken. Wanneer zijn vader 's avonds thuiskwam, had zijn moeder alle aandacht nodig. Jeffrey had slechts één vriend, met wie hij rond zijn 15de het contact verloor. Tijdens zijn middelbareschooltijd begon hij te drinken, en verliet de middelbare school als alcoholist. Rond die tijd, in 1977, scheidden zijn ouders.

Vervreemding[bewerken]

Jeffrey toonde geen enkele motivatie om een carrière op te bouwen en ging slechts aan Ohio State University studeren omdat zijn vader en diens nieuwe vrouw Shari daarop aandrongen. Na het eerste trimester, waarin hij vrijwel nooit nuchter was, gaf hij zijn studie op. Zijn vader stelde hem daarop voor de keuze een baan te zoeken of het leger in te gaan. Uiteindelijk, toen Jeffrey de keuze zelf niet maakte en voortdurend bleef drinken, reed zijn vader hem zelf naar het rekruteringsbureau van het leger. In het leger leek alles uiteindelijk toch nog goed te komen, maar in 1981 werd hij oneervol ontslagen wegens zijn alcoholprobleem en het daaruit voortvloeiende gedrag. Na enige tijd in Miami door te hebben gebracht, keerde hij terug naar zijn ouders in Ohio, om in 1982 bij zijn oma in zijn geboorteplaats West Allis in te trekken. Uiteindelijk vond hij hier ook een baantje in een chocoladefabriek.

Eerste aanrakingen met justitie[bewerken]

Zes jaar woonde Jeffrey bij zijn oma, en hij vertoonde steeds vreemder gedrag. Hij verzamelde dode dieren en loste ze in de kelder met chemicaliën op. Dit veroorzaakte de nodige stankoverlast. Ook stal hij een mannelijke etalagepop uit een kledingwinkel en vond zijn oma een .357 Magnum onder zijn bed. Verder kwam Jeffrey meerdere malen in aanraking met justitie. Na al te zijn gearresteerd in 1981 wegens openbare dronkenschap, werd hij in 1982 en 1986 aangehouden wegens onzedelijk gedrag, waarvan de tweede keer in 1986 wegens masturberen in het bijzijn van twee minderjarige jongens. Deze tweede arrestatie leverde hem een voorwaardelijke gevangenisstraf op. Al deze overlast leidde ertoe dat zijn oma hem niet meer in huis wilde hebben en hem vroeg weg te gaan.

In 1978 pleegde hij zijn eerste moord. Op 18 juni gaf hij Steven Mark Hicks een lift en zag hij kans hem mee te lokken naar zijn flat, waar hij Hicks vervolgens alcohol aanbood. Toen Hicks wilde vertrekken, zag Dahmer dit niet zitten en vermoordde hem met een metalen halter van 4,5 kg door hem er eerst mee te slaan en daarna mee te wurgen. Hij ontleedde het lichaam, verborg het tijdelijk in de kruipruimte en begroef het daarna in de achtertuin. Later groef hij de resten op. Hij loste het vlees op in bijtend zuur en spoelde dat door het toilet. De botten verbrijzelde hij met een moker alvorens ze in de achter het huis liggende bossen te verspreiden.

Op 26 september 1988, de dag voor hij zijn nieuwe flat zou betrekken, werd hij gearresteerd wegens het drogeren en misbruiken van een 13-jarige etnisch Laotiaanse jongen genaamd Somsack Sinthasomphone. Dit leverde hem een veroordeling op van zes jaar gevangenisstraf, waarvan vijf jaar voorwaardelijk. Dat ene jaar diende hij onder een 'work release'-regime, waarbij hij slechts zijn vrije tijd in de gevangenis moest doorbrengen en buiten de gevangenis zijn baan mocht behouden. Bovendien werd hij als zedendelinquent geregistreerd. Na zijn vervroegde invrijheidstelling tien maanden later trok hij alsnog in zijn nieuwe woning.

Lionel Dahmer stond zijn zoon na iedere arrestatie bij en betaalde diens advocaat.

Meer moorden[bewerken]

Niemand kon vermoeden dat Jeffrey Dahmer in werkelijkheid al vier moorden had begaan. Negen jaar na zijn eerste slachtoffer vermoordde hij op 15 september 1987 de 26-jarige Steven Tuomi. Op 1 januari 1988 vermoordde hij de 14-jarige indiaanse jongen James "Jamie" Doxtator, en op 24 maart hetzelfde jaar de Mexicaanse Richard Guerrero.

In de moorden op Tuomi, Doxtator en Guerrero ontwikkelde Dahmer zijn werkwijze. Hij hing bij homobars en -badhuizen rond op zoek naar een slachtoffer. Wanneer hij iemand had gevonden, probeerde hij hem mee te lokken onder het mom van een seksueel afspraakje, of bood geld voor het maken van naakt- of homo-erotische foto's. Het slachtoffer werd vervolgens gedrogeerd door hem een drankje aan te bieden met daarin verpulverde slaaptabletten. Wanneer het slachtoffer dan uiteindelijk weerloos was, werd hij gewurgd. Hierna had Dahmer vaak orale of anale seks met het lijk, waarna hij het ontleedde. Ook masturbeerde hij weleens bij de lichamen. Hierbij at hij ook vaak delen van zijn slachtoffer op, zoals de biceps. De schedel werd vervolgens bewaard, evenals de penis, die op sterk water werd gezet. De rest werd opgelost in zuur en weggespoeld, of begraven. Van de schedels maakte Dahmer een 'altaar'.

Bij latere slachtoffers boorde Dahmer na hen te hebben gedrogeerd een gaatje in hun schedel om zoutzuur in de hersenen te kunnen injecteren. Op deze manier hoopte hij een soort willoze zombies te kunnen creëren, die al zijn (seksuele) wensen konden vervullen. Naar Dahmers eigen zeggen overleefden sommige slachtoffers deze behandeling en veranderden ze inderdaad in 'zombies', maar overleden ze na enkele dagen alsnog.

Naarmate de tijd voortschreed namen de intervallen tussen de moorden af. Tussen de eerste moord in 1978 en de tweede in 1987 zat negen jaar. In het jaar daarop, 1988, pleegde hij twee moorden. In 1989 pleegde hij er 'slechts' één, maar in 1990 maakte Dahmer vier slachtoffers. In 1991, het jaar van Dahmers aanhouding, pleegde hij acht moorden, waarbij hij op het laatst wekelijks een moord pleegde.

Konerak Sinthasomphone[bewerken]

Een van Dahmers meest tragische slachtoffers was Konerak Sinthasomphone, temeer omdat de politie niet adequaat op dit incident reageerde. Toevalligerwijs was dit ook de jongere broer van Somsack Sinthasomphone, die in 1988 door Dahmer was misbruikt en waarvoor Dahmer bovendien was veroordeeld en geregistreerd als zedendelinquent. Bovendien zou de nalatigheid van de politie volgens sommigen ingegeven zijn door racisme en homofobie.

In de vroege morgen van 27 mei 1991 troffen twee jongere vrouwen de 14-jarige Konerak Sinthasomphone aan. Hij was naakt, gedrogeerd en bebloed, en bloedde uit zijn anus. Dahmer verscheen al snel ten tonele en probeerde de jongen terug naar zijn huis te halen. De vrouwen weigerden dit en belden de politie en een ambulance. De politie geloofde Dahmers kant van het verhaal, namelijk dat de jongen zijn 18-jarige vriend was met wie hij had gedronken, waarna ze ruzie hadden gekregen. Dahmer kwam kalm en rationeel over terwijl de vrouwen kijverig overkwamen, de jongen leek inderdaad dronken, en de agenten verloren vrij snel hun belangstelling.

De politie bracht de jongen naar Dahmers huis, waar ze hem achterlieten, ondanks de stank die in het huis hing (de geur bleek later afkomstig van het ontbindende lichaam van Dahmers vorige slachtoffer, Tony Hughes). Bovendien verifieerde de politie noch de leeftijd van Sinthasomphone, noch Dahmers registratie als zedendelinquent. Sinthasomphone was te gedrogeerd en verdoofd om te kunnen uitleggen dat Dahmer hem had willen ombrengen en dat hij had gerend voor zijn leven. Nadat de politie was vertrokken, wurgde Dahmer Sinthasomphone, sodomiseerde en ontleedde zijn lichaam, en bewaarde zijn schedel. De politie ondernam geen verdere actie. Toen de moeder van een van de vrouwen, Glenda Cleveland, opbelde om te vragen wat er met 'die Aziatische jongen' was gebeurd, kreeg ze te horen dat hij volwassen was. Toen ze aandrong, antwoordde de dienstdoende agent dat hij terug naar huis was gegaan met zijn vriend en dat hij het verder ook niet kon helpen wat iemands seksuele voorkeur was. Toen Cleveland nadien een verband legde tussen het incident en de vermissing van Sinthasomphone en de politie nogmaals opbelde, pakte niemand dit op en werd niemand naar haar toegestuurd. Ook de FBI reageerde niet op Clevelands telefoontje.

Twee van de drie dienstdoende agenten, John Balcerzak en Joseph Gabrish, werden nadien oneervol ontslagen wegens nalatigheid en hun homofobe opmerkingen in de politieauto. Zo hadden ze opmerkingen gemaakt over de 'hereniging van de minnaars' en hadden ze gemeend nu 'ontluisd' te moeten worden omdat ze de jongen hadden aangeraakt. De agenten vochten hun ontslag echter succesvol aan en konden hun carrière bij de politie voortzetten.

Arrestatie[bewerken]

De eerste helft van 1991 nam de frequentie van de moorden toe tot wekelijks. Bewoners klaagden over de stank die in het appartementencomplex hing, alsmede over de geluidsoverlast. Toch deden deze zaken Dahmer niet de das om.

Op 22 juli 1991 probeerde Dahmer de jonge Tracy Edwards mee te lokken. Edwards weigerde zich te laten handboeien, waarna Dahmer hem onder bedreiging van een mes dwong de slaapkamer in te gaan. Foto's van dode, verminkte lichamen van Dahmers slachtoffers en de stank brachten Edwards tot de overtuiging dat hij het volgende slachtoffer zou zijn en dat hij zou moeten vechten voor zijn leven. Edwards sloeg Dahmer in zijn gezicht en trapte hem in zijn maag – en ontsnapte. Op straat hield hij een politiewagen aan. De agenten gingen met Edwards terug naar de flat waar Dahmer hen kalm en vriendelijk te woord stond. Deze keer lieten de agenten zich echter niet afschepen. Ze troffen de foto's en het mes aan en vonden in de koelkast een hoofd. Dahmer verzette zich en bedreigde de agenten maar werd gearresteerd.

Nadien vond de politie nog drie hoofden en een menselijk hart in de koelkast, foto's van verminkte lichamen van de slachtoffers (al dan niet erotisch getint), meerdere menselijke schedels (vaak grijs geverfd om de indruk te wekken dat de schedel niet echt was), een voorraad chloroform om slachtoffers mee te bedwelmen en afgesneden handen en penissen op sterk water. Dahmer werd in voorlopige hechtenis genomen op een borgsom van 1 miljoen dollar.

Berechting, gevangenschap en overlijden[bewerken]

Dahmers strafproces begon op 30 januari 1992. Hij werd berecht op grond van 17 tenlasteleggingen voor moord, wat uiteindelijk teruggebracht werd tot 15. De moordpoging op Edwards werd hem niet ten laste gelegd, daar justitie al genoeg had om Dahmer tot meerdere malen levenslang te laten veroordelen. Dahmer probeerde zich te verweren met een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid, maar dit werd verworpen. Na Dahmers veroordeling tot in totaal 957 jaar gevangenisstraf werd hij in mei 1992 aan Ohio uitgeleverd, waar hij de moord op Steven Hicks bekende. Nadien toonde Dahmer berouw.

De Duitse politie heeft onderzocht of er een link bestond tussen Dahmer en een aantal onopgeloste moorden tijdens zijn diensttijd, waarin hij in West-Duitsland was gestationeerd. Een dergelijke link is tot nu toe nog niet gevonden. Ook heeft de politie van Florida onderzocht of Dahmer tijdens zijn verblijf in Miami wellicht betrokken was bij de moord op Adam Walsh in 1981. De zaak werd in 2008 uiteindelijk gesloten, waarbij de politie van Florida concludeerde dat Ottis Toole de meest waarschijnlijke dader was.

Dahmer werd in de gevangenis een wedergeboren christen, na het lezen van door zijn vader toegestuurd evangelisch materiaal. Hij werd gedoopt door Roy Ratcliff.

In juli 1994 werd Dahmer met een shank aangevallen in de gevangeniskapel door een medegedetineerde, waarbij hij oppervlakkige verwondingen opliep. Uiteindelijk werd Dahmer, samen met een andere gedetineerde, Jesse Anderson, eind 1994 zelf om het leven gebracht, namelijk door medegevangene Christopher Scarver. Op verzoek van zijn moeder werden zijn hersenen voor later onderzoek geconserveerd. Zijn vader daagde zijn moeder hiervoor voor het gerecht, teneinde Jeffrey Dahmers wens om gecremeerd te worden in vervulling te laten gaan. In 1995, een half jaar na Jeffrey Dahmers dood, werd de vader in het gelijk gesteld en werden de hersenen vernietigd.

Literatuur[bewerken]

  • Edward Baumann, Step into My Parlor: The Chilling Story of Serial Killer Jeffrey Dahmer (september 1991)
  • Don Davis, The Milwaukee murders: Nightmare in apartment 213-- the true story (1 november 1991)
  • Don Davis, The Jeffrey Dahmer Story: An American Nightmare (15 november 1991)
  • Anne E. Schwartz, The Man Who Could Not Kill Enough: The Secret Murders of Milwaukee's Jeffrey Dahmer (juni 1992)
  • Robert J. Dvorchak & Lisa Holewa, Milwaukee Massacre: Jeffrey Dahmer and the Milwaukee Murders (31 juli 1992)
  • Joel Norris, Jeffery Dahmer: A Bizarre Journey into the Mind of America's Most Tormented Serial Killer (1 augustus 1992)
  • Brian Masters, The Shrine of Jeffrey Dahmer (18 november 1993)
  • Lionel Dahmer, A Father's Story (maart 1994), in het Nederlands uitgebracht als Mijn zoon de seriemoordenaar
  • Roy Ratcliff & Lindy Adams, Dark Journey Deep Grace: Jeffrey Dahmer's Story of Faith (1 juni 2006)
  • Derf Backderf, My Friend Dahmer (1 maart 2012)

Fictie[bewerken]

  • In 1999 publiceerde horrorauteur Edward Lee samen met Elizabeth Steffen de griezelroman Dahmer's Not Dead, waarin Dahmer na zijn dood telefonisch contact opneemt met rechercheur Helen Closs.[1]

Films[bewerken]

  • The Secret Life: Jeffrey Dahmer, 5 november 1993 (meest gedetailleerd)[2]
  • Dahmer, een film van David Jacobson, 21 juni 2002[3]
  • Raising Jeffrey Dahmer, Renegade Pictures, 13 april 2006[4]
  • Jeff, ook bekend als The Jeffrey Dahmer Files, 10 maart 2012[5]

Theater[bewerken]