Kuifcaracara

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kuifcaracara
Noordelijke kuifcaracara (P. p. cheriway)
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Falconiformes
Familie:Falconidae (Valkachtigen)
Onderfamilie:Polyborinae (Caracara's)
Geslacht:Caracara (Kuifcaracara's)
Soort
Caracara plancus
(J.F. Miller, 1777)[1]
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels
Zuidelike kuifcaracara (C. p. plancus

De kuifcaracara (Caracara plancus of Polyborus plancus) is een roofvogel die voorkomt in Zuid-Amerika. De vogel werd in 1777 door John Frederick Miller gledig beschreven en afgebeeld.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De vogel heeft een lengte van 49 tot 65 cm en een gewicht van 1050 tot 1600 gram. De kuifcaracara is donkergrijsbruin met een roomwitte kop en hals. De borst, de staart en de vleugeluiteinden zijn zwart-wit gebandeerd. Verder valt de forse oranje washuid aan de snavelbasis op en heeft de vogel een zwarte kruin, de lange, gele poten en de zeer korte tenen op. Er is geen verschil in uiterlijk tussen de beide geslachten.

Verspreiding en leefgebied[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn twee ondersoorten die ook wel als aparte soorten worden beschouwd.[2]

Voedsel[bewerken | brontekst bewerken]

Deze caracara is een opportunistisch dier dat zich met zowel aas als levende prooi voedt. Knaagdieren, jonge vogels en schildpadden, hagedissen, kikkers, eieren, wormen en insecten staan op het menu. Meerdere caracara's kunnen soms samenwerken om een grotere prooi te doden. Daarnaast doet de kuifcaracara zich ook tegoed aan aangespoelde vis en doodgereden wild.

Noordelijke kuifcaravara (P. p. cheriway) op Bonaire

Leefwijze[bewerken | brontekst bewerken]

Veel van de tijd brengt de kuifcaracara door op de grond. De lange poten en platte klauwen maken het mogelijk dat hij goed kan lopen en rennen. Deze roofvogel scharrelt zelf naar voedsel of steelt het van andere vogels, bijvoorbeeld gieren, pelikanen en buizerds. Ook zwakkere soortgenoten worden beroofd. Met zijn poten draait de caracara bladeren of gedroogde uitwerpselen van grote dieren om, op zoek naar kleine diertjes om op te eten. 's Nachts gaat deze roofvogel in ondiep water op zoek naar kikkers. In tegenstelling tot gieren, waar ze vaak mee optrekken, zweven kuifcaracara's niet, maar hebben ze een directe vleugelslag. Hierdoor vinden caracara's dode en aangereden dieren vaak eerder dan gieren, omdat die afhankelijk zijn van de thermiek. De dode dieren worden met de bek in stukken gescheurd, terwijl de caracara ze tegenhoudt met zijn poot. De kuifcaracara leeft vaak paarsgewijs en het tweetal heeft meestal een groot territorium.

Voortplanting[bewerken | brontekst bewerken]

In het broedseizoen vechten de mannelijke individuen in de lucht om de vrouwtjes. Na de paring maakt de kuifcaracara een nest van dunne takken, gedroogde uitwerpselen en veren, meestal boven in een palmboom. Meestal worden er twee of drie eieren gelegd, die na ongeveer 30 dagen uitkomen. Pas na acht weken zullen de jongen het nest voor het eerst verlaten.

Status[bewerken | brontekst bewerken]

BirdLife International beschouwt de beide ondersoorten als aparte soorten. Zij hebben beide de status niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.[3] [4]