Lennaert Nijgh

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lennaert Nijgh
Lennaert Nijgh (1970)
Lennaert Nijgh (1970)
Algemene informatie
Volledige naam Lennaert Herman Nijgh
Geboren 29 januari 1945
Overleden 28 november 2002
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Jaren actief 1966 - 2002
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Lennaert Herman Nijgh (Haarlem, 29 januari 1945 - aldaar, 28 november 2002) was een Nederlandse tekstdichter. Nijgh gebruikte het pseudoniem Zeepbel voor zijn columns in het Haarlems Dagblad.[1] Nijgh maakte vooral naam als tekstdichter voor de zanger Boudewijn de Groot.

Biografie[bewerken]

Nijgh was enig kind[1] en groeide op in Heemstede en bezocht het Coornhert Lyceum in Haarlem, samen met zijn jeugdvriend Boudewijn de Groot. Na twee jaar verliet Nijgh het gymnasium, hij werd er volgens eigen zeggen afgegooid,[2] om zijn opleiding aan het Kennemer Lyceum te Overveen voort te zetten. Hij bleef bevriend met de Groot. Vervolgens ging hij naar de Nederlandse Filmacademie, maar hij studeerde daar niet af.[1]

De doorbraak van Nijgh begon toen Philips de single Een meisje van 16 uitbracht, een bewerking van Charles Aznavour's ballade Une enfant (de seize ans), gezongen door Boudewijn de Groot.[3]  Hij kreeg daarbij raad van Ernst van Altena, die werk van Jacques Brel vertaalde en als een soort mentor functioneerde.[3]

In 1968 was er een tijdelijke breuk met De Groot, maar in 1973 kwam er weer intensieve samenwerking op gang.[3]

Nijgh trouwde drie keer, maar kreeg geen kinderen. Zijn eerste huwelijk was in 1969, met zangeres Astrid Nijgh (geboren de Backer). Ze scheidden halverwege de jaren zeventig, maar bleven wel samenwerken.[1] Daarna trouwde hij nog tweemaal.[4][3]

Lennaert Nijgh bezat een schip genaamd De Jonge Jacob, dat hij in 1969 gekocht had van een Urker Visser. Nijgh kwam tijdens zijn leven regelmatig op Urk.[5] Hij voer met het schip onder andere jaarlijks naar Engeland.[1][5] Zijn buurman was Mart Smeets en zij groetten elkaar steevast met Dag meneer van de sport/kunst.[6]

De beide ouders van Nijgh overleden in 2000, waarna hij gedurende enige tijd melancholieke columns schreef.[1]

Eind 2002 stierf Nijgh na een kort ziekbed op 57-jarige leeftijd, na een maagbloeding. Hij lag op dat moment in het ziekenhuis vanwege nierstenen.[1]

Werk[bewerken]

Typering van zijn werk[bewerken]

Nijgh werkte in zijn werk met oude vormen als de rederijkersballade, het refrein en het acrostichon.[7] Nijgh koos voor zijn onderwerpen tijdloze thema's, zoals hoeren, liefde en vrede, maar schreef ook over de actualiteit, bijvoorbeeld naar aanleiding van de Vietnamoorlog.[7] Ook culturele figuren uit heden en verleden werden gebruikt zoals : Jeroen Bosch, Vondel, Reve, Mozart, Freud, Jung, Hans Christian Andersen, Fellini, Frans Hals, Leonardo da Vinci.[7] Zijn niet afgeronde gymnasiumopleiding kwam terug in het gebruik van ondere andere Tacitus.[7] Ook bijbelse thema's gebruikte hij.

Samenwerking met Boudewijn de Groot[bewerken]

Nijgh en De Groot (1973)

De eerste samenwerking van Nijgh met De Groot was in een 8mm-filmpje dat Nijgh maakte en waarin De Groot twee liedjes zong. Nieuwslezer Ed Lautenslager was onder de indruk van die liedjes, zag een toekomst in Nijgh en De Groot als liedjesschrijvend duo en bracht hen in contact met platenmaatschappij Phonogram.

Dat De Groot in de jaren zestig kon uitgroeien tot protestzanger en troubadour van de flowerpower had hij mede te danken aan de teksten van Nijgh. Hun eerste hit was Een meisje van 16. De tweede, Welterusten, meneer de president, vestigde de naam van De Groot als protestzanger.

De teksten die Nijgh schreef, ervoer De Groot eind jaren zestig als steeds minder passend bij zijn imago. Voordat het in 1968 tot een breuk kwam, maakten ze nog grote hits als Het Land van Maas en Waal (met als B-kant Testament) en Prikkebeen. In 1973 werd de samenwerking weer hervat met de LP Hoe sterk is de eenzame fietser. Het album werd een groot succes.

Begin jaren negentig woonden Nijgh en De Groot enige tijd samen.[1] Boudewijn de Groot is in 1995 getrouwd met de tweede vrouw van Lennaert Nijgh.[1] Nijgh schreef ook voor de zoon van Boudewijn - Marcel de Groot - liedteksten.[1]

Samenwerking met andere artiesten[bewerken]

Nijgh heeft niet exclusief voor De Groot geschreven. Hij maakte liedteksten voor tal van Nederlandse artiesten, onder wie: Astrid Nijgh (zijn eerste vrouw), Jenny Arean, Flairck, Jasperina de Jong, Liesbeth List en Ramses Shaffy, Elly Nieman, Rob de Nijs en Cobi Schreijer. Een kleine greep uit de bekendste liedjes: Malle Babbe, Jan Klaassen de trompetter, Dag zuster Ursula, Ik doe wat ik doe, Pastorale en Avond dat in 2005 verrassend eindigde als nummer 1 in de Top 2000 van Radio 2. Ook vertaalde Nijgh liedteksten van buitenlandse artiesten, zoals chansons van Charles Aznavour en Jacques Brel. Hij was de vaste schrijver van de Nederlandse versies van Brels zelfgezongen liedteksten, zoals Laat me niet alleen (Ne me quitte pas), Liefde van later (La chanson des vieux amants) en Marieke.

Musicals[bewerken]

Nijgh schreef diverse musicals. Ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van Amsterdam in 1975 schreef Nijgh de tekst voor De engel van Amsterdam, een bewerking van het toneelstuk van Vondel, Gijsbrecht van Aemstel.[8] In 1985 schreef hij de rock-opera Ik, Jan Cremer, die flopte.[8]  Nijgh vertaalde ook musicals zoals de Amerikaanse musical Salvation.[3] Nijgh werkt mee aan de Annie M.G. Schmidt-productie Met Man En Muis.[3]

Ander schrijfwerk[bewerken]

Nijgh heeft bijna zijn hele leven geschreven, op periodes na waarin hij leed aan een schrijversblok. Hij schreef al columns in de schoolkrant van het Coornhert Lyceum.[1] In de omgeving van Haarlem is hij ook bekend geworden door zijn columns in het Haarlems Dagblad onder het pseudoniem Zeepbel. Hij schreef meerdere boeken (waaronder zijn roman Tobia) en draaide zijn hand niet om voor minder in het oog springend werk. Zo beschreef Nijgh drie jaar voor zijn dood onder de titel Met Open Mond de 150-jarige geschiedenis van Van der Pigge, een drogisterij in Haarlem waar het boek nog steeds te koop is.

Onderscheidingen bij leven[bewerken]

Sculptuur als ode aan Lennaert Nijgh

Na zijn overlijden[bewerken]

Op de Oude Groenmarkt in Haarlem is in 2005[1] een standbeeld voor Nijgh opgericht. Het marmeren beeld met de letters A en Z werd ontworpen door beeldhouwer Marinus Boezem. De begin- en eindletter van het alfabet symboliseren volgens Boezem het materiaal dat door schrijvers en dichters wordt gebruikt om hun creaties te maken.

In november 2007 verscheen op Nijghs vijfde sterfdag de biografie Testament, geschreven door Peter Voskuil.

In 2014 werd door de Buma de Lennaert Nijgh Prijs voor beste tekstdichter ingesteld.

In Haarlem is het Lennart Nijghpad naar hem vernoemd.

De geschreven nalatenschap van Lennaert Nijgh wordt ondergebracht bij het Letterkundig Museum in Den Haag.[3] 

Muziek[bewerken]

Films[bewerken]

  • Feestje Bouwen 1962
  • De Aanslag 1963, "paasvakantie"
  • Illusie  1964
  • Elsje in Wonderland 1966?
  • Vox Humama 1966
  • Een Vreemde Vogel (1967) met Boudewijn de Groot, Martine Bijl, Jan Blokker en Ramses Shaffy.
  • Een tip van de sluier 1979
  • Lieve jongens  1980

Literatuur[bewerken]

Vertalingen[bewerken]

Postuum[bewerken]

  • Nog even en ik zie de hemel weer (2003) — ISBN 9789038855172
  • Katten Columns (2004)
  • Kerstvertellingen (2004)

Over Nijgh[bewerken]

  • Margreet Pop (samenst.): Lennaert Nijgh verbeeld. Hommage aan een echte Haarlemmer. Haarlem 2005 — ISBN 90-9020188-2
  • Peter Voskuil: Testament. Leven en werk van Lennaert Nijgh. Kats, 2007. (Biografie)[9]ISBN 9789071359057