Marianne van Oranje-Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Marianne der Nederlanden)
Ga naar: navigatie, zoeken
Prinses Marianne van Oranje-Nassau, door Karl Wilhelm Wach uit 1832
Stamboom.png Stamboom

Wilhelmina Frederica Louisa Charlotte Marianne (Berlijn, paleis van de prins van Oranje, Unter den Linden nr. 36 (nu nr. 11), 9 mei 1810 – Schloss Reinhartshausen, Erbach im Rheingau, 29 mei 1883), prinses der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau, was een dochter van koning Willem I der Nederlanden en prinses Wilhelmina (Mimi) van Pruisen.

Familie[bewerken]

Marianne was het jongste kind van Willem I en Wilhelmina. Ze was een nakomertje. Haar broers Willem (de latere koning Willem II) en Frederik (latere familiebemiddelaar) waren 17 en 13 jaar ouder dan zij. Haar oudere zusje Paulina was in 1806 op zesjarige leeftijd overleden. Marianne werd op 31 mei 1810 gedoopt te Berlijn. Een van haar peetooms was haar broer Willem. Zij is vernoemd naar een tante van moederskant Marianne von Preußen. [1] Willem Frederik was in 1795 met zijn gezin gevlucht voor Napoleon naar zijn Pruisische schoonouders in Berlijn. In 1803 kwam hij nadat hij ‘’Fürst von Fulda’’ was geworden in het bezit van wat daarna het ‘’Niederländisches Palais Unter den Linden’’ zou heten. Daar verbleef het gezin tot 1813 in ballingschap met een korte onderbreking in 1806. Dat jaar werd Willem Frederik die als Pruisische generaal vocht tegen Napoleon door de Fransen gevangen genomen. Zijn echtgenote vluchtte met haar drie kinderen naar Freienwalde in de buurt van Brandenburg waarbij het jongste kind Pauline op 22 december door de winterkou overleed.[2] In 1807 ging Wilhelmina (Mimi) terug naar Berlijn. Haar man kwam in juli 1807 vrij en verbleef sindsdien in ‘’Unter den Linden’’. In mei 1810 werd Marianne in ballingschap geboren. Zij zou pas in december 1813 naar Den Haag vertrekken.

In 1828 verloofde zij zich met Gustaaf van Holstein-Gottorp, een zoon van de Zweedse ex-koning Gustaaf IV Adolf, maar onder politieke druk moest zij deze verloving verbreken. Een nieuwe verbintenis met Pruisen werd nuttiger geacht en dus trouwde ze in 1830[3] met haar neef Albert van Pruisen, een jongere broer van de latere keizer Wilhelm I.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Prinses Marianne van Oranje-Nassau - een schilderij van Johan Philip Koelman uit 1846
Foto van Marianne omstreeks 1850
graf van Marianne

Uit het huwelijk met Albert kwamen vijf kinderen, van wie er twee jong stierven:

Het huwelijk tussen Marianne en Albert was slecht. In 1845 verliet Marianne haar man en Berlijn om zich in Voorburg te vestigen. Hier leefde ze openlijk samen met haar koetsier, Johannes van Rossum, van wie ze in 1849, even na haar officiële scheiding van Albert[4], een zoon kreeg:

Het Kasteel Kamenz, de woning van prinses Marianne 1835-1845

Daarop kwamen de contacten met het Oranjehuis onder grote druk te staan en was ze ook zeer ongewenst in Pruisen. Daarmee werd feitelijk ook het contact tot haar kinderen ontzegd. Haar kinderen kwamen echter in 1849 per trein naar Nederland. Marianne werd na haar dood begraven in het graf van Van Rossum, in het Duitse Erbach in de Rheingau. Zij was de laatste Oranje vóór Friso van Oranje-Nassau van Amsberg (2013) die ter aarde werd besteld. Alle andere Oranjes werden - al dan niet gebalsemd - bijgezet in een grafkelder, meestal te Delft.

Prinses Marianne heeft in de tijd dat zij in Duitsland woonde, in de buurt van Breslau (tegenwoordig Wrocław, in Polen), veel voor de streek betekend. Zij heeft veel geïnvesteerd in de aanleg van wegen en de (glas)industrie. In Seitenberg (nu Stronie Śląskie) staat nu nog de Violetta glasfabriek, waarvan zij de oprichting mogelijk heeft gemaakt. In Bad Landeck (nu Lądek Zdrój) staat nog een monumentje ter herinnering aan haar inbreng in de aanleg van een belangrijke ontsluitingsweg in het gebied.

De componiste[bewerken]

Prinses Marianne was ook een componiste. Zij componeerde in 1836 een Parademars. Dit is een typische cavalerie-mars. In Pruisen bestond een verzameling van marsen voor het leger, de Preußische Armeemarsch-Sammlung. Deze bestond uit drie onderdelen. Het 1e deel bestond uit langzame marsen voor de Infanterie en presenteermarsen voor de voettroepen, het 2e deel uit Geschwindmärsche für die Infanterie en de parademarsen voor de voettroepen. In het 3e deel waren de marsen van de cavalerie opgenomen. Omdat de mars die prinses Marianne had gecomponeerd, een cavalerie-mars was, behoorde hij eigenlijk tot het 3e deel, maar hij werd als Armeemarsch I, 21 (kort: AM I, 21) in het 1e deel ondergebracht.

Ook haar dochter Charlotte en haar zoon Albert, alsmede haar kleindochter prinses Maria Elisabeth van Saksen-Meiningen hebben verschillende bijdragen aan deze verzameling geleverd en marsen gecomponeerd.

Trivia[bewerken]

  • Voor de Oude Kerk van Voorburg staat een klein standbeeld van de prinses. De Prinses Mariannelaan en het Marianneviaduct in deze plaats zijn naar haar genoemd.
  • In de eerder genoemde Oude Kerk is in 1878 door de orgelbouwer Bätz-Witte een kerkorgel gebouwd. De prinses (die in deze kerk regelmatig ter kerke ging) zou zich naar verluidt bijzonder geërgerd hebben aan de slechte kwaliteit van het orgel dat destijds in de kerk aanwezig was. Op haar initiatief en door een van haar afkomstige financiële bijdrage werd de bouw van het nieuwe (huidige) orgel mogelijk. Het orgel heet daarom nog altijd Marianne-orgel.