Marianne van Oranje-Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Marianne der Nederlanden)
Ga naar: navigatie, zoeken
Stamboom.png Stamboom
Prinses Marianne van Oranje-Nassau, door Karl Wilhelm Wach uit 1832
Prinses Marianne van Oranje-Nassau, een schilderij van JP Koelman uit 1846
Foto van Marianne omstreeks 1850
Kasteel Kamenz, de woning van prinses Marianne 1835-1845
Huis Rusthof in Voorburg
graf van Marianne

Wilhelmina Frederica Louisa Charlotte Marianne (Berlijn, 9 mei 1810Erbach, 29 mei 1883), prinses der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau, was een dochter van erfprins Willem Frederik, de latere koning Willem I der Nederlanden (1815) en zijn nicht prinses Wilhelmina (Mimi) van Pruisen.

Familie[bewerken]

Kinderjaren in Berlijn[bewerken]

Marianne was het jongste kind van Willem Frederik en Wilhelmina. Ze was een nakomertje. Haar broers Willem (de latere koning Willem II) en Frederik (latere familiebemiddelaar) waren 17 en 13 jaar ouder dan zij. Haar oudere zusje Paulina was in 1806 op zesjarige leeftijd overleden. Marianne werd op 31 mei 1810 gedoopt te Berlijn. Een van haar peetooms was haar broer Willem. Zij is vernoemd naar een tante van moederskant Marianne von Preußen.[1] Willem Frederik was in 1795 met zijn gezin gevlucht voor Napoleon naar zijn Pruisische schoonouders in Berlijn.[2] In 1803 kwam hij nadat hij ‘’Fürst von Fulda’’ was geworden in het bezit van wat daarna het ‘’Niederländisches Palais Unter den Linden’’ zou heten. Daar verbleef het gezin tot 1813 in ballingschap met een korte onderbreking in 1806. Dat jaar werd Willem Frederik die als Pruisische generaal vocht tegen Napoleon door de Fransen gevangengenomen. Zijn echtgenote vluchtte met haar drie kinderen naar Freienwalde in de buurt van Brandenburg waarbij het jongste kind Pauline op 22 december door de winterkou overleed.[noot 1] In 1807 ging Wilhelmina (Mimi) terug naar Berlijn. Haar man kwam in juli 1807 vrij en verbleef sindsdien eveneens in ‘’Unter den Linden’’. Het is hier waar in mei 1810 Marianne in ballingschap werd geboren. Het gezin zou pas in december 1813 naar Den Haag vertrekken.

Jeugdjaren in Holland[bewerken]

Einde 1813 kwam er een einde aan de Duitse ballingschap. Mariannes vader was op 30 november 1813 geland op het strand van Scheveningen en enige tijd later kwam Marianne met haar moeder en haar kindermeisje Bonninck naar Den Haag. Het gezin woonde tijdelijk in het Huis Huguetan aan de Lange Voorhout 34, en nadat het Oude Paleis aan het Noordeinde en Huis ten Bosch opnieuw ingericht waren verhuisde men. De zomermaanden bracht men op Paleis Het Loo in Apeldoorn. Op 30 maart 1814 werd haar vader in de Nieuwe Kerk van Amsterdam als Willem I tot koning gekroond. Door het Congres van Wenen werd België bij Nederland gevoegd. Als nieuwe koning en koningin van Nederland en België hadden haar ouders weinig tijd voor Marianne. Zij stelden een gouvernante uit adellijke kring aan, Jacoba Helena gravin Bentinck-van Reede-Ginkel, gehuwd met de heer van Middachten. Zij was streng voor Marianne en regelde het onderwijs, onder andere door lessen van de huisonderwijzeres Catharina van Ulft. Zij kreeg extra taalonderwijs, haar talen waren slecht, ze sprak een mengelmoes van Duits en Frans, en nauwelijks Nederlands.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Prinses Marianne en haar echtgenoot, prins Albrecht van Pruisen.jpg
Marianne en prins Albrecht van Pruisen
Johannesvanrossum.jpg
Johannes van Rossum
JohannesReinhartshausen.jpg
Zoon Johannes Reinhartshausen

In 1828 verloofde zij zich met Gustaaf van Holstein-Gottorp, een zoon van de voormalige koning van Zweden Gustaaf IV Adolf, maar onder politieke druk moest zij deze verloving verbreken. Een nieuwe verbintenis met Pruisen werd nuttiger geacht en dus trouwde ze in 1830 met haar neef Albert van Pruisen, een jongere broer van de latere keizer Wilhelm I.[3]

Uit het huwelijk met Albert kwamen vijf kinderen voort, van wie er twee jong stierven:

Het huwelijk tussen Marianne en Albert was slecht. In 1845 verliet Marianne haar man en Berlijn om zich in Voorburg te vestigen, waar ze op 7 maart 1848 de voorname buitenplaats Rusthof kocht. Hier leefde ze openlijk samen met haar koetsier, Johannes van Rossum, van wie ze in 1849, even na haar officiële scheiding van Albert[4], een zoon kreeg:

Daarop kwamen de contacten met het Oranjehuis onder grote druk te staan en was ze in Pruisen ongewenst. Daarmee werd haar feitelijk het contact tot haar kinderen ontzegd. Deze kwamen echter in 1849 per trein naar Nederland.

Ze stierf op 29 mei 1883 op Schloss Reinhartshausen in Erbach. Marianne werd na haar dood begraven in het graf van Van Rossum, in het Duitse Erbach in de Rheingau. Zij was de laatste Oranje, vóór Friso van Oranje-Nassau van Amsberg (2013), die ter aarde werd besteld. Alle andere Oranjes werden - al dan niet gebalsemd - bijgezet in een grafkelder, meestal in Delft.

Prinses Marianne heeft in de tijd dat zij in Duitsland woonde, in de buurt van Breslau, tegenwoordig Wrocław in Polen, veel voor de streek betekend. Zij heeft veel in de aanleg van wegen en in de (glas)industrie geïnvesteerd. In Seitenberg, nu Stronie Śląskie, staat nu nog de glasfabriek Violetta, waarvan zij de oprichting mogelijk heeft gemaakt. In Bad Landeck, nu Lądek Zdrój, staat nog een monumentje ter herinnering aan haar inbreng in de aanleg van een belangrijke weg in het gebied.

Muziek[bewerken]

Prinses Marianne was ook een componiste. Zij componeerde in 1836 een Parademars. Dit is een typische mars voor de cavalerie. In Pruisen bestond een bundel van marsen voor het leger, de Preußische Armeemarsch-Sammlung. Deze bestond uit drie onderdelen. Het 1e deel bestond uit langzame marsen voor de Infanterie en presenteermarsen voor de voettroepen, het 2e deel uit Geschwindmärsche für die Infanterie en de parademarsen voor de voettroepen. In het 3e deel waren de marsen van de cavalerie opgenomen. Omdat de mars die prinses Marianne had gecomponeerd, een cavalerie-mars was, behoorde die eigenlijk tot het 3e deel, maar werd als Armeemarsch I, 21, of AM I, 21, in het 1e deel ondergebracht.

Ook haar dochter Charlotte en haar zoon Albert, alsmede haar kleindochter prinses Maria Elisabeth van Saksen-Meiningen hebben verschillende bijdragen aan deze bundel geleverd en marsen gecomponeerd.

Trivia[bewerken]

  • Voor de Oude Kerk van Voorburg staat een klein standbeeld van de prinses. De Prinses Mariannelaan en het Marianneviaduct in deze plaats zijn naar haar genoemd.
  • In de eerder genoemde Oude Kerk is in 1878 door de orgelbouwer Bätz-Witte een kerkorgel gebouwd. De prinses, die hier naar de kerk ging, zou zich naar verluidt bijzonder hebben geërgerd aan de slechte kwaliteit van het orgel dat destijds in de kerk stond. Op haar initiatief en door een van haar afkomstige financiële bijdrage werd de bouw van het nieuwe, huidige orgel mogelijk. Het orgel heet daarom nog altijd het Marianne-orgel.

Externe link[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Struik, L. A. (2006) Oranje in ballingschap 1795-1813. Een Odyssee (Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, ISBN 90 6707 606 6)