Miep Oranje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Miep Oranje
Miep van Oranje in 1942
Miep van Oranje in 1942
Algemeen
Geboortedatum 6 mei 1923
Geboorteplaats Bloemendaal
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Maria Oranje (Bloemendaal, 6 mei 1923 – ???)[1] was een Nederlandse vrouwelijke 'V-mann' in de Tweede Wereldoorlog. Ze werd Miep genoemd, en haar bijnamen in de illegaliteit waren Edith en Netty de Graaf.

Miep's vader was zeeman op de grote vaart en haar moeder overleed toen ze nog op de lagere school zat. Nadat haar vader was hertrouwd, woonde het gezin op de Braamweg in Soest. Haar zusje heette Henderina (1911-2001). Ze gingen naar het Baarnsch Lyceum en Miep haalde in 1942 eindexamen HBS-A. Daarna ging ze in Utrecht geografie studeren. Dat duurde niet lang, want in 1943 weigerde ze de loyaliteitsverklaring te tekenen, net als ruim 83% van de studenten, waarna de universiteit gesloten werd.

Oorlogsjaren[bewerken]

Een aantal gegevens zijn bekend. Via haar studiegenote Miep Quelle raakte Miep Oranje betrokken bij verzetsgroep Rolls Royce, die rondom Soest actief was. Ze werd koerierster en bracht krantjes rond.
Op 29 december 1943 werd ze bij het St. Elisabethklooster in de bossen bij Lage Vuursche door de Duitse Feldgendarmerie aangehouden en toen bleek dat ze illegale kranten in haar fietstas had, werd ze gearresteerd en naar het hoofdkantoor van de Sicherheitspolizei in de Euterpestraat in Amsterdam gebracht. Rolls Royce bleef bestaan en bleef nog koeriers leveren nadat Zuid-Nederland bevrijd was.
Twee maanden later was ze weer in Soest, ze vertelde dat ze was ontsnapt, maar vanaf dat moment werden er veel verzetsstrijders en onderduikers in die omgeving opgepakt. Het leek er dus meer op dat ze voor de Duitsers was gaan werken, mogelijk vrijwillig nadat ze een affaire had gehad met SD'er Herbert Oelschlägel (1908-1944). Door haar verraad zijn vele verzetsmensen in de handen van de Duitse bezetter terechtgekomen en vermoord. Onder andere:

In de zomer van 1944 vroeg ze of ze bij haar oom en tante de Blaey in Arnhem kon onderduiken. Na een week verdween ze weer.

In Rotterdam werd ze toen secretaresse van de afdeling Zuid-Holland van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, waarvan Teus van Vliet de leider was. Zes weken later pakten de Duitsers tientallen verzetsmensen op, verspreid door het land. Toen werd duidelijk dat er een verrader moest zijn. Na lang zoeken moest dat òf de drukker òf de secretaresse van de Rotterdamse organisatie zijn.
Op 8 augustus 1944, de dag dat Van Vliet zeker wist dat Miep Oranje de verraadster was, ontmoette ze haar vader voor het laatst, en nam ze de juwelen van haar overleden moeder mee. In september 1944 ging ze op voorstel van Oelschläger naar Duitsland, waar ze voor het Duitse Rode Kruis werkte. De loonlijst laat zien dat ze daar tot januari 1945 werkte. Daarna ontbreekt ieder spoor.

Oelschläger werd op 23 oktober 1944 door het verzet door zijn hoofd geschoten. Als represaille werden 29 Nederlanders geëxecuteerd. Miep is na de oorlog naar Kenia vertrokken met Windham Wright, een officier voor de Britse Inlichtingendienst. Hij verliet zijn vrouw en kinderen voor Miep. In Kenia probeerden ze een nieuw bestaan op te bouwen. Na de onlusten in Kenia trokken ze verder naar Tanzania. Daar verloor Windham Wright de strijd tegen kanker en overleed.

De geschiedkundige Loe de Jong merkt in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog onder meer het volgende over Miep Oranje op:

'Miep Oranje bleek na de oorlog verdwenen te zijn. Het schijnt dat zij een tijdlang in Duitsland ondergedoken is geweest en dat zij vervolgens als echtgenote van een hoge Amerikaanse militair naar de Verenigde Staten is vertrokken'.[2]

Hoe het ook zij,[3] haar optreden in de Tweede Wereldoorlog was moordend voor de illegaliteit. Waar zij uiteindelijk gebleven is, blijft een intrigerende vraag. Haar neef John de Blaey heeft de zoektocht opgegeven.[4]