Natuurmuseum Fryslân

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Natuurmuseum Fryslân
Natuurmuseum Fryslân
Natuurmuseum Fryslân
Opgericht 1923
Locatie Leeuwarden, Friesland
Overig
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 24223
Gebouwd 1675, 1888
Aantal bezoekers 63.862 (2014)[1]
Website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Het Natuurmuseum Fryslân is een natuurmuseum in Leeuwarden in de Nederlandse provincie Friesland.

Natuurmuseum[bewerken]

Het natuurmuseum is in 1923 ontstaan vanuit particulier initiatief. De belangrijkste initiatiefnemer toen was Gerrit 'Fûgeltsje' Bosch. In de eerste jaren van haar bestaan had het museum nog geen vaste huisvesting. Na de Tweede Wereldoorlog vond het onderdak in de Heerestraat in Leeuwarden, waar het tot 1987 was gevestigd. In dat jaar is het museum ondergebracht in het voormalige weeshuis. Het pand was na de sluiting van het weeshuis onder andere gebruikt als kinderdagverblijf maar in 1984 door een grote brand grotendeels verwoest.

De gemeente gaf stadsarchitect Hans Heijdeman opdracht het pand te restaureren en te verbouwen voor gebruik als natuurmuseum. De bestaande toegangspoort uit 1534, met aan weerszijden de voogdenkamers, bood echter voor een ontvangstgedeelte te weinig ruimte. Het gebouw kreeg een geheel nieuwe entree in de westgevel. In 2004 werd het pand nogmaals grondig verbouwd volgens ontwerp van architect Jelle de Jong die daarmee de Vredeman de Vriesprijs won.

De binnenplaats, of het Rabobank Atrium, werd in 2005 overdekt met een glazen kap. In het atrium worden evenementen georganiseerd, zoals tentoonstellingen, concerten en andere activiteiten.

Het Natuurmuseum is de thuishaven voor veel groene verenigingen en stichtingen, zoals de paddenstoelenwerkgroep, de schelpenwerkgroep, SOVON Noord Nederland en de GEA-kring.

Een panoramafoto van het overdekte binnenplein
Een panoramafoto van het overdekte binnenplein

Weeshuis[bewerken]

Het museum is gevestigd in het gebouw van het Nieuw Stads Weeshuis dat van 1675 tot 1953 bestond. In de hoogtijdagen woonden er driehonderd weeskinderen. Ze hadden als bijnaam ‘de blauwe wezen’, vanwege hun blauwe weeshuiskledij in de kleur van het stedelijk wapenschild. De jongens werkten in de timmerwerkplaats en de meisjes in de naaikamer, het spinvertrek of als dienstmeisje. Ondanks inkomsten daaruit was de financiële positie van de stichting begin negentiende eeuw zorgelijk. In 1823 overleed in Batavia Jacob Baljée, oud-bewoner van het weeshuis. Hij had in Indië een grote rijkdom vergaard en liet bij testament al dat bezit aan het weeshuis na. Hiermee kwam er abrupt een eind aan de financiële problemen. De imposante voorgevel dateert uit die tijd. Doordat in de twintigste eeuw de behoefte aan onderbrenging in kindertehuizen minder groot was doordat er minder verwaarloosde en ouderloze kinderen waren, woonden er in 1953 nog maar acht wezen. Het pand was onrendabel geworden en werd gesloten.

De voogdenkamer van het weeshuis is de enige ruimte in het gebouw die nog authentiek ingericht is. In een entourage van wapenschilden en historische schilderijen vergaderden hier de bestuurders. Het aanwezige weeshuisschooltje is een reconstructie. Om jonge bezoekers even terug te voeren naar vorige eeuwen wordt hier regelmatig een biologieles gegeven. Gekleed in kleding van rond 1900 en met een strenge juf voor de klas, leren ze hier schrijven met griffel en lei.

Walviszaal

Permanente expositie[bewerken]

Enkele hoogtepunten in het museum zijn:

  • Het 15 meter lange skelet van een potvis, die in 1994 op Ameland aanspoelde.
  • Het spel waarin je als gans over het Friese landschap kunt vliegen.
  • Het reiskabinet van de Friese "kapitein Severein", waarin allerlei herinneringen zijn verzameld van zijn wereldreizen.
  • De 14 meter lange draak Li-Ming die op de zolder van het museum huist.
  • Ook nu nog zijn er ‘blauwe weeskinderen’ in het museum te vinden, zei het in de vorm van de gelijknamige vlindersoort.

Hoogtepunten[bewerken]

De tentoonstelling die de meeste bezoekers trok in de geschiedenis van het museum is de tentoonstelling Animal Inside Out, een productie van Gunther von Hagens. Ruim 62.000 bezoekers kwamen naar het museum om de vele geplastineerde dieren te bekijken.

Collectie[bewerken]

De collectie van het museum bestaat uit ongeveer 147.500 voorwerpen waaronder naar de stand van november 2006:

Het museum heeft een eigen open atelier waar dode dieren geprepareerd worden zodat ze lang kunnen worden bewaard. In het atelier worden allerlei dieren opgezet, van mus tot olifant. Bezoekers kunnen als er preparateurs aanwezig zijn de werkzaamheden volgen en vragen stellen.

Bekende dieren die in het Natuurmuseum Fryslân zijn geëxposeerd zijn onder andere de dominomus en Astro de vuurpijlmuis, die op 30 december 2011 slachtoffer werd van een daad van dierenmishandeling. De muis was vastgebonden aan een afgeschoten vuurpijl toen de daders door de politie werden betrapt. De muis overleefde dat en werd daarna geadopteerd door de redactie van de Leeuwarder Courant, die hem de naam Astro gaf. Astro leek te herstellen van zijn verwondingen maar overleed op 6 januari 2012, waarschijnlijk als gevolg van de stress.[2] Hij werd geprepareerd in een open atelier van het museum. Honderden museumbezoekers kwamen daarnaar kijken.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]