Nederlands Forensisch Instituut

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gebouw van het NFI in Ypenburg.

Het Nederlands Forensisch Instituut (of NFI), voorheen het Gerechtelijk Laboratorium, is een laboratorium in Nederland dat forensisch onderzoek doet.

Geschiedenis[bewerken]

Op 30 juli 1945 werd in een ministerieel besluit besloten tot instelling van het Gerechtelijk Laboratorium. Drie jaar later, op 4 november 1948, werd het laboratorium een zelfstandig onderdeel van het Ministerie van Justitie. In 1951 vond de oprichting plaats van een verwant instituut: het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium (later hernoemd tot Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie). Patholoog-anatoom dr. Jan Zeldenrust was de eerste directeur van dit laboratorium. Op 1 november 1999 zijn beide laboratoria samengegaan tot het huidige NFI.

Het laboratorium was tot oktober 2004 gevestigd in Rijswijk (Zuid-Holland), maar is inmiddels gevestigd in de nieuwbouwwijk Ypenburg in Den Haag.

Werkzaamheden[bewerken]

Vrachtwagen Nederlands Forensisch Instituut

Het NFI staat vaak in de belangstelling. Vrijwel alle grote zaken waarin forensisch sporenmateriaal wordt gevonden, worden hier onderzocht. Binnen het instituut bestaan meer dan veertig vakgebieden en kan multidisciplinair aan een onderzoek worden gewerkt. Het onderzoek varieert van pathologie, toxicologie, chemisch onderzoek, wapens en munitie, verkeer, milieu, digitale sporen tot onderzoek van verdovende middelen en DNA.

Het NFI is sterk gegroeid in het kader van diverse intensiveringsprogramma's waaronder terrorisme. Er werken meer dan vierhonderd medewerkers. Verder is het kwaliteitssysteem bij het NFI ver ontwikkeld. Om deze reden worden de onderzoeken dubbel uitgevoerd en bij voorkeur blind, wat een van de redenen is dat het aantal onderzoekers is uitgebreid. Naar aanleiding van het rapport Posthumus wordt gewerkt aan een betere band met de politie in gezamenlijke onderzoekcentra, de FSO's. Verder wordt uitgebreid aandacht gegeven aan de onafhankelijkheid van de deskundige in een onderzoek en begrijpelijker rapporteren. Om zaken als de Schiedammer parkmoord te voorkomen worden de actiepunten rondom Posthumus ingevuld. Ook wordt veel besteed aan research en ontwikkeling om de methoden verder te objectiveren en uiteraard om sneller de onderzoeksresultaten beschikbaar te hebben.

Soms bron van discussie[bewerken]

Bij onder andere de volgende zaken is het NFI in opspraak gekomen:

  • Bij de moord op het Groninger echtpaar Lisa en Leendert van der Lei bleek het in de pers komen van de zaak van invloed te zijn op de door NFI opgestelde rapportage, dit was het geval nadat er eveneens onderzoek was gedaan door het FLDO, een laboratorium van de Universiteit Leiden, waarna verschillen in bevindingen in de pers aanhangig waren gemaakt.
  • Bij de zaak van het hart van Denise Schouten is het hart van iemand anders door het NFI ter beschikking gesteld voor onderzoek in het AZM te Maastricht; tevens kreeg de familie Schouten ander orgaanweefsel dan van hun eigen dochter terug van het NFI. Op 26 mei 2008 maakt justitie bekend, na een onderzoek van 10 maanden door de rijksrecherche, dat het mysterie van het verdwenen hart niet is opgelost.
  • Bij de Deventer Moordzaak is in 2007 door Maurice de Hond het Zwartboek NFI uitgegeven. Op basis van een groot aantal rapporten van het NFI uitgebracht in het kader van de Deventer Moordzaak zijn door samenwerkende burgers zeventien rapporten gemaakt over geconstateerde problemen bij het werk van het NFI. Dit is mogelijk geworden door het feit dat –in tegenstelling tot andere rechtszaken- veel van het basismateriaal in 2006 beschikbaar is gekomen en door het uitbrengen van meerdere rapporten van het NFI over hetzelfde onderwerp.
  • In de zaak Marco Kroon is door het NFI op basis van door haar verricht onderzoek drugsgebruik gerapporteerd. Op 5 april 2011, de tweede zittingsdag bij de militaire rechtbank in Arnhem, bleek dat het NFI in eerste instantie het onderzoek weigerde uit te voeren omdat er zes haren (0.3 mg) beschikbaar waren terwijl volgens NFI 10 mg vereist is. In tweede instantie werd het onderzoek toch uitgevoerd. Volgens de bij het proces aanwezige Franse deskundige Pascale Kintz moet het honderdvoudige aan haar beschikbaar zijn om tot de conclusie te komen dat iemand drugsgebruiker is of van buiten is besmet met cocaïne. Ook bleek bij het proces dat het haar door Kroon zelf uitgetrokken was. Het is daarom ongeschikt voor onderzoek omdat er sprake kan zijn van externe besmetting. NFI was niet op de hoogte van de manier waarop het haar verzameld was. Volgens Klintz kunnen er geen conclusies getrokken worden op basis van het verrichte onderzoek; een tweede deskundige, De Wolff, steunt dit standpunt. De rechtbank verwerpt het door NFI geleverde bewijs.
  • In september 2010 werden in Geleen de lijkjes van drie vermoorde baby’s aangetroffen. De moeder wordt er van verdacht de pasgeboren baby’s te hebben gedood. Het particuliere onderzoekslab Independent Forensic Services (IFS) heeft contractonderzoek in deze zaak verricht omdat het NFI geen doodsoorzaak kon vinden. Daarbij werd gebruikgemaakt van de diensten van de Zwitserse forensisch patholoog Danny Spendlove. Deze constateerde dat de baby waarschijnlijk door verstikking is omgebracht. Er was echter niets meer in het lichaam aanwezig toen hij een verificatie met onderzoek op de organen wilde uitvoeren. Het NFI had de organen verwijderd. Het NFI ontkent dat de organen zijn weggegooid of zoekgeraakt. Spendlove stelde een voor het NFI vernietigend rapport op. Hierna werd hij ten onrechte aangemerkt als verdachte van valsheid in geschrifte. In mei 2011 wordt deze zaak publiek bekend. Staatssecretaris Fred Teeven van Justitie is door IFS geïnformeerd. De directeur van IFS, Selma Eikelenboom, stelt dat justitie liever heeft dat het onderzoek naar de babymoorden klapt, dan dat blijkt wat er allemaal misging bij het NFI. Voor de volledigheid verwijst het NFI naar zijn website voor reacties naar aanleiding van deze Geleense zaak en andere zaken (zie onder Externe links).

Externe links[bewerken]