Opname van de gemeente

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het leerstuk van de opname van de gemeente houdt in dat Jezus Christus, voordat de plagen van het eind van de wereld hen treffen, gelovigen in een oogwenk opneemt in de hemel. Deze doctrine is vooral populair onder evangelische christenen en werd pas vanaf de 19e eeuw breed verspreid als onderdeel van de verwachting van een Duizendjarig vrederijk.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Edward Irving
John Nelson Darby

Bijbelse achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Aanhangers van de leer van de opname van de gemeente zien de belangrijkste aanleiding voor hun geloof in 1 Tessalonicenzen, waarin Paulus volgens hen de wederkomst als een opname van de gemeente beschrijft. Daarin is ondersteunend dat Paulus in 1 Korintiërs beschrijft hoe gelovigen op een dag in een oogwenk zullen veranderen en dan bij Christus zullen zijn.

Ontstaan van de leer[bewerken | brontekst bewerken]

Tot de 17e eeuw is het geloof in de opname van de gemeente waarschijnlijk afwezig. Dan wordt door de Amerikaanse puriteinen Increase Mather (1639-1723) en zijn zoon Cotton Mather (1663-1728) het geloof in een opname verbonden met het premillenialisme. Zij geloofden, dat de gelovigen zouden worden opgenomen, waarna oordelen de aarde zouden treffen, waarna het Duizendjarig rijk zou aanbreken. De Engelse term rapture, meestal vertaald met opname, is afkomstig van Philip Doddridge[1] en John Gill[2] in hun commentaren op het Nieuwe Testament.

In 1788 wordt door de baptist Morgan Edwards uitgesproken dat de opname vóór de plagen, de verdrukking, plaatsvindt.[3] In 1811, tien jaar na de dood van de schrijver, verschijnt een Spaans boek, geschreven door de Rooms-Katholieke priester Emmanuel Lacunz,[4] over de opname.

In 1827 wordt dit boek door de Schotse predikant Edward Irving (1792-1834) in het Engels vertaald. Nadat hij van anderen het idee had aangenomen dat met de antichrist één bepaalde man bedoeld werd, deed Irving een tweede stap: Hij concludeerde dat Jezus in twee fasen zou terugkomen, de eerste maal voordat de antichrist zou opstaan1862[5] Vaak wordt de populariteit van opname vóór de grote verdrukking toegeschreven aan de toen 15-jarige Margaret MacDonald,[6][7] een volgelinge van Edward Irving. Zij had in 1830 een visioen over het einde der tijden, waarin de opname echter pas na de grote verdrukking plaatsvindt. Het werd in 1840 gepubliceerd en in 1861 weer, maar in die editie werd de gemeente al opgenomen voor de grote verdrukking.

John Nelson Darby (1800-1882), die wel wordt beschouwd als de grondlegger van de bedelingenleer, stelde een komst van Christus voor voordat de antichrist zou komen en maakte dit leerstuk populair. De Broederbeweging, zoals de Plymouth brethren (in Nederland: Vergadering van gelovigen), waarvan hij een grondlegger was, nam dit van hem over. De geschriften van deze beweging hadden vooral in de Verenigde Staten veel invloed.[7] In Nederland had Johannes de Heer (1866-1961), behalve door zijn zangbundel, veel invloed via het blad Het Zoeklicht, dat nog steeds bestaat en dezelfde visie verkondigt.

Ook uit Amerika is er een onmiskenbare invloed op de wederkomstvisie van evangelische christenen. In de jaren zeventig verschenen de boeken van Hal Lindsey[8] die behalve in de VS ook in Nederland bestsellers werden. Ook de romanserie Left Behind van Tim Lahaye en Jerry B. Jenkins werd in de jaren negentig goed verkocht.[9][10][11][12]

Hedendaagse aanhangers[bewerken | brontekst bewerken]

Tegenwoordig wordt de leer van de opname vooral aangehangen in evangelische en charismatische kringen, in de Vergadering van gelovigen en bij de baptisten. Veel traditionele katholieken en protestanten interpreteren 1 Tessalonicenzen 4:16-17 letterlijk: ze beweren dat de opname onmiddellijk gevolgd wordt door de algemene opstanding op de oordeelsdag. Dan zullen de levenden en de zojuist opgestane doden Christus ontmoeten als hij vanuit de hemel komt om de aarde te oordelen. Zij zien de opname als een detail in het licht van de tweede komst van Christus. De oosters-orthodoxe kerken accepteert de leer van de afzonderlijke opname niet, omdat zoiets nooit door hun bisschoppen is onderwezen.[13]

Scenario[bewerken | brontekst bewerken]

Het verhaal dat in deze leer geschetst wordt kan in verschillende achtereenvolgende gebeurtenissen verdeeld worden: Voortekenen: In deze Bijbeluitleg neemt men de gebeurtenissen die Jezus in Matteüs 24 voorspelt, als tekenen van zijn naderende terugkomst: Er treden christelijke valse profeten op. Berichten over oorlogen en hongersnoden. Christenen zullen vervolgd worden. Veel mensen vallen van hun geloof af. Toenemende wetteloosheid. De liefde zal verkoelen. Jezus komt echter pas terug als het Evangelie over de hele wereld is verspreid. Met het teken van de "bloeiende vijgenboom" wordt volgens velen Israël bedoeld. Aanhangers van de hier beschreven leer, voorspelden al in de 19e eeuw het herstel van Israël.

Opname[bewerken | brontekst bewerken]

Teksten die worden gebruikt om de leer van de opname te onderbouwen zijn: 1 Tessalonicenzen 4; 1 Korintiërs 15; Matteüs 24:40-41. Jezus geeft wel aan welke tekenen er zullen komen zodat de gelovigen kunnen zien dat Hij komt; "De zon wordt verduisterd en de maan zal niet meer schijnen. De sterren zullen van de hemel vallen en de machten van het heelal zullen door elkaar worden geschud. Dan zal iedereen Mij, de Mensenzoon, zien komen in de wolken, met grote macht en majesteit". Deze gebeurtenissen komen overeen met wat er in Openbaringen 6:12 staat beschreven; "Toen Hij het zesde zegel verbrak, zag ik dat er een zware aardbeving kwam. De zon werd zwart als een rouwkleed en de maan rood als bloed. De sterren vielen van de hemel op de aarde, als onrijpe vijgen die in een storm van de boom waaien. De hemel verdween als een stuk papier dat opgerold wordt, en alle bergen en eilanden werden van hun plaats gerukt".

De Bijbel zegt dat we het precieze tijdstip van de wederkomst niet kunnen weten. De Bijbel spreekt wel dat Hij niet zal komen als een dief in de nacht voor de mensen die Hem verwachten: 1 Thessalonicenzen 5:2-9. Volgens velen komt Christus naar de Aarde terug in de lucht op een wolk, om de christelijke gemeenschap op te nemen (1 Thessalonicenzen 4:16). Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van de aartsengel, en met de bazuin van God nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan (1 Thessalonicenzen 4:17). Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heer tegemoet, in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer wezen.

Grote verdrukking[bewerken | brontekst bewerken]

De antichrist, heeft vrij spel om de gelovigen te vervolgen. Marcus 13: Na die dagen van verdrukking en ellende zal de zon worden verduisterd en de maan niet meer schijnen. De sterren zullen van de hemel vallen en de machten van het heelal zullen door elkaar worden geschud. Dan zal iedereen Mij, de Mensenzoon, zien komen in de wolken, met grote macht en majesteit. Ik zal de engelen eropuit sturen om de mensen die Ik heb uitgekozen, bijeen te brengen. Mattheus 24: Onmiddellijk na die dagen van verdrukking en ellende zal de zon worden verduisterd en de maan niet meer schijnen. De sterren zullen van de hemel vallen en de machten van het heelal zullen door elkaar worden geschud. Daarna zal het laatste teken van mijn komst aan de hemel te zien zijn. Heel de wereld zal jammeren en klagen. Iedereen zal Mij, de Mensenzoon, zien komen in de wolken aan de hemel, met grote macht en majesteit. Ik zal mijn engelen er met luid trompetgeschal op uitsturen. Ze zullen de mensen die bij Mij horen, verzamelen van de verste uithoeken van de hemel en de aarde. Lucas 21: Er zullen vreemde verschijnselen in het heelal zijn: waarschuwingen en tekenen van de zon, maan en sterren. De volken op aarde zullen in paniek raken. Ze zullen helemaal overstuur raken door het gebulder van de zee en de branding. De mensen zullen het besterven van angst, omdat ze denken dat de wereld vergaat. Want de machten van het heelal zullen door elkaar worden geschud. En dan zal iedereen Mij, de Mensenzoon, zien komen in een wolk, met macht en schitterende majesteit. Dus als deze dingen beginnen, ga dan rechtop staan en kijk omhoog! Want je verlossing is niet ver meer!’

Duizendjarige rijk[bewerken | brontekst bewerken]

Jezus regeert vervolgens duizend jaar op een paradijselijke aarde. Hier speelt het volk Israël een grootse rol. Mensen met deze visie betrekken de Oudtestamentische profetieën over het herstel van Israël op het aardse Israël.

Laatste oordeel[bewerken | brontekst bewerken]

Ten slotte wordt de duivel nog een keer losgelaten en ontketent opnieuw een oorlog. Hij wordt definitief verslagen. De doden staan op, de boeken gaan open en de volkeren worden geoordeeld. Er is een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Visies op de Grote verdrukking

Timing[bewerken | brontekst bewerken]

Wanneer men ervan uitgaat dat er geen duizendjarig rijk zal zijn (amillennialisme) of dat het al geweest is (postmillennialisme), of men gaat ervan uit dat de gemeente pas na de grote verdrukking wordt opgenomen (posttribulanisme) maakt het geen verschil wanneer de opname plaatsvindt. Vanuit al deze gezichtspunten valt de opname samen met de definitieve wederkomst van Christus.

Binnen het premillennialisme is de pre-Tribulationistische positie, die we boven hebben beschreven, de overheersende visie, die de opname scheidt van de wederkomst. Er zijn nog twee minderheidsposities binnen het premillenialisme die er wel toe doen, de gedachte dat de opname midden in de grote verdrukking valt (het mid-tribulationistische standpunt) en het standpunt dat er maar een gedeelte wordt opgenomen.

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

  • Velen onderschrijven de leer van de opname niet, omdat ze vinden dat deze niet uitgedrukt is in de Bijbel.[14]
  • Het gevolg van de opname is dat christenen de vervolging ontlopen: het verwijt van escapisme.
  • Sommige evangelische christenen zijn niet meer gemotiveerd om bijvoorbeeld voor het milieu te zorgen.
  • Soms gaan mensen heel krampachtig om met bijvoorbeeld een pasje, of het getal 666 dat het nummer van de antichrist zou zijn. Ze vrezen die in de kaart te spelen.
  • Deze visie beïnvloedt de houding ten opzichte van Israël. Gunstig is dat er een einde lijkt te zijn gekomen aan 1700 jaar Jodenvervolging door christenen.