Orthosympathisch zenuwstelsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het orthosympathische zenuwstelsel, ook wel het sympathische zenuwstelsel genoemd, is het deel van het autonome zenuwstelsel dat de organen zodanig beïnvloedt dat het lichaam arbeid kan verrichten. Hiervoor is energie nodig. Het orthosympathische zenuwstelsel bevordert dan ook de dissimilatie, waarbij energie vrijkomt. Het andere deel van het autonome zenuwstelsel heet het parasympathische zenuwstelsel.

Algemeen[bewerken]

Het orthosympathische deel zorgt bij activiteit van het lichaam onder andere voor een hogere hartslagfrequentie, verwijding van de bloedvaten in de spieren (door aanwezigheid van bèta 2-receptoren in de bloedvaten) en een hogere ademfrequentie, maar remt de spijsvertering. Wanneer het lichaam in rust is, wordt de spijsvertering actief.

Anatomie en functie[bewerken]

Bij het orthosympathische zenuwstelsel worden impulsen vanuit het ruggenmerg via de grensstrengen naar de organen geleid. Dit wordt ook wel aangeduid als de pre- en postganglionaire vezels. Grensstrengen zijn twee reeksen van ganglia links en rechts van de wervelkolom. Vanuit deze ganglia lopen zenuwen naar de organen. De verhouding tussen het aantal pre- en postgangliaire zenuwvezels is ongeveer 1:20.

Segmenten en ganglia[bewerken]

Preganglionaire cellichamen: zitten in het ruggenmerg in het gebied van borst en lendenen. Namelijk tussen T1 (Thoracaal-1) en L2 (Lumbaal-2) segmenten. Eindorganen van de thoracale segmenten zijn: oog en klieren, hart, bloedvaten, gladde spieren, lever en pancreas, van de lumbale segmenten: zweetklieren, bijniermerg, urinebaas en genitaliën. Axonen van preganglionaire cellen gaan door de voorwortels (ventrale wortels of radices ventrales) van de ruggenmergzenuwen T1-L2. Vervolgens gaan ze over een korte afstand door de ruggenmergzenuwen en verlaten deze, en gaan naar de autonome ganglia aan beide kanten van de buikkolom achter de pariëtale pleura: ganglia van de orthosympathische grensstreng. Alleen de ganglia die in hetzelfde gebied als T1-L2 liggen, ontvangen preganglionaire axonen van het ruggenmerg. Alle ganglia van de orthosympathische grensstrengen zijn verbonden met het ruggenmerg, ook het gedeelte van de ganglia van de orthosympathische grensstrengen dat zich buiten het T1-L2-gedeelte bevindt, in het cervicale en het sacrale gedeelte van het ruggenmerg. Dit kan doordat deze verbonden zijn met ganglia die wel in dat gebied liggen. De korte verbinding tussen het ruggenmerg en de ganglia van de orthosympathische grensstreng, waar de preganglionaire cellen doorheen gaan, is de ramus communicans albus. Deze wordt zo genoemd omdat de preganglionaire cellen myelineschedes hebben en die zijn wit.

Neurotransmitters[bewerken]

De signaaloverdracht geschiedt in de orthosympathicus in twee fasen: via de preganglionvezels die eindigen in de grensstrengganglia en vervolgens via de postganglionaire vezels, eindigend in het eindorgaan. De signaaloverdracht is cholinergisch (met acetylcholine als neurotransmitter) in de grensstreng, en adrenerg (met noradrenaline als neurotransmitter) bij het eindorgaan (met uitzondering van de zweetklieren).)

Receptoren[bewerken]

Binnen het orthosympathische zenuwstelsel werkt acetylcholine in op de preganglionaire nicotinische receptoren. Noradrenaline werkt in op twee typen postganglionairereceptoren: α- en β-receptoren. Deze verschillen in gevoeligheid voor de verschillende adrenerge stoffen. α-Receptoren zijn doorgaans prikkelend (met uitzondering van het maag-darmkanaal, namelijk remmend), β-Receptoren zijn in het algemeen remmend (met uitzondering van het hart, in dit geval namelijk exciterend). Bètablokkers zijn antagonisten die inwerken op de β-receptoren.

Zie ook[bewerken]