Kleine hersenen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleine hersenen
Cerebellum
De hersenen met het cerebellum in het paars gekleurd.
De hersenen met het cerebellum in het paars gekleurd.
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De kleine hersenen[1], of cerebellum[2], zijn een onderdeel van het centrale zenuwstelsel. De eerste functie van de kleine hersenen is de coördinatie van bewegingen om ze vlot en nauwkeurig te maken. Schade aan de kleine hersenen leidt tot schokkerige bewegingen en kan ook evenwichtsproblemen geven. De kleine hersenen zijn een van de eerste structuren die beïnvloed worden door alcohol, wat de bewegingsproblemen bij dronkenschap verklaart. De kleine hersenen zijn ontwikkeld uit de achterhersenen en bestaan uit twee helften die ongeveer de grootte van een perzik hebben. Ze nemen ongeveer tien procent van het totale hersenvolume in. De kleine hersenen zijn onderdeel van de achterhersenen.

Ligging en anatomische indeling[bewerken]

Cerebellum animatie

De kleine hersenen liggen in de achterste schedelgroeve. Het tentorium cerebelli, een uitstulping van het harde hersenvlies scheidt de kleine hersenen van de achterhoofdskwab van de grote hersenen. Aan de voorkant van de kleine hersenen bevindt zich de vierde ventrikel. Deze hersenventrikel ligt tussen de pons van de hersenstam en de kleine hersenen in.

De buitenste lagen cellen van de kleine hersenen, ook wel de cortex cerebelli genoemd, is grijze stof. De grijze stof bevat de cellichamen van de zenuwcellen. De cortex cerebelli is van buiten naar binnen in de volgende drie lagen te verdelen: de moleculaire laag ofwel het stratum moleculare, welke nauwelijks cellen bevat, de laag met purkinjecellen ofwel het stratum purkinjense en een laag met korrelcellen ofwel het stratum granulosum. Verder naar de binnenkant is de witte stof te vinden. Hier liggen vooral gliacellen, andere ondersteunende cellen en zenuwbanen. Midden in de witte stof liggen echter een aantal gebieden met grijze stof en dus zenuwcellen. Dit zijn de nucleus dentatus, de nucleus interpositus anterior ofwel nucleus emboliformis, de nucleus interpositus posterior en de nucleus fastigii.

Overzicht van de verschillende lagen van de cortex cerebelli. Korrelcellen zijn aangegeven als 'granule cells'

De kleine hersenen zijn onderverdeeld in drie delen:

  • de lobus cerebelli anterior: de voorkwab
  • de lobus cerebelli posterior: de achterkwab
  • de lobus flocculonodularis

De voorkwab en de achterkwab worden door een diepe groeve gescheiden: de fissura prima. De lobus flocculonodularis wordt van de achterkwab gescheiden door de fissura posterolateralis. Het is niet mogelijk de kwabben vanaf de buitenkant van elkaar te onderscheiden. Hiervoor is het nodig het weefsel door te snijden. De voorkwab wordt onderverdeeld in vijf kwabjes. Deze zijn genummerd van één tot vijf. De achterkwab is onderverdeeld in kwabje zes tot en met negen. De lobus flocculonodularis bestaat geheel uit kwabje nummer tien.

Aan de oppervlakte van de kleine hersenen zijn veel kleine plooien te zien. Deze worden folia genoemd (in het Latijn is een folium een boomblad). Deze folia maken het mogelijk dat de kleine hersenen zeer dicht van structuur zijn. In dit deel van het centrale zenuwstelsel liggen hierdoor de helft van de zenuwcellen. Al die boombladeren worden samen vaak de levensboom, arbor vitae genoemd. De folia moeten niet verward worden met het folium vermis, een van de structuren waaruit de vermis verticaal is ingedeeld, wanneer men voorstelt dat de vermis omgeklapt is omheen een laterolaterale as. Meer specifiek is het folium vermis het eerste stuk van het zevende deel van de vermis, conform de indeling volgens Olof Larsell.

Achtereenvolgens onderscheidt men, opnieuw conform Larsells indeling, in volgorde 'van boven naar beneden', volgende structuren in de vermis (I tot X), met bijhorende kwabjes (H I tot H X)

  • I: lingula cerebelli - geen bijhorend kwabje
  • II + III: lobulus centralis - H II + H III: ala lobuli centralis
  • IV + V: culmen - H IV + H V: lobulus quadrangularis anterior
  • Fissura prima
  • VI: declive - H VI: lobulus quadrangularis posterior (lobulus simplex)
  • VII (1): folium - H VIIa1: lobulus semilunaris superior
  • Fissura horizontalis
  • VII (2): tuber - H VIIa2: lobulus semilunaris inferior - H VIIb: lobulus gracilis
  • VIII: pyramis - H VIII: lobulus biventer
  • IX: uvula - H IX: tonsillae cerebelli
  • X: nodulus - H X: flocculus

Zenuwbanen[bewerken]

De kleine hersenen hebben de volgende soorten inkomende zenuwbanen:

  • De mosvezels. Deze zenuwbanen komen uit het ruggenmerg en het verlengde merg en gaan naar de korrelcellen in de cortex cerebelli.
  • De klimvezels. Hebben hun oorsprong in de pons en gaan naar de purkinjecellen.

Deze zenuwbanen komen uit de volgende gebieden van het centrale zenuwstelsel. Tussen haakjes staat de soort informatie aangegeven.

De uitgaande zenuwbanen lopen voornamelijk naar de motorische en premotorische schors. De banen lopen via de motorische kernen in de thalamus

Functie[bewerken]

Door deze informatie spelen de kleine hersenen een rol bij de volgende gedragingen:

De kleine hersenen zijn voor de fijne afstelling tussen waarneming en beweging. Ze dienen als schakelcentrum voor de aansturing van spieren. Bewegingsvoorstellingen van nieuw geleerde bewegingen worden vermoedelijk in de kleine hersenen opgeslagen. De kleine hersenen lijken echter ook betrokken te zijn bij het uitvoeren van sterk geautomatiseerde handelingen, waarbij zij mogelijk de bewegingscoördinaten van bewegingen verschaffen, zonder tussenkomst van hogere motorische centra in de premotore schorsgebieden. Men vermoedt verder dat ook een functie als tijdschatting (timing) met het cerebellum verbonden is. Mensen met beschadigingen in de kleine hersenen kunnen bijvoorbeeld niet meer goed de duur schatten van een geluid, of het moment van een toekomstige gebeurtenis voorspellen (zoals een tennisspeler de bewegingen van een tegenstander anticipeert). Ook zijn de kleine hersenen betrokken bij associatieve leerprocessen zoals in klassiek conditioneren. Zo blijken laesies van de kleine hersenen het aanleren, maar ook de retentie van een eenmaal aangeleerde voorwaardelijke oogknipreflex te verstoren. Mogelijk hangt dit laatste ook samen met een stoornis in de timing van gedragsfuncties.(1) Verder zijn er een aantal regelkringen van emotionele en mentale prikkelverwerking, waarbij ook het cerebellum wordt aangedaan.

Overige pathologie[bewerken]

Bij overmatig alcoholgebruik worden de kleine hersenen deels uitgeschakeld, wat leidt tot karakteristieke ongecoördineerde bewegingspatronen (dronkemansgang (ataxie), zwalken).

Een eenvoudige proef om te zien of er sprake zou kunnen zijn van beschadigingen in de kleine hersenen is te vragen of iemand met zijn wijsvinger het puntje van zijn neus kan aanraken met zijn ogen dicht. Indien het puntje van de neus wordt gemist kan dat duiden op een beschadiging of intoxicatie van de kleine hersenen.

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  2. Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme

Perret, S., Ruiz & Mauk, M. (1993), Cerebellar cortex lesions disrupt learning-dependent timing of conditioned eyelid responses. Journal of Neuroscience, 13, 1708-1718.