Oudekerksbrug

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oudekerksbrug
Oudekerksbrug (2016)
Oudekerksbrug (2016)
Algemene gegevens
Locatie Amsterdam-Centrum
Coördinaten 52° 22′ NB, 04° 54′ OL
Overspant Oudezijds Voorburgwal
Brugnummer 206
Bouw
Bouwperiode 1861
1976/1977
Architectuur
Type welfbrug
Materiaal beton, natuursteen
Bijzonderheden architectonische leugen
Oudekerksbrug (Amsterdam-Centrum)
Oudekerksbrug
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer

De Oudekerksbrug (brug 206) is een vaste brug in Amsterdam-Centrum.

De brug ligt ten zuidoosten van de Oude Kerk in het Wallengebied. Ze vormt de verbinding tussen het Oudekerksplein en de Oudekennissteeg en voert over de Oudezijds Voorburgwal. De brug wordt omrings door rijksmonumenten, maar is dat zelf niet, ze is een "architectonische leugen".

Hier ligt al eeuwen een brug. Op de geschilderde plattegrond van Cornelis Anthonisz. uit 1538 is er al een brug te zien, maar niet op de exacte plaats, bovendien ligt die brug scheef over het water. Wellicht is er iets misgegaan bij het intekenen, want een kaart uit 1544 van dezelfde kunstenaar laat de brug op de huidige plaats zien. Het is dan een brug op twee jukken. Balthasar Florisz. van Berckenrode tekende in 1625 een brug op dezelfde plaats en meldde het als een brug tussen de Bier Kay (kade van de OZ Voorburgwal) en Minnebroers Steech. De brug is in de loop der jaren zelf nauwelijks op schilderij of foto vastgelegd, maar doordat de Oude Kerk en omgeving wel op doek/foto werd vastgelegd is de geschiedenis te volgen. Zo schilderden Abraham Beerstraaten en Jan van der Heyden brug en kerk rond 1670, waarbij nog de houtenbrug op twee jukken/pijlers is te zien.[1] In 1875 schilderde Cornelis Christiaan Dommersen brug en kerk opnieuw, waarbij een van de doorvaarten dan is geblokkeerd. Toen een tiental jaren later fotografen Andries Jager en Pieter Oosterhuis het stel fotografeerde is een andere brug te zien, een brug met een doorvaart gedragen door ijzeren liggers, ondersteund door ijzeren spanten. Ook is het balustradewerk anders uitgevoerd. Die brug werd in 1861 opgeleverd.[2]

Die brug hield het meer dan een eeuw vol, maar was midden jaren zeventig aan vervanging toe. Let wel, de brug had destijds nog steeds houten liggers. De Amsterdamse gemeente opteerde in eerste instantie nog voor een moderne brug, zoals bij de Weteringpoortbrug, maar dat vond ze toch niet in deze omgeving passen. Er kwam vervolgens een welfbrug met drie doorvaarten, die historisch wellicht beter in de omgeving past, maar dus van aanmerkelijk jongere datum is dan de omgeving, een "architectonische leugen", bovendien had een dergelijk brug hier nooit gelegen.[3][4] Dat de brug van relatief jonge datum is, is te zien aan de zoutschade, dat hier in de buurt bijna nergens wordt aangetroffen, behalve bij de brug. Ze kreeg een betonnen paalfundering en een legger van beton met de verwerking van natuursteen in het uiterlijk. De Publieke Werken beklaagde zich er destijds over dat er nauwelijks meer steenhouwers waren in Nederland en omringende landen, bovendien raakten steeds meer natuursteengroeven uitgeput of werden aangewend voor eigen gebruik. Na oplevering van de brug werd zij alleen nog voorzien van een nieuwe indeling van het rijdek.

De brug heeft een officiële vernoeming naar de kerk, maar droeg eerder de namen Minnebroersbrug (naar de Minnebroederssteeg) en Molsteenbrug (naar de Molsteeg), Minnebroederssteeg en Molsteeg zijn daarbij oude benamingen van de Oudekennissteeg.