Palladium-reeks

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor de boekenreeks uitgegeven in de periode 1962 tot 1969, zie Palladium Reeks.

De Palladium-reeks is een serie van 18 bibliofiele boeken uitgegeven door Hijman, Stenfert Kroese & Van der Zande in Arnhem. De uitgeverij werd opgericht in 1919, en al in 1920 werd er met de Palladium-reeks begonnen. De teksten werden aangeleverd door de letterkundigen J. Greshoff en Jan van Nijlen; de tekstbezorging en typografie waren van de jeugdige J. van Krimpen, die zo voortborduurde op vijf eerder (1917-1920) door hem privé uitgegeven boekjes. De serie is genoemd naar een beeld uit de klassieke mythologie, het palladion.

  1. Sonnetten van Albert Besnard
  2. Ontmoetingen van Johan Gustaaf Danser
  3. Een nieuw Carthago van Jacob Israël de Haan
  4. Pierrot aan de lantaarn van Martinus Nijhoff
  5. In den stroom: gedichten van H.W.J.M. Keuls
Voorbeeld van een omslag
Initialen op de eerste tekstpagina van In Memoriam van J.W.F. Werumeus Buning
Medusakop getekend door Bernard Essers, soms gebruikt als vignet onder het colofon

De naam 'Prae-Palladium-reeks' werd pas veel later aan deze reeks gegeven.

Voorgeschiedenis[bewerken]

In 1910 was Greshoff met de dichters J.C. Bloem en P.N. van Eyck een kleine uitgeverij begonnen, de De Zilverdistel genaamd. Jan van Krimpen, die in 1912 pas klaar was met zijn opleiding aan de kunstacademie, schreef 16 juni 1914 een zeer kritisch stuk in de "Amsterdammer", waarin hij nogal wat kritiek over de Zilverdistel te berde bracht. Dat kwam aan, en als gevolg daarvan werden Bloem en Greshoff vervangen werden door J.F. van Royen, algemeen secretaris van het hoofdbestuur van de PTT. Van Royen bouwde de Zilverdistel uit tot de eerste echte "private press" van Nederland.

Van Royen liet zelfs twee nieuwe lettertypen ontwerpen voor de Zilverdistel. Een van de dingen, waartegen Van Krimpen grote bezwaren had, was het gebruik van een ijzeren handpers of bovendegel. Hij noemde dat "bibliofiel snobbisme", boekkunst moest democratisch zijn. S.H. de Roos, die een van de letters voor Van Royen zou ontwerpen, gaf Van Krimpen binnen enkele dagen al repliek: het bevorderen van de Nederlandse boekkunst? Dan was enige studie en kennis zeer aan te bevelen.

Op deze manier leerde Van Krimpen Van Royen kennen, die hem later zou vragen om de belettering te verzorgen voor vele postzegels. Met Greshoff sloot Van Krimpen vriendschap, en hij zou datzelfde jaar samen met Greshoff naar Leipzig gaan om de boek-grafische kunstbeurs BUGRA te bezoeken. Een internationale tentoonstelling over typografische kunst. Via Van Krimpen leerde Greshoff ook Aty Brunt kennen, de zus van Nini Brunt, van Krimpens vriendin. In 1916 trouwden de beide paren. Pas na de geboorte van Huib van Krimpen in 1917, startte Jan van Krimpen met zijn eigen reeks, die later de naam Prae-Palladium zou krijgen.

Palladium[bewerken]

In 1920 verscheen dan het eerste boek van de serie in de Palladium-reeks, A. Roland Holsts Deirdre en de Zonen van Usnach met een houtsnede van Bernard Essers in een oplage van 205 exemplaren, gezet met de voor de meeste boeken van de Palladium-reeks kenmerkende ronde, achttiende-eeuwse Engelse letter Caslon. Even kenmerkend is het omslag van dit boek, een blauwgrijs Ingres-achtig papier, zeer waarschijnlijk op een handpers gedrukt op vochtig gemaakt papier. De afdrukken hebben vrij veel 'moet': doordat de letter zich diep in het papier perst ontstaat een voelbaar reliëf.

Aan de bladspiegel is veel aandacht besteed, waarbij veelvuldig gebruik is gemaakt van de gulden snede, bijvoorbeeld voor de plaatsing van het pagina-cijfer en de verhoudingen van het marge-wit rond de tekst.

Na Deirdre gebruikte Van Krimpen voor Palladium geen illustraties meer, alleen het door hemzelf getekende typografische uitgeversmerk voor de omslagen en een beeldmerk in de vorm van een Medusakop, getekend door Bernard Essers. De enige andere versiering bestond uit de door Van Krimpen getekende en in rood gedrukte initialen.

De voornaamste kenmerken van de Palladium-reeks zijn de 'typographie pure', de blauwgrijze omslagen, vaak met overstekende randen (waardoor de boeken nogal slijtgevoelig zijn), de druk in zwart en rood met gewoonlijk de Caslon-letter op zwaar gevergeerd, niet afgesneden papier, in een doorgaans niet genummerde oplage van zo'n 150-200 exemplaren.

Overzicht[bewerken]

  1. Deirdre en de Zonen van Usnach A. Roland Holst
  2. De zwerver spreekt en andere gedichten Jan Veth
  3. De ar. Een berijmd verhaal Jac. van Looy (1920, 300 exx.)
  4. In Memoriam J.W.F. Werumeus Buning (1921, 150 exx.)
  5. De Duytse Lier van Jan Luyken
  6. Laethemsche brieven over de lente Karel van de Woestijne
  7. Safija van Arthur van Schendel (1922, 200 exx.)
  8. Inkeer P.N. van Eyck
  9. Overpeinzingen van een bramenzoeker R.N. Roland Holst
  10. Berbke van Frans Erens
  11. Sonnetten van P.C. Hooft
  12. Het aangezicht der aarde van Jan van Nijlen
  13. De bloei en enkele andere gedichten van Albert Besnard
  14. De Ceder van Jan Greshoff,
  15. Idylle André Jolles
  16. Enkele gedichten J.W.F. Werumeus Buning
  17. Madonna in tenebris H. van Elro
  18. Penthesileia van Marsman
  19. Narrenwijsheid van J.C. van Schagen
  20. Het zatte hart van Karel van de Woestijne
  21. Saturnus en Clair Obscur van J. Slauerhoff (1927)