Pomona (godin)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pomona, door Nicolas Fouché, ca. 1700

Pomona is de Romeinse godin van de boomvruchten[1]. Ze bezat een pomonal (heilig bos) op de weg naar Ostia (ongeveer 20 km van Rome). Haar eredienst werd verzorgd door de flamen Pomonalis wat wijst op een oude verering. Haar feestdagen waren waarschijnlijk feriae conceptivae (veranderlijke feestdagen), die afhankelijk waren van de stand van de boomvruchten.

Ze was op de achtergrond geraakt door de jaren, maar kende een heropleving bij schrijvers en dichters van de vroege keizertijd: zo maakte Ovidius een kuise bosnimf van haar ten tijde van koning Procas, als geliefde van de passionele Vertumnus. Plinius (N.H. 23.) zag haar als de echtgenote van de vegetatiegod Picus.

Verwante godheden[bewerken]

Pomona had — net zoals Flora — een mannelijke tegenhanger, Pomo of Pomonus in Sabijns en Umbrisch gebied, wat echter niet uitsluit dat deze in oorsprong ook te Rome werd vereerd. Hij vervulde waarschijnlijk gelijkaardige functies. In de Tabulae Iguvinae, een Umbrische tekst, staan bijvoorbeeld verschillende aanwijzingen om te offeren Puemune Pupřike "aan Pomonus Publicus".[2]

In de beeldende kunsten[bewerken]

In de middeleeuwen worden heidense figuren zoals deze Italische godin weinig bestudeerd en afgebeeld. Pas tijdens de renaissance duikt Pomona weer op in de schilder- en beeldhouwkunst. Zij wordt altijd voorgesteld als een jonge vrouw, vaak met een rozenkroon op het hoofd en een bord met vruchten of een hoorn des overvloeds in de hand. Zo is ze onder meer afgebeeld op fresco's van Jacopo da Pontormo (1521, Villa Medici in Poggio a Caiano) en Luca Giordano (1683, Palazzo Medici-Riccardi in Florence).

Het verhaal van Vertumnus en Pomona werd vaak gebruikt in de Europese schilderkunst van de 16e tot de 18e eeuw: de figuur van de godin in haar tuin in het gezelschap van Vertumnus, verkleed als een oud vrouwtje, werd al snel een topos. Het werd onder meer afgebeeld door Hendrick Goltzius (1613), Jan Tengnagel (1617), Paulus Moreelse (1630), David Teniers de Oude (1638), Emanuel de Witte (1644), Ferdinand Bol (1648), Nicolaes Berchem (1650), Cesar van Everdingen (ca. 1650), Gerbrand van den Eeckhout (1669), Adriaen van de Velde (1670), Nicolaes Maes (1673) en Caspar Netscher (1681).

Melzi 222.jpg Luca Giordano 026.jpg Jacopo Pontormo 049.jpg
Vertumnus en Pomona
(Francesco Melzi,
1518–1522)
Vertumnus en Pomona
(Luca Giordano,
1682–1683)
Pomona
(Jacopo da Pontormo,
1521)

De grootste aandacht kende de figuur van Pomona in het neoclassicisme, in werken van kunstenaars zoals Antoine Watteau, François Lemoyne en diens beroemdste leerling François Boucher. In de 19e en vroege 20e eeuw beelden veel standbeelden en decoraties op gebouwen Pomona af. Zo siert een naakt standbeeld van Pomona (Karl Bitter, 1916) de Pulitzerfontein op het Grand Army Plaza in New York. Het bekendste kunstwerk dat Pomona afbeeldt, is het marmeren standbeeld van Auguste Rodin.

Vernoemingen[bewerken]

De stad Pomona in Californië is naar de godin genoemd.[3] De vallei waarin de stad gelegen is, wordt dan ook de Pomonavallei genoemd.

Voetnoot[bewerken]

  1. Omdat pomum (boomvrucht) in latere tijden steeds meer ging slaan op appels (vandaar "pomme" in het Frans) werd Pomona steeds meer beschouwd als godin van de appels, terwijl ze eigenlijk alle boomvruchten patroneerde.
  2. Tabulae Iguvinae, III, 26. Cfr. A. Ernout. Aspect du vocabulair latin, p. 29, n. 1. 1954.
  3. William Bright, 1500 California Place Names: Their Origin and Meaning (University of California Press, 1998), p. 118.