Quarantainestation Heijplaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Quarantainestation Heijplaat
luchtfoto van het terrein
Locatie
Locatie Heijplaat
Coördinaten 51° 54′ NB, 4° 25′ OL
Status en tijdlijn
Oorspr. functie quarantaine-inrichting
Start bouw 1930
Bouw gereed 1933
Opening 1934
Erkenning
Monumentstatus rijksmonument
Monumentnummer 530104
Detailkaart
Quarantainestation Heijplaat (Rotterdam)
Quarantainestation Heijplaat
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Quarantainestation Heijplaat was een inrichting voor zeelieden met besmettelijke ziekten op de zuidoever van de Nieuwe Maas, direct ten westen van Heijplaat. Ten zuidwesten ligt de Werkhaven en ten oosten de Heijsehaven. De quarantaine-inrichting werd in 1934 opgeleverd, maar heeft onder andere door de ontdekking van penicilline geen dienst gedaan voor zeelieden. In plaats daarvan werd het gebruikt voor de quarantaine van emigranten uit Oost-Europa, voor hun overtocht naar Amerika.[1]

Inrichting[bewerken | brontekst bewerken]

Het complex bestond uit een afgesloten terrein van zes hectare met een voetbalveld waaromheen tien gebouwen lagen: een portiersgebouwtje, een mortuarium met stenen onderzoekstafel, een officiersbarak, een zusterhuis, een isolatie- of ziekenbarak, het woonhuis van de beheerder, een chloorhuisje, een badhuis annex ontsmettingsbarak met ontsmettingsketels voor kleding en met een onreine- en een reine afdeling, een centraal keukengebouw met kolossale stoompannen, en drie contactbarakken waarin de mensen met elkaar in quarantaine verbleven. De gebouwen waren elk met hun eigen deelterrein omzoomd door geschoren ligusterhagen van een meter hoog. Aan een eigen steiger aan de Nieuwe Maas kon een besmet schip afmeren.

Vluchtelingenkamp[bewerken | brontekst bewerken]

In december 1938 werd het complex in gebruik genomen als vluchtelingenkamp van Joodse vluchtelingen uit Oostenrijk en Duitsland. Er verbleven hier zowel volwassenen als alleenstaande kinderen. Vooral voor de laatste groep was dit verre van ideaal. Veel vluchtelingen uit het Derde Rijk hebben korte of langere tijd op Heijplaat gewoond. In november 1939 werd het complex gesloten.[2] Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het complex in gebruik bij de Kriegsmarine.[1]

Na de oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

In het voorjaar van 1945 brak in Spijkenisse een tyfusepidemie uit. De patiënten werden onder andere vervoerd naar het Quarantainestation Heijplaat om daar door teams van het Rode Kruis uit zes landen verpleegd te worden. In de zomer van 1945 werden de laatste patiënten er ontslagen.[3][4][5]

De contactgebouwen waren na de oorlog lange tijd in gebruik voor de opvang van bejaarde verblijfspatiënten van het psychiatrisch ziekenhuis Delta en zijn inmiddels afgebroken. De overgebleven zeven gebouwen zijn na opheffing van de quarantainefunctie gekraakt.[1] Tot dan toe was de inrichting ondanks de tientallen jaren van niet-gebruik nog volledig uitgerust met bedden, matrassen en dekens en onder meer ouderwetse rieten manden vol pantoffels en badjassen. Er stonden nog onderzoekstafels en overal hingen nog stokoude, maar werkzame bakelieten huistelefoons. Een ambtenaar van de gemeente hield zelfs de ketel van de centrale verwarming in gang met steenkool.[bron?]

De begroeiing op het terrein is nu verruigd en het voormalige voetbalveld is een wei geworden voor schapen en hangbuikzwijntjes. Het rivierstrandje op de oever is het enige natuurlijke zandstrand van Rotterdam.[6] De krakers van weleer wonen er nog steeds, maar het Havenbedrijf stelt pogingen in het werk om hen van het terrein te verwijderen, zodat de rijksmonumentale gebouwen voor restauratie en kleinschalige bedrijfshuisvesting beschikbaar komen en het terrein volledig openbaar toegankelijk kan worden. In 2015 werd hen door de gemeente Rotterdam een huurcontract voor de periode van tien jaar aangeboden.[7]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Rotterdam Quarantaine van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.