Redevoering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Martin Luther King met zijn rede.

Een redevoering, ook wel toespraak, rede of speech genoemd, is een voordracht over een bepaald onderwerp voor een bepaald publiek door een spreker. Het vakgebied dat redevoeringen bestudeert en probeert te ontdekken hoe een goede redevoering is opgebouwd, is de retorica. In de oude humaniora werd het laatste schooljaar "retorica" genoemd, omdat het bestuderen van beroemde (klassieke) redenaars een belangrijk leerstofonderdeel vormde. Het houden van redevoeringen werd voor het eerst populair in de Griekse en Romeinse democratieën, waarin het publiek - althans vrije burgers, niet slaven - mocht oordelen over juridische en politieke zaken.

Een redevoering gebeurt in een gestructureerde, overwogen manier, met de bedoeling de toehoorders te informeren, beïnvloeden of te vermaken. Een toespraak kent, net als elke vorm van communicatie, vijf basiselementen die onder te verdelen zijn in: "wie" zegt "wat" tegen "wie" met gebruikmaking van "welk middel" en met "welke effecten"? Het doel van spreken in het openbaar kan uiteenlopen van een eenvoudige informatieoverdracht tot het motiveren van mensen om bepaalde actie te verrichten tot het vertellen van een kortverhaal. Begaafde sprekers zijn in staat het niet te laten bij de informatieoverdracht, maar ook de emoties te veranderen van hun luisteraars.

Tegenwoordig maken politici, advocaten en aanklagers nog steeds veel gebruik van dit middel. Ook in informelere contexten, zoals tijdens een bijzondere gelegenheid is het in sommige culturen gebruikelijk om een redevoering te houden. Veel beroepen vandaag de dag vereisen enige bekwaamheid om in het openbaar te spreken.

Bijvoorbeeld Bossuet, Adolf Hitler, Martin Luther King, John F. Kennedy, Barack Obama en Benito Mussolini stonden bekend als begaafde sprekers die grote menigten mensen konden beroeren en achter zich krijgen. Legendarisch van King waren de woorden "I have a dream" en van Kennedy "Ich bin ein Berliner".

Beroemde werken over de retorica zijn geschreven door onder meer Aristoteles, Cicero en Quintilianus. Meer recentelijk schreef schrijver Gerard Reve verschillende bundels met toespraken.

De algemene angst om publiekelijk te spreken wordt glossofobie genoemd, of ook wel plankenvrees. Jerry Seinfeld zei: "De gemiddelde persoon zou tijdens een begrafenis liever in de kist liggen dan een toespraak houden."

Klassieke retorica[bewerken]

Soorten redevoeringen[bewerken]

Aristoteles onderscheidde drie soorten redevoeringen:

  • Het genus iudiciale: de procesredevoering, waarin de rechtmatigheid of onrechtmatigheid van een handeling wordt verdedigd
  • Het genus deliberativum: de politieke rede, waarin nut of schadelijkheid van een beslissing wordt beargumenteerd
  • Het genus demonstrativum: de ceremoniële rede, waarin lof of blaam wordt uitgesproken

Grofweg hebben deze genera betrekking op respectievelijk het verleden, de toekomst en het heden.

Opbouw redevoering[bewerken]

Een redevoering heeft in het algemeen de volgende opbouw:

  • Exordium: inleiding
  • Narratio: vertelling
  • Propositio: stelling
  • Partitio: indeling
  • Argumentatio: argumentatie, bestaande uit:
    • Confirmatio: bewijs
    • Refutatio: weerlegging (van tegenargumenten)
    • Conclusio: conclusie
  • Peroratio: besluit

Overtuigingsmiddelen[bewerken]

Een spreker beschikt over drie soorten pisteis entechnoi, ofwel technische overtuigingsmiddelen:

  • Ethos: het creëren van een positieve karakterindruk met het doel het publiek voor zich te winnen
  • Logos: het beargumenteren van de stelling met het doel het publiek te instrueren
  • Pathos: het bewegen van de emoties van het publiek met het doel het publiek mee te slepen en te ontroeren

Vaak komen deze middelen in deze volgorde in de redevoering voor, waarbij de logos in de argumentatio en het pathos in de peroratio gehoord kan worden.

Een spreker kan voorts gebruikmaken van pisteis atechnoi, ofwel niet-technische overtuigingsmiddelen, zoals wetsteksten en getuigenverklaringen.

Overige gebruikscontexten[bewerken]

  • In de Middeleeuwen werd de ars praedicandi ofwel de preekkunst een nieuw toepassingsgebied van de retorica
  • Eveneens werd in de ars dictaminis ofwel de briefkunst de retorica aangewend; dit kan beschouwd worden als een geschreven redevoering
  • In de ars versificatoria ofwel de verskunst (poëzie) werd door de Rederijkers in Nederland en de seconde rhétorique in Frankrijk de klassieke retorica toegepast, hoewel het argumentele deel hier vaak verwaarloosd werd

Hulpmiddelen[bewerken]

Met name bij een groter publiek kan het moeilijk worden zichzelf kenbaar en verstaanbaar te maken. Bovendien wil een spreker de kans dat zijn boodschap overgebracht wordt vergroten en de aandacht vasthouden. Hiervoor staan, naast de verschillende spreekechnieken, verschillende hulpmiddelen ter beschikking.

  • Het meest primitieve hulpmiddel is de plaats van de redevoering: bij voorkeur vanaf een podium of verhoging in een zaal met goede akoestiek en op de spreker gerichte zitplaatsen, zoals een aula.
  • De spreker kan zijn bereik vergroten middels microfoons en geluidsapparatuur.
  • Door de zaal donker te laten en het podium of de verhoging licht, wordt de aandacht op de spreker gevestigd.
  • Met de voortschrijdende digitalisering kan een spreker zijn toespraak onderbouwen middels een digitale presentatie die op schermen wordt getoond. Bijkomend voordeel is dat de presentatie uitgeprint of per e-mail een de aanwezigen kan worden toegestuurd, zodat ze deze later nogmaals kunnen doornemen.
  • Een spreker kan zijn toespraak ook met gebaren onderbouwen. Het is afhankelijk van de cultuur of de context of dit gewaardeerd wordt door het publiek.
  • Middels een meer interactieve structuur kan een spreker het publiek meer bij de toespraak betrekken. Dit ziet men vooral bij workshops.

Veelvoorkomende vergissingen[bewerken]

Spreken voor publiek is een vaardigheid die niet iedereen even makkelijk afgaat. Er zijn mensen die er een natuurlijke aanleg voor hebben, anderen moeten het leren. Veelvoorkomende fouten waardoor een spreker de aandacht van het publiek kan verliezen zijn:

  • Te zacht, hard, snel of langzaam spreken.
  • De toonhoogte niet variëren waardoor de toespraak (letterlijk) monotoon wordt.
  • Te veel gebaren waardoor het publiek afgeleid raakt.
  • Ronddwalende blikken, het publiek niet aankijken.
  • De presentatie te uitgebreid maken waardoor het publiek zich op de presentatie en niet op de spreker richt.
  • Met een voorwerp of met de aantekeningen spelen tijdens het spreken.
  • De toespraak niet op het publiek afstemmen (taalgebruik, jargon, beschikbare tijd, beroepsmatige achtergrond, kennisniveau over het onderwerp, leeftijd).

Verwante onderwerpen[bewerken]

Retorica in de muziek[bewerken]

Componisten van teksten op muziek in met name de 16de en 17de eeuw hanteerden daarin de principes van de klassieke retorica. Deze praktijk heeft zich tot in de 19de eeuw doorgezet, bij wijze van uitloper. Dit was in het onderwijsprogramma waarmee de jonge Anton Bruckner in de kloosterschool van Stift Sankt Florian bij Linz in Oostenrijk te maken had (o.a. met Athanasius Kirchners traktaat Musurgia Universalis). De bekendste beoefenaars van retorica-in-muziek zijn geweest o.a. Giacomo Carissimi, Marc-Antoine Charpentier, Claudio Monteverdi, Heinrich Schütz, Matthias Weckmann, Christoph Bernhard en Johann Sebastian Bach.

Literatuur[bewerken]

  • A.D. Leeman en A.C. Braet (1987), Klassieke retorica. Haar inhoud, functie en betekenis. Groningen: Wolters-Noordhoff/Forsten. ISBN 9 062 43074 0
  • Rolf Dammann, Der Musikbegriff im deutschen Barock (Köln, 1995)