Relatieve chronologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Relatieve datering)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een relatieve chronologie is een datering waarbij de chronologie van gebeurtenissen of objecten ten opzichte van elkaar wordt vastgesteld. Als er van een van deze gebeurtenissen een duidelijk ijkpunt is, dan kan mogelijk van het geheel van gebeurtenissen of een absolute chronologie worden vastgesteld. Bij archeologisch en historisch onderzoek naar feiten uit het verleden maakt de geschiedschrijver gebruik van bronnen. In verband met de objectiviteitskritiek van de gebruikte bronnen is het van groot belang deze te dateren. Nu kan het gebeuren dat deze bronnen of getuigenissen niet exact kunnen gedateerd worden (absolute datering). Ook in dit geval is het toch van belang een relatieve datering te bepalen.

Geografie[bewerken]

Relatieve datering vindt in de geologie, stratigrafie, archeologie en paleontologie plaats door middel van top-bottomcriteria en gidsfossielen, waarmee wordt bepaald welke aardlaag boven ligt (jonger is). Andere technieken maken gebruik van een ongedateerde gebeurtenis die in meerdere lagen is vast te stellen. In de paleoecologie worden met behulp van typologie bijvoorbeeld verschuivingen in het voorkomen van soorten pollen (palynologie), foraminiferen of andere fossiele soorten aangewezen als zulke gebeurtenissen. Ook lagen van vulkanische as door een vulkaanuitbarsting (tefrochronologie) of verschuivingen in stabiele isotopenverhoudingen kunnen worden gebruikt als zo'n gebeurtenis.

Archeologie[bewerken]

Binnen de archeologie worden periodes wel onderverdeeld aan de hand van de gevonden materialen. De eerste onderverdeling is die op basis van de belangrijkste grondstoffen:

Dit systeem, zonder de kopertijd, staat bekend als het drieperiodensysteem. Deze periodes worden veelal verder onderverdeeld in vroeg, midden en laat of paleo, meso en neo.

Ook deze periodes worden onderverdeeld, onder meer op basis van keramiek en dan vooral aardewerk. Dit is veelal in grote hoeveelheden aanwezig en verweert nauwelijks. Daarnaast veranderden zowel de stijl als de technologie relatief snel, wat datering vereenvoudigt. Een andere onderverdeling is die op basis van architectonische verschillen van paleizen. Zo komen beide voor in de Minoïsche chronologie. Hier worden vroeg, midden en laat verder onderverdeeld in I, II en III en zelfs met toevoegingen A en B.

Niet alleen archeologische vondsten, maar ook historische bronnen worden gebruikt om een relatieve chronologie vast te stellen. Zo zijn koningslijsten van groot belang bij het vaststellen van de chronologie van het Nabije Oosten en de Egyptische chronologie.

Filologie[bewerken]

In de filologie vindt relatieve datering plaats bij het vaststellen van de volgorde van veranderingen in talen, zoals klankverschuivingen.

Termini[bewerken]

Bij datering wordt wel gewerkt met tijdslimieten (bovengrens en ondergrens) of (in het Latijn) termini:

Terminus post quem[bewerken]

Met terminus post quem (ook wel terminus a quo genoemd) bedoelt men een ondergrens van een onbekend tijdstip, dus vanaf wanneer het kan zijn.

Voorbeelden:

  • bewezen kan worden dat de Historia Augusta als bron onder meer het werk van Ammianus Marcellinus heeft gebruikt. Vermits het werk van deze auteur gepubliceerd werd in 392 na Chr., is dat jaar de terminus post quem voor de eindredactie en de publicatie van de Historia Augusta;
  • als bij opgravingen in een houten koffertje een muntstuk met de beeltenis van koning Lodewijk XI van Frankrijk wordt aangetroffen, kan met zekerheid 22 juli 1461 als terminus post quem voor de vervaardiging van het muntstuk worden aangenomen, omdat Lodewijk op die datum koning werd. Overigens voor het koffertje geldt dit niet, want dat kan ouder zijn.

Terminus ante quem[bewerken]

Met terminus ante quem (ook wel terminus ad quem genoemd) bedoelt men een bovengrens van een onbekend tijdstip, dus uiterlijk wanneer het kan zijn.

Voorbeelden:

  • Als bij opgravingen te Pompeï een papyrusfragment wordt ontdekt in de aslaag van de vulkaanuitbarsting van 79 na Chr., dan kan voor deze bron met zekerheid 24 augustus 79 als terminus ante quem vastgesteld worden, aangezien de Vesuvius op deze datum uitbarstte.
  • Als uit een niet gedateerde bron terloops blijkt dat koning Karel I van Engeland nog in leven was op het ogenblik dat het getuigenis werd geschreven, dan is 30 januari 1649 de terminus ante quem, aangezien de koning op die datum werd terechtgesteld.