Rik Wouters (kunstenaar)
| Rik Wouters | ||||
|---|---|---|---|---|
Zelfportret met hoed, 1908 | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Hendrik Emil Wouters | |||
| Geboren | Mechelen, 21 augustus 1882 | |||
| Overleden | Amsterdam, 11 juli 1916 | |||
| Geboorteland | ||||
| Nationaliteit | Belgische | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Academie voor Schone kunsten Mechelen Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel | |||
| Leermeester | Theo Blickx Charles Van der Stappen | |||
| Beroep | kunstschilder, tekenaar, beeldhouwer, etser | |||
| Werkveld | schilderkunst, beeldhouwkunst | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1897[1] – 1916[1] | |||
| Stroming | Brabants Fauvisme | |||
| Stijl | Fauvisme | |||
| Bekende werken | Het zotte geweld, De strijkster, Zelfportret met de zwarte ooglap | |||
| Beïnvloed door | James Ensor, Paul Cézanne | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Kunstenaarsmaplocatie | Frick-kunstreferentiebibliotheek | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||

Hendrik Emil (Rik) Wouters (Mechelen, 21 augustus 1882 – Amsterdam, 11 juli 1916) was een Belgisch beeldhouwer, kunstschilder, tekenaar en etser.[2] Zijn werk wordt tot de stroming van het fauvisme gerekend.
Jeugd en opleiding
[bewerken | brontekst bewerken]Rik Wouters werd geboren in Mechelen op 21 augustus 1882. Hij was het tweede kind van beeldhouwer en meubelmaker Emil Wouters en diens vrouw Melania Daems.[3][4][5] Zijn moeder stierf toen Wouters vijftien jaar oud was.[4]
Naar eigen zeggen kon Wouters op school niet aarden. Om die reden startte hij op twaalfjarige leeftijd startte als beeldhouwer in het meubelatelier van zijn vader.[3][5] Daarnaast studeerde hij aan de Mechelse Academie voor Beeldende Kunsten, waar hij Ernest Wijnants leerde kennen.[3] Wouters ontwikkelde een vriendschap met Wijnants en samen kregen zij les in het atelier van Theo Blickx.[3][5] Van hem leerde Wouters boetseren en het maken van snelle schetsen.[4] Volgens Blickx had Wouters een 'onlesbare wetenshonger'.[5] Voor de werken die Wouters in deze periode maakte, won hij diverse prijzen.[5]
In 1900 verhuisde hij naar Brussel om aldaar beeldhouwen te studeren aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel.[6] Aan de academie kreeg hij onder meer les van Charles Van der Stappen.[6] In Brussel ontmoette hij rond 1903 Nel Duerinckx.[6] Zij was zowel zijn muze als grote liefde.[5] De twee trouwden op 15 april 1905.[4]
Loopbaan
[bewerken | brontekst bewerken]Na hun huwelijk vertrokken ze naar Watermaal-Bosvoorde waar ze een klein huisje betrokken. In deze periode werkte Wouters tevens voor een fotograaf, maar hij was van mening dat het een negatieve invloed had op zijn schilderswerk. Duerinckx probeerde werken van Wouters te verkopen aan een kunsthandelaar in de Sint-Hubertgalerijen, maar zonder succes.[4] Het echtpaar moest Watermaal-Bosvoorde vanwege financiële moeilijkheden verlaten en trok in bij de vader en broers van Wouters in Mechelen.[5]
Een deel van de inboedel die ze na hun huwelijk hadden gekregen, bleef in het appartement achter om de schulden te vereffenen. De vader van Wouters verwachtte in zijn huishouden een duidelijke taakverdeling en er was weinig vrijheid voor het pasgetrouwde koppel. Duerinckx werd geacht het huishouden op haar te nemen, iets dat ze met weinig enthousiasme deed. De vader en de nog thuiswonende broers van Wouters behandelden haar als een dienstmeisje. Naast haar huishoudelijke taken, poseerde ze ook voor Wouters in zijn provisorische atelier.[7] In juni 1906 verhuisde het koppel naar Brussel.[6] Nadat Wouters wat geld had verdiend bij porseleinfabriek Maison Vermeren-Coché, verhuisden ze naar Sint-Joost-ten-Noode.[8][9]
Vertrek naar het Zoniënwoud
[bewerken | brontekst bewerken]In 1907 vertrokken ze samen naar Bosvoorde vlak bij het Zoniënwoud, mede vanwege de zwakke gezondheid van Duerinckx die in deze periode leed aan tuberculose.[10][11][8] In Bosvoorde woonden ze aan de Dennenbosstraat 58.[12][13] De buurt waar ze woonden was kinderrijk en Duerinckx, die de kinderen 'bosuilen' noemde, beschreef hoe zij nieuwsgierig bij hen naar binnen keken om te zien hoe Wouters aan het werk was.[4]
Wouters en Duerinckx waren bevriend met vele kunstenaars, waaronder Edgard Tytgat, Auguste Oleffe en Fernand Verhaegen en zijn vrouw Aline. Laatstgenoemde beeldde Wouters en Duerinckx samen af in zijn werk Rik Wouters en zijn model uit 1910.[14]
De gezonde bosomgeving deed zowel Duerinckx als Wouters goed en Wouters was in deze periode zeer productief. Geïnspireerd door het licht en zijn omgeving maakte hij vele werken. In 1909 maakte hij het werk Het zotte geweld dat was geïnspireerd op de danseres Isadora Duncan.[8][15] Daarnaast maakte hij de werken Vrouw in het zwart een krant lezend (1912), De opvoeding (1912), De strijkster (1912), Herfst (1913) en Lezende vrouw (1913).[16][17]

Ondanks Wouters' productiviteit leefde het koppel in armoede en was afhankelijk van een staatstoelage. Daarnaast verdiende Wouters af en toe geld met de verkoop van zijn werken. Uit armoede stal Duerinckx een keer een aantal aardappelen nadat ze dagen op brood hadden geleefd.[18] Zijn vriend Edgard Tytgat schreef later over hen:
“Als ik hem ging opzoeken, kwam ik hem soms op de weg tegen. Hij haalde water uit de fontein. Wat een mooie herinneringen zijn me bijgebleven aan de wandelingen met hem [Rik] langs het steile straatje aan het Zoniënwoud. Zijn huis stond aan de bosrand. Nel en haar hondje Stella wachtten op ons.”[19]
Enkele jaren later leek het tij te keren. Dankzij prijzengeld dat Wouters had gewonnen, konden ze een stukje grond kopen aan het Citadelplein[a] in Bosvoorde. Wouters had het ontwerp voor het huis zelf getekend. In maart 1914 verhuisde het koppel naar hun nieuwe onderkomen, maar woonde hier slechts enkele maanden.[4]
Werk
[bewerken | brontekst bewerken]Aan werk van de tijd, noodgedwongen op karton gemaakt, zocht hij naar een eigen stijl. Hij imiteerde de dan in de mode zijnde stijlrichtingen maar zette er zich ook tegen af. Wouters wilde het licht vangen zonder te vervallen in pointillistische stipjes. Wouters lichtheid in zijn werk hangt eerder af van de compositie, van harmonie en contrast, waarbij kleurvlakken een eigen bestaan leiden op het doek. Hierin neigde hij al naar het abstracte. Rik Wouters schreef toen in een brief: Leven is schilderen, beeldhouwen en tekenen. Wouters was voortdurend bezig met zijn werk; ze bespaarden op hun eten om dure verf te kopen. Intussen waren Edgard Tytgat en Willem Paerels vrienden geworden. Datzelfde jaar maakte Rik een buste van Tytgat in gips; deze zou tijdens zijn leven nooit in brons gegoten worden, maar onder de zorg van de Brusselse galerie Giroux gebeurde dit later wel. Momenteel hoort het beeld tot de verzameling van het Brusselse Koninklijke Museum voor Schone Kunsten.
De materiële beperkingen werden enigszins opgelost door een contract bij de Brusselse Giroux, in 1911. Rik Wouters is blijkbaar de eerste Belgische kunstenaar geweest die zich met een dergelijk contract aan een galerie bond. Anderzijds wijst het op het vertrouwen dat een galerist in deze jong kunstenaar stelde, met alle risico's van dien. Hij kreeg een maandgeld van 200 frank (BEF), dat echter niet zo regelmatig werd betaald, èn een krediet bij een schilderszaak. Zijn totale productie, zowel de schilder- als de beeldhouwwerken en de tekeningen, moest bij Giroux in verkoop gebracht worden, op basis van 50/50. Daarbij koos de galerist iedere maand een werk voor zichzelf uit.[20]
Rik raakte eind 1911 definitief in de ban van kleur en licht; op dat moment begon dan ook pas zijn grote, maar kortdurende schildersloopbaan. Hij begon toen ook met een nieuwe techniek te experimenteren; de olieverf verdunde hij met terpentijn en bracht deze ook dun maar spontaan op het doek aan, dat bovendien ook deels bewust onbedekt werd gehouden. Of een compositie wel of niet af was, bleef vaak onduidelijk daardoor; met name collega-kunstenaars waren erg enthousiast. Te midden van koortsachtig druk beeldhouwen, tekenen en schilderen realiseerde Rik Wouters in 1912 en 1913 de meesterlijke hoogtepunten uit zijn te korte carrière. Hij schilderde en tekende bijna onafgebroken en maakte in 1912 zeker zestig doeken. Het zotte geweld en Huiselijke zorgen, natuurlijk naar het Nel-model, en de schitterende buste van James Ensor zijn de beroemde sculpturen uit die jaren. Bij de doeken is De strijkster, alweer Nel zelf, een onbetwistbare kleurenwervel, naar het fauvistische model. Na een geslaagde verkoop in de galerie Giroux reisden Rik en Nel samen voor enkele weken naar Parijs, om er, in kleuren, de werken van schilders als Renoir en Paul Cézanne te bewonderen. Daarbij kwam, in datzelfde jaar, nog de bekroning met de Picard-prijs, ter waarde van 600 frank. Hij leende nog 10.000 frank bij, kocht een bouwgrond, tekende zelf de bouwplannen van een werkmanswoning en in het voorjaar van 1914 betrokken Rik en Nel de nieuwe woning. In dit huis schilderde Wouters zijn schilderij Vrouw in het blauw voor de spiegel. Het is een typisch doek van hem, schetsmatig opgezet met uiterst beweeglijk naast elkaar geplaatste kleurvlakken waarin een spiegel naar een vrouw kijkt en daarvan lijkt te duizelen. Het anekdotische element vermeed hij.[20]
Op een groot deel van werken wordt zijn echtgenote en muze Nel afgebeeld. In schilderijen is ze te zien in dagelijkse taferelen, terwijl ze uit het raam kijkt, strijkt of aan tafel zit met een buurmeisje. Daarnaast stond ze ook model voor de vele bronzen en gipsen beelden die Wouters maakte, waaronder Het zotte geweld uit 1912. Naast Nel waren ook andere dagelijkse dingen onderwerp voor de schilderijen van Wouters, allen gekenmerkt door het gebruik van felle kleuren en helder licht. Daarnaast maakte hij een aantal zelfportretten, waaronder het Zelfportret met de zwarte ooglap uit 1915 dat Wouters schilderde in Amsterdam. Wouters leed in deze periode aan kaakbeenkanker en was door zware operaties genoodzaakt een zwarte ooglap te dragen. Het portret staat in schril contrast met de vrolijke en kleurrijke portretten die hij voorheen maakte, maar heeft desondanks wat kleur.[21]
Invloeden
[bewerken | brontekst bewerken]
De eerste jaren in Bosvoorde vanaf 1907 was de invloed van Ensor duidelijk aanwezig in de schilderijen die Wouters maakte (hoewel hij toen vooral met beeldhouwen bezig was), maar uitsluitend in het kleurgebruik van de vroege Ensor. Naar aanleiding van een groepstentoonstelling in Antwerpen bij de kunstenaarsvereniging Kunst van Heden, waar van beide mannen werk hing,[20] noteerde Wouters:
- 'Onze grote vriend Ensor heeft er heerlijke dingen hangen, niet te evenaren van kleurenweelde en uitzonderlijke tonen. Hoe fris oogt die Liefdestuin niet, met al die kleine bonte figuurtjes in rozig wit, roze, rood, blauw, geel en nog veel andere schakeringen, de ene al buitengewoner dan de andere. De hemel is roze! Godverdomme, wat voor een roze! Het is uniek in de geschiedenis van de schilderkunst. De grond: zuiver veronese-groen... Allemaal heel schoon en goddelijk van kleur... Nom de Dieu, Ensor, Ensor!' [22] Later zou Wouters nog een buste in brons maken in 1913, waar Ensor echter niet erg enthousiast over was.
Het schilderij De perziken (c. 1913-14) waar Wouters kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog aan begonnen was en wat hij ook niet afmaakte, laat geen enkele twijfel bestaan over zijn grote bewondering toen voor het werk van Paul Cézanne. Aanvankelijk vond Wouters in Parijs de Cézannes die hij daar zag te ingetogen van kleur; het deed hem te veel denken aan 'tapisserie'. Maar kort daarna kreeg hij met name grote bewondering voor Cézannes composities en constructieve opbouw. De ondertitel van zijn schilderij De perziken is dan ook: Eerbetoon aan Cézanne.[23] Het eerste boekje (met zwart-wit-afbeeldingen!) dat hij van Cézanne onder ogen kreeg (opgestuurd door zijn vriend Lévy uit Frankrijk) schokte hem; hij schreef zijn vriend begin 1911 terug:
- 'Het staat vol met schone dingen. Ik heb het gevoel dat Ensor verbleekt bij dit alles.. ..de eerste overvloedig en gecompliceerd, de ander [Cézanne] van een weleer sobere rijkdom, groter ook en met een onmiddellijk en ontroerend effect. Ik denk dat dit de juiste weg is; ik zal die dan ook enthousiast inslaan.' [24]
In september 1912 bezocht Wouters in Keulen een tentoonstelling waar ongeveer 100 werken van Vincent van Gogh te zien waren; het werk overweldigde hem; hij schreef zijn vriend Levy:
- “..wat 'n enfant terrible [Van Gogh]. Hij grijpt je meteen bij de keel. Elk doek van die kerel is als het oog van een roofvogel. Geen enkel laat je los, en alle stralen ze als omgeven door schaduw. Ze hebben een harde uitdrukking en de nerveuze en getormenteerde structuur van verbrande dingen, zó heeft de zon alles gebakken en verschrompeld.”[25]
In deze jaren maakte Wouters ook kennis met het Franse fauvisme, dat, net als hijzelf, de kleuren primair gebruikte als expressiemiddel. Toch was hij er niet enthousiast over, en noemde het fauvisme in een brief zelfs 'idioot'; hij zou zelf de kleuren minder explosief gebruiken en wilde beslist het motief overeind houden en niet laten verdwijnen in kleurgeweld. Desondanks waren er kunst-recensenten die voor 1914 ook zijn kleurgebruik 'half-barbaars' zouden noemen; ondertussen kreeg hij rond diezelfde tijd steeds meer aandacht in de pers en was zijn naam in België gevestigd, zeker in de niet-officiële kunstkringen.[20]
Oorlog en laatste jaren
[bewerken | brontekst bewerken]In augustus 1914 brak het oorlogsdrama los. Eerst kreeg Rik Wouters nog zijn eerste individuele expo in de Giroux-galerie. Zijn naderende ziekte manifesteerde zich dan al wanneer hij klaagde over regelmatig hevige hoofdpijn, die hem belette om dagenlang te werken. Hij werd opgeroepen als soldaat en ingezet bij de verdediging rond de stad Luik, om de Duitse opmars tegen te houden. Toen het laatste fort daar gevallen was en de Duitsers dus konden doortrekken, vluchtte hij met zijn legereenheid. Met veel andere soldaten die de slag daar hadden overleefd trok hij richting Antwerpen en werd gelegerd in fort Haasdonk. De Duitse overmacht was zo groot dat zijn regiment 'al vechtend' zoals Wouters het beschreef, de grens met het neutrale Nederland overstak. Daar werden ze ontwapend; hij werd geïnterneerd op het terrein van de Juliana van Stolbergkazerne in het Bergkwartier van Amersfoort, en vervolgens in Kamp Zeist, waar 15.000 Belgische militairen zouden wonen, vanaf 1914.[20]
Kamp Zeist
[bewerken | brontekst bewerken]Hier schilderde en tekende hij het dagelijks leven van de militairen. Van de begrafenis van de slachtoffers van de opstand in Kamp van Zeist, begin december 1914, maakte hij onder andere een gedetailleerde aquarel. Zijn vrouw Nel besloot in die periode voor zichzelf in de binnenstad van Amersfoort woonruimte te zoeken. Wouters kreeg eind 1914 toestemming om hier overdag te verblijven en maakte vanuit dit appartement aan de Langestraat diverse aquarellen en tekeningen. Zijn vriend, de dichter Jan van Nijlen kwam er op bezoek en beschreef nog een aquarel die Rik van de Winkelstraat beneden had gemaakt. Ze kregen ook veel steun van de Nederlandse kunstenaar Evert Pieters die de sombere Wouters in het kamp verraste met tekenmaterialen, sigaren en geld. Van Johanna Bonger (de vrouw van Theo van Gogh, Vincents broer) kreeg hij de door haar verzorgde uitgave van de verzamelde brieven van Vincent en las deze eind 1914 geheel door. Door tussenkomst van zijn vrouw Nel, die de kamp-commandant verklaarde dat een van de belangrijkste kunstenaars van België zich in zijn kamp bevond en een heel zwakke gezondheid had, kreeg Rik een bevoorrechte behandeling en mocht hij 5 dagen per week van 12 tot 18 uur het kamp enige kilometers verlaten. Zo kon hij de bosrijke omgeving van Zeist schetsen en schilderen, en in de woonruimte van Nel verblijven. Op hun gezamenlijke wandelingen pakte hij vaak rietstengels en veranderde deze in tekenpennen, waarmee hij in Oost-Indische inkt veel tekeningen maakte, o.a. Zittende vrouw [Nel] voor Amersfoort.
Rik kreeg in het kamp steeds meer last van 'zenuwpijnen' en stekende hoofdpijnen en kreeg daartoe in Utrecht pijnlijke spoelingen en ten slotte een operatie in het Militair Hospitaal aldaar, die echter geen soelaas bood. Op 31 mei 1915 kreeg hij 'verlof voor onbepaalde tijd voor Amsterdam'.[20]
Amsterdam
[bewerken | brontekst bewerken]Samen met Nel schreef hij zich in voor Amsterdam, en ze betrokken daarop een woon-etage aan de Derde Kostverlorenkade nr 37, op de derde verdieping; de etage was hoog, dus licht en gaf ruim uitzicht op de Kostverlorenvaart. Hun nieuwe vriend Nic. Beets stond borg voor de huur en diens familie schonk allerlei huisraad. Rik begon weer te schilderen, waarbij Nel zijn favoriete onderwerp bleef, soms met de vaart vol schepen op de achtergrond; ook stillevens met bloemen ontstonden er. Ondanks zijn verslechterende gezondheid en veel pijn maakte hij er een serie doeken, geschilderd in lichte toets, zoals Zomernamiddag te Amsterdam.
In het najaar van 1915 werd de oorzaak van zijn fatale ziekte duidelijk geworden: kanker in het bovenkaakbeen. Hij kreeg een - naar hij dacht - 'gratis operatie' aangeboden (betaald door kunstverzamelaar Eppe Roelfs Harkema), op 4 oktober uitgevoerd door de toen beroemde chirurg Prof. Rotgans; een maand later schilderde hij met slechts één oog zijn bekende Zelfportret met de zwarte ooglap, waarin de focus lag op de niet-verminkte kant van zijn gezicht. Wouters koos voor een ongewoon donker kleur-palet en sterker dan voorheen bouwde hij de compositie op uit grote kleurvlakken en vereenvoudigde vormen, zoals ook in zijn stilleven Sombere stemming. Bovendien maakte hij die laatste maanden reeksen diepzwarte penseeltekeningen, waarmee hij in Nels eigen woorden haar vervolgde tot
- “..in alle hoeken van het huis, alle onderwerpen zijn hem goed. Of ik slaap of eet, of ik mij kleed, of ik ziek ben, steeds is Rik daar. ..het papier wordt als een schietschijf, waarop met beslistheid lijnen, vormen en kleuren worden geworpen”.[26]
Na een volgende medische ingreep kon hij de afstand tussen zijn kwasten en het doek/papier niet meer goed inschatten en stopte daarom voorgoed met schilderen.[20]
In het najaar van 1915 exposeerde hij een reeks werken op papier in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum te Amsterdam - de eerste museumtentoonstelling van Wouters. Deze werken waren al in de lente van 1915 aangekocht door de onderdirecteur van het Prentenkabinet mr. Nic. Beets, die zijn werk erg waardeerde om zijn gevoeligheid en elementaire karakter. Enkele dagen voor zijn ziekenhuisopname van 5 april 1916 bezocht hij nog de opening van zijn grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum, maar het was hem al te veel; hij moest met een taxi snel terug naar huis. Voor deze tentoonstelling werden verschillende kisten met kunstwerken uit Brussel getransporteerd. Ook het Rijksmuseum kocht in die tijd nog een reeks van zijn werken aan.[20]
Nel getuigde over Riks laatste winter:
- 'De sombere winter van 1915-1916 hangt over Amsterdam als een lijkwade van ijzel en sneeuw. Het was tijdens een van die treurige dagen dat de kwaal herbegon. Zijn stem klinkt hol en het is pijnlijk hem te zien eten. Hij kon alleen vloeibare dingen naar binnen krijgen, en dan nog slechts, zoals zijn dagelijks verband, door de opening van zijn gebroken kaakbeen. Dit verband achter in zijn mond stinkt en dat vloeibare voedsel doet hem walgen. Het vooruitzicht van de lange slapeloze nachten, in een wanhopige strijd tegen de pijn, maakte hem radeloos. Hij kan niet blijven liggen, wandelde in een kring rond als een gek.'
Na zijn derde grote operatie zou Wouters het Amsterdamse Prinsengrachtziekenhuis niet meer verlaten; hij stierf er op 11 juli 1916, nog geen 34 jaar oud. Kort voor zijn dood was er nog een kerkelijk huwelijk afgesloten tussen Nel en hem. Nel bleef na zijn dood tot 1919 in Amsterdam, waarna ze terugkeerde naar België. Ze hertrouwde met een arts, behartigde Riks artistieke belangen en overleed in 1971, 85 jaar oud.
De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel bewaren een gipsen dodenmasker van Wouters (inv. 10.298) en een afgietsel van zijn hand gerealiseerd door Philippe Wolfers.
Vijf jaar na Nels terugkeer werd Riks stoffelijk overschot bijgezet op het kerkhof van Watermaal-Bosvoorde, dicht bij zijn voormalige woonhuis. In de tuinmuur van hun huis liet Nel de steen van Riks graf in Amsterdam inmetselen, als herinnering. In 1944 verscheen in Brussel haar boek Het leven van Rik Wouters doorheen zijn werk,[27] dat zij al eerder had samengesteld; veel fragmenten uit zijn brieven aan haarzelf en aan zijn vriend Simon Lévy zijn hierin opgenomen.
Galerij van werken
[bewerken | brontekst bewerken]- Dromerij, 1907, brons, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
- De roze laan, 1912, uit de collectie van The Phoebus Foundation
- Portret van Mevrouw Giroux, c. 1912-13, olieverf op linnen, Groeningemuseum, Brugge
- Herfst, c. 1913, olieverf op linnen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
- Dame in het blauw voor een spiegel, 1914, olieverf op doek
- Rik met de blauwe blouse, 1914
- De fluitspeler, 1914
- Vrouw aan het venster, c. 1915
- Namiddag in Amsterdam, 1915, olieverf op linnen
Eerbetonen
[bewerken | brontekst bewerken]- De Belgische Posterijen vereerden Wouters bij herhaling met postzegels: in 1955, 2 waarden met identieke afbeelding van De Dolle Maagd en in 1966 één waarde met een zelfportret.

Werken (selectie)
[bewerken | brontekst bewerken]- Houding (1909)
- Het zotte geweld (1912), Middelheimmuseum Antwerpen, ook bekend als de De Dwaze Maagd
- Dame in het rood (1912)
- Huiselijke zorgen (1913)
- Volksvrouw (1913), Gemeentelijk Park Boom
- L'Homme au chapeau de paille (1913)
- Lezende vrouw (1913)
- Vrouw in het blauw voor de spiegel (1914)
- Zelfportret met de zwarte ooglap (1915)
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Avermaete, R. (1986). Rik Wouters. Jacques Antoine.
- Bertrand, O. (1994). Kroniek van een leven. Pandora.
- Bertrand, O. (2000). Visies op een levensloop. Belgian Art Research Institute.
- Delen, A. J. J. (1922). Rik Wouters: Zijn leven, zijn werk, zijn einde.
- Dewulf, B. (2001). Bijlichtingen: Kijken naar schilders. Hoofdstuk V: De feesttooi van het licht: Over Rik Wouters. Uitgeverij Atlas.
- Jager, M. (2016). Rik Wouters & Nederland. Waanders Uitgevers.
- Min, E. (2011). Rik Wouters: Een biografie. De Bezige Bij Antwerpen.
Literatuur
- (en) Malevez, Apolline (2025). Nel Duerinckx and Rik Wouters: Collaborative Creation, Domestic Work, and Building a Legacy. Nineteenth-Century Art Worldwide 24 (3): 31–51. ISSN:1543-1002. DOI:10.29411/ncaw.2025.24.3.3.
- Min, Eric (2011). Rik Wouters: een biografie. Manteau. ISBN 9789085423379.
Noten
- ↑ Het huis heeft thans het adres Rik Woutersplein 7.
Referenties
- 1 2 RKDartists; geraadpleegd op: 20 oktober 2022; RKDartists-identificatiecode: 85676.
- ↑ Rik Wouters. research.rkd.nl. Geraadpleegd op 14 februari 2024.
- 1 2 3 4 Rik Wouters (kunstenaar, °1882 - †1916). Stadsarchief Mechelen.
- 1 2 3 4 5 6 7 Devroe, An, De geveltoerist: Rik Wouters creëerde zijn eigen centrum. www.okv.be. Geraadpleegd op 30 september 2026.
- 1 2 3 4 5 6 7 Van Clemen, Sam, Rik Wouters heeft indrukwekkend oeuvre nagelaten: “Toen zijn carrière pas op gang kwam, was ze al voorbij”. GVA (8 april 2019). Geraadpleegd op 30 september 2026.
- 1 2 3 4 Malevez 2025, p. 32.
- ↑ Min 2011.
- 1 2 3 De Boodt, Min & Todts 2011, p. 27.
- ↑ Malevez 2025, p. 33.
- ↑ Moeke met de rode mond. De Morgen. DPG Media (5 februari 1999). Geraadpleegd op 12 februari 2024.
- ↑ De Boodt, Min & Todts 2011, p. 1.
- ↑ Aan de gevel van deze woning hangt een gedenkplaatje dat het koppel hier heeft gewoond. Door hernummering heeft het huis thans huisnummer 56.
- ↑ Devroe, An, De geveltoerist: Rik Wouters creëerde zijn eigen centrum. www.okv.be. Geraadpleegd op 30 september 2026.
- ↑ Devroe, An, De geveltoerist: Rik Wouters creëerde zijn eigen centrum. www.okv.be. Geraadpleegd op 30 september 2026.
- ↑ De Boodt, Min & Todts 2011, p. 38.
- ↑ De Boodt, Min & Todts 2011, p. 29.
- ↑ De Boodt, Min & Todts 2011, p. 30.
- ↑ Moeke met de rode mond. De Morgen. DPG Media (5 februari 1999). Geraadpleegd op 12 februari 2024.
- ↑ Tentoonstellingscatalogus, E. Desmedt, Edgar Tytgat, houtsnijder; museum voor Schone Kunsten, Gent, 1995-96
- 1 2 3 4 5 6 7 8 Rik Wouters en Nederland, Maarten Jager; Waanders uitgevers, Zwolle / museum Flehite, Amersfoort, 2016; ISBN 978-94-6262-102-2
- ↑ Truijens, Aleid, Rik Wouters. Kort, heftig, koortsachtig.. De Volkskrant. DPG Media (15 augustus 2011). Geraadpleegd op 13 februari 2024.
- ↑ Rik Wouters. Kroniek van een Leven, O. Bertrand & S. Hautekeete; Antwerpen 1994, p. 85
- ↑ Huis van herinneringen, F. Lechien-Durant, Museum van Buuren, Brussel 2000, p. 133
- ↑ 'Rik Wouters', K. de Boodt, in Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, 2014, p. 32
- ↑ La vie de Rik Wouters à travers son oeuvre, Nel Wouters; 1944, p. 33
- ↑ Avant-garde in België, tentoonstellingscatalogus van Museum voor moderne Kunst, Brussel en Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen, 1992, p. 60
- ↑ lib. ugent: Het leven van Rik Wouters doorheen zijn werk