Royal Philharmonic Orchestra

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het RPO in Cadogan Hall

Het Royal Philharmonic Orchestra (RPO) is een Brits symfonieorkest, gevestigd in Londen.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het RPO werd in 1946 door Sir Thomas Beecham opgericht. Het eerste concert werd op 15 september 1946 gegeven in Croydon. Beecham was eerste dirigent tot aan zijn dood in 1961. Hij werd opgevolgd door Rudolf Kempe, die in 1970 de eretitel “dirigent voor het leven” kreeg. Andere dirigenten waren Antal Doráti, Walter Weller, André Previn, Vladimir Ashkenazy. In 1992 werd Joeri Temirkanov tot eerste dirigent benoemd en in 1996 werd Daniele Gatti zijn opvolger. In 2009 volgde Charles Dutoit hem op.[1]

Toen het orkest in 1950 een tournee maakte door de Verenigde Staten was het het eerste Britse symfonieorkest dat Amerika bezocht sinds het London Symphony Orchestra in 1912.

Later begon het orkest een eigen stijl te ontwikkelen, vooral bij de houtblazers, die geleid werden door Jack Brymer (klarinet), Gwydion Brooke (fagot), Terence McDonagh (hobo), en Gerald Jackson (fluit).
Nadat Beecham overleed probeerde het orkest zichzelf richting te geven, en raakte al snel in de problemen.[2] De Royal Philharmonic Society besloot het RPO niet te huren voor de concerten in het seizoen 1963 en Glyndebourne engageerde vanaf 1964 het London Philharmonic Orchestra in plaats van het RPO. De directie van de Royal Festival Hall verbrak eveneens de banden met het orkest. Een aantal musici verliet het orkest en Kempe nam ontslag als eerste dirigent. Geholpen door Sir Malcolm Sargent slaagde het orkest er in zijn eigen concerten te organiseren in een bioscoop in het centrum van Londen, Swiss Cottage.[3]

In 1984 werd het orkest opnieuw bedreigd in zijn voortbestaan, toen een onderzoek dat voor de Arts Council door journalist William Rees-Mogg werd uitgevoerd, uitwees dat het ontbrak aan een groot symfonieorkest in het oosten van Engeland. Gesuggereerd werd dat het RPO maar naar Nottingham moest verhuizen. Een ander rapport van de Arts Council uit dezelfde tijd deed de aanbeveling dat het RPO juist een goede combinatie zou vormen met het London Symphony Orchestra als bespelers van het Barbican Centre. Uiteindelijk werd geen van beide aanbevelingen uitgevoerd.[4] Sinds 2004 concerteert het RPO in de Cadogan Hall in Chelsea.

In 1992 werd Peter Maxwell Davies benoemd tot dirigent en vaste componist van het RPO.

In 2010 heeft het orkest samen met Sting een concert gehouden in Berlijn

In 2021 werd prins Charles beschermheer.[5]

Opnamen[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de periode dat Beecham dirigent was maakte het RPO opnamen voor Columbia Records, RCA Victor, en EMI. Hieronder volgt een lijst met een aantal van die opnamen:

In 1964 nam Igor Stravinsky zijn opera The Rake's Progress met het RPO op. Van 1964 tot 1979 stond het RPO onder contract bij Decca Records en nam opera’s van Gilbert en Sullivan op met de D'Oyly Carte Opera Company.

In 1986 richtte het orkest zijn eigen label op, RPO Records, en was daarmee het eerste orkest ter wereld dat zoiets deed.[6]

Behalve het klassieke repertoire heeft het RPO de muziek voor een aantal films opgenomen, zoals voor Michael Powell en Emeric Pressburger's The Red Shoes en The Tales of Hoffmann.

Dirigenten[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]