Samenstelling Tweede Kamer 1905-1909

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1905-1909 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode na de Tweede Kamerverkiezingen van 16 juni 1905. De zittingsperiode ging in op 19 september 1905.

Nederland was verdeeld in 100 kiesdistricten, waarin 100 Tweede Kamerleden werden verkozen. Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde.

Gekozen bij de verkiezingen van 16 en 28 juni 1905[bewerken | brontekst bewerken]

Algemeene Bond van RK-kiesverenigingen (25 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Liberale Unie (24 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

ARP (15 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

VDB (11 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Vrije Liberalen (10 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

CHP (7 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

SDAP (6 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Vrije Socialist (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Friese Bond (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 40 kiesdistricten was een tweede verkiezingsronde nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd gehouden op 28 juni 1905.
  • Pieter Rink (Liberale Unie) werd in de tweede stemronde verkozen in het kiesdistrict Arnhem, maar besloot zijn verkiezing niet aan te nemen vanwege zijn benoeming tot minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-De Meester. Als gevolg hiervan werden op 7 en 14 september dat jaar naverkiezingen gehouden in Arnhem. In de tweede stemronde van die naverkiezing werd Kornelis Eland verkozen.
  • Dirk Fock (Liberale Unie) werd in de tweede stemronde verkozen in het kiesdistrict Rotterdam I, maar besloot zijn verkiezing niet aan te nemen vanwege zijn benoeming tot minister van Koloniën in het kabinet-De Meester. Als gevolg hiervan werden op 7 en 14 september dat jaar naverkiezingen gehouden in Rotterdam I. In de tweede stemronde van die naverkiezing werd Samuel van den Bergh verkozen.
  • Eduard Ellis van Raalte (VDB) werd in de tweede stemronde verkozen in het kiesdistrict Rotterdam V, maar besloot zijn verkiezing niet aan te nemen vanwege zijn benoeming tot minister van Justitie in het kabinet-De Meester. Als gevolg hiervan vond op 6 september dat jaar een naverkiezing plaats in Rotterdam V, waarbij Bartel Wilton werd verkozen. Die besloot zijn verkiezing niet aan te nemen, waardoor er op 7 en 14 september 1905 opnieuw naverkiezingen werden gehouden in dit kiesdistrict. In de tweede stemronde van deze naverkiezing werd Pieter Rudolf Mees (VDB) verkozen.
  • Hendrik Goeman Borgesius (Liberale Unie) werd in de tweede stemronde verkozen in twee kiesdistricten, Enkhuizen en Zutphen. Hij opteerde voor Enkhuizen, als gevolg hiervan vonden op 1 en 8 augustus dat jaar naverkiezingen plaats in het kiesdistrict Zutphen. In de tweede stemronde van deze naverkiezing werd Franciscus Lieftinck verkozen.
  • Lodewijk Duymaer van Twist (ARP), verkozen in het kiesdistrict Steenwijk, nam zijn verkiezing niet aan vanwege zijn promotie tot kapitein. Bij een naverkiezing op 11 juli dat jaar werd Duymaer van Twist opnieuw verkozen.
  • Carel Victor Gerritsen (VDB), verkozen in het kiesdistrict Den Helder, overleed voor de installatie van de nieuw verkozen Tweede Kamerleden plaatsvond. Als gevolg hiervan vond op 4 augustus dat jaar een naverkiezing plaats in dit district, waarbij Zadok van den Bergh werd verkozen.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1905[bewerken | brontekst bewerken]

1906[bewerken | brontekst bewerken]

  • 18 september: Willem van der Vlugt (vrije liberalen) vertrok uit de Tweede Kamer om gezondheidsredenen. Bij een tussentijdse verkiezing op 26 oktober dat jaar in Leiden werd Johannes Theodoor de Visser (CHP) verkozen als zijn opvolger, hij werd op 13 november 1906 geïnstalleerd.
  • 20 september: na de oprichting van de Bond van Vrije Liberalen vormden de parlementsleden voor de vrije liberalen een fractie. Meinard Tydeman werd verkozen tot fractievoorzitter van de Vrije Liberalen.

1907[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1 januari: Maurits Anton Brants (ARP) nam ontslag omdat hij het Tweede Kamerlidmaatschap niet verenigbaar vond met zijn functie van burgemeester van Schiedam. Bij een tussentijdse verkiezing op 31 januari dat jaar in Ede werd Schelto van Citters verkozen, die op 6 maart 1907 werd geïnstalleerd.
  • 24 augustus: Pieter Lodewijk Tak (SDAP) overleed. Als gevolg hiervan werden op 2 en 15 oktober dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Franeker. In de tweede stemronde werd Willem Helsdingen verkozen, die op 23 oktober 1907 werd geïnstalleerd.
  • 27 augustus: Otto van Limburg Stirum (CHP) vertrok uit de Tweede Kamer. Als gevolg hiervan werden op 9 en 22 oktober dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Schiedam. In de tweede stemronde werd Dirk Jan de Geer verkozen, die op 4 november 1907 werd geïnstalleerd.
  • 25 oktober: Hendrik Okma (ARP) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 4 december dat jaar in Sneek werd Simon de Vries Czn. verkozen als zijn opvolger, hij werd op 11 december 1907 geïnstalleerd.

1908[bewerken | brontekst bewerken]

  • 11 februari: Theo Heemskerk (ARP) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Heemskerk. Hij werd als voorzitter van de ARP-Kamerclub op 18 maart 1908 opgevolgd door Jan Hendrik de Waal Malefijt. Bij een tussentijdse verkiezing op 13 maart dat jaar in Sliedrecht werd Jan van der Molen verkozen, hij werd op 18 maart dat jaar geïnstalleerd.
  • 12 februari: Syb Talma (ARP) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister van Landbouw, Nijverheid en Handel in het kabinet-Heemskerk. Bij een tussentijdse verkiezing op 12 maart dat jaar in Tietjerksteradeel werd Coenraad van der Voort van Zijp verkozen als zijn opvolger, hij werd op 19 maart 1908 geïnstalleerd.
  • 12 februari: Maximilien Joseph Caspar Marie Kolkman (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister van Financiën in het kabinet-Heemskerk. Hij werd als voorzitter van de Rooms-Katholieke Kamerclub op 11 maart dat jaar opgevolgd door Jan Loeff. Bij een tussentijdse verkiezing op 3 maart 1908 in Rheden werd Joseph Willem Jan Carel Marie van Nispen tot Sevenaer verkozen als zijn opvolger, hij werd op 10 maart dat jaar geïnstalleerd.
  • 9 juli: De CHP fuseerde op 9 juli 1908 met de Friese Bond tot de Christelijk-Historische Unie. De CHU-fractie die daaruit ontstond stelde Alexander Frederik de Savornin Lohman aan als voorzitter.
  • 9 september: Jan van Alphen (ARP) vertrok uit de Tweede Kamer om gezondheidsredenen. Bij een tussentijdse verkiezing op 16 oktober dat jaar in Ommen werd Abraham Kuyper verkozen als zijn opvolger, hij werd op 13 november 1908 geïnstalleerd.
  • 18 september: Simon de Vries Czn. (ARP) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot wethouder in Amsterdam. Daarom werd op 13 oktober 1908 een tussentijdse verkiezing gehouden in Sneek, waarbij Abraham Kuyper werd verkozen. Kuyper, die op 16 oktober dat jaar ook in Ommen werd verkozen, opteerde echter voor dat laatste kiesdistrict en als gevolg hiervan vond er op 29 oktober 1908 een nieuwe tussentijdse verkiezing plaats, waarbij Hendrik Pollema werd verkozen, die op 9 november dat jaar werd geïnstalleerd.
  • 13 november: Jan Hendrik de Waal Malefijt nam ontslag als voorzitter van de Antirevolutionaire Kamerclub en werd opgevolgd door Abraham Kuyper.

1909[bewerken | brontekst bewerken]

  • 9 juli: Schelto van Citters (ARP) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot Commissaris van de Koningin in Gelderland. Bij een tussentijdse verkiezing op 27 juli dat jaar in Ede werd Willem van Manen Jzn. verkozen, die op 16 september 1909 werd geïnstalleerd.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]