Selma Wijnberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Selma Wijnberg
Selma Engel in 2010 op het terrein van het voormalige Kamp Westerbork
Selma Engel in 2010 op het terrein van het voormalige Kamp Westerbork
Algemene informatie
Volledige naam Selma Engel-Wijnberg
Geboren Groningen, 15 mei 1922
Bekend van ontsnapping uit vernietigingskamp Sobibór
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Selma Engel-Wijnberg (Groningen, 15 mei 1922) is Nederlands Holocaustoverlevende en de enige Nederlandse gevangene van vernietigingskamp Sobibór die daaruit ontsnapte.

Wijnberg groeide op in Zwolle waar haar ouders een hotel hadden, hotel Wijnberg.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Vanaf september 1942 was Wijnberg, in die tijd ook Sarah of Saartje genoemd, ondergedoken in Utrecht en daarna in De Bilt. Haar onderduiknaam werd Greetje van den Berg. Ze werd op 18 december op de Utrechtseweg door de politie gearresteerd. In februari 1943 werd ze naar het kamp Vught gebracht, hierna verbleef ze een week in Kamp Westerbork en vanaf 9 april in Sobibór.

Na haar ontsnapping tijdens de opstand van 14 oktober 1943 (zie Escape from Sobibor), vluchtte ze met de Poolse Jood Chajm Engel (Koło, 10 augustus 1916 - 2003), waar ze in Sobibór verliefd op was geworden. Het paar vluchtte door een mijnenveld en een bos en dook negen maanden lang onder in de zolder van een boerderij, tot aan de bevrijding van Polen in juli 1944 door het Rode leger. Ondertussen was het paar getrouwd en raakte Selma zwanger.

Via Chełm en Parczewski, waar hun zoon Emiel geboren werd, gingen ze naar Lubin. Vandaar gingen ze per trein dwars door de Oekraïne naar Tsjernivtsi en vandaar naar Odessa. Per boot, waar Chajm als niet-West-Europeaan opgesmokkeld moest worden, vertrokken ze naar Marseille. Op de boot overleed Emiel. Het lichaam werd bij Griekenland in zee gegooid. Per trein kwamen ze terug in Zwolle en gingen wonen in Hotel Wijnberg.

Na de oorlog[bewerken]

Koninklijke onderscheiding voor Selma Engel-Wijnberg

KVP-minister Hans Kolfschoten besloot dat Chajm als ongewenst vreemdeling niet in Nederland kon blijven. In Nederland huwden ze op 18 september 1945 opnieuw en de Zwolse politie trok daaruit de conclusie dat Wijnberg door te trouwen met de Pool Engel ook de Poolse nationaliteit gekregen had en vroeg aan het Ministerie van Justitie wat er met beiden moest gebeuren. Ze werden echter niet uitgezet omdat Polen geen onderdanen uit het buitenland opnam. Er werd overwogen om beiden in een vreemdelingenkamp in Valkenswaard op te sluiten, maar daarmee werd gewacht, omdat er verwacht werd beiden snel alsnog naar Polen uit te kunnen zetten. In Zwolle kreeg het paar een zoon en een dochter en ze dreven een stoffen- en modezaak.

In 1951 vertrokken ze naar Israël waar ze eerst in de kibboets Moledet en daarna in Beit Yitzhak gingen wonen. Omdat Chajm daar niet kon wennen gingen ze in 1957 naar de Verenigde Staten waar ze zich in Branford vestigden. Ze keerden alleen enkele keren terug naar Europa om te getuigen tegen oorlogsmisdadigers uit Sobibór. In 2003 stierf Chajm.

Op 12 april 2010 bood minister Ab Klink tijdens de Westerbork-herdenking namens de Nederlandse regering excuus aan voor de houding van de Nederlandse regering. Deze excuses wilde mevrouw Wijnberg niet aannemen, omdat zij deze 'te laat' vond. Ze werd op diezelfde dag benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Filmen boek[bewerken]

Haar rol in de uitbraak werd in de film Escape from Sobibor vertolkt door Ellis van Maarseveen. Ad van Liempt schreef de biografie Selma: De vrouw die Sobibor overleefde (ISBN 9789074274425) en maakte een documentaire die door de NOS op televisie werd uitgezonden.

Referentie[bewerken]