Sjef van Oekel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dolf Brouwers als Sjef van Oekel tijdens opnamen voor kerst 1974

Sjef van Oekel is een fictief figuur, oorspronkelijk gespeeld door Dolf Brouwers in de televisieseries van Wim T. Schippers. Het personage werd later ook de hoofdrolspeler in een gelijknamige vedettestrip getekend door Theo van den Boogaard en geschreven door Wim T. Schippers.

Personage[bewerken]

Sjef van Oekel is een Belg, afkomstig uit Reet (een dorpsnaam die Wim T. Schippers in België op een bedrijf in autoaccessoires had zien staan). Desondanks praat hij zonder een Vlaams accent. Van Oekel gaat altijd gekleed in een zwart kostuum, bril, klein snorretje. Het personage drukt zich vaak uit in archaïsmen en oude retoriek.

Oorsprong[bewerken]

Wim T. Schippers bedacht Sjef van Oekel in 1972. Harry Touw, die het personage Fred Haché speelde, wees op zijn vriend Dolf Brouwers voor de rol. Het personage heette toen nog "S. Van Oekel" en het was Brouwers die hem "Sjef" doopte.

Televisie[bewerken]

In de programma's van Wim T. Schippers[bewerken]

Het personage speelde in 1972 voor het eerst bijrolletjes in de televisieseries van Barend Servet. In de actualiteitenrubriek Achter het net van Barend Servet speelde hij een patatbakker uit het Vlaamse Reet waarvan de patatkraam in brand was gevlogen en hij met hulp van anderen een herstart maakte. Opvallend was dat Sjef hierbij met een sterk Vlaams accent sprak wat later niet het geval was.

Later werd Van Oekel al gauw erg populair dankzij zijn catchphrases "reeds", "pardon reeds", "dat ben ik dus" en "ik word niet goed". Van Oekel zong ook geregeld enorm vals en overdreven. Nationaal bekend werd hij met het lied "Vette Jus" (1973), dat hij vanachter een volgeladen tafel zong, waarna hij tenslotte ter aarde stortte te midden van de borden en schotels. Uit hetzelfde jaar dateert "Juliana onze vorstin", een tekst van Schippers en Gied Jaspars; volgens de hoestekst van de single geschreven 'N.a.v. het 25-jarig jubileum van H.M. de Koningin'. Een ander bekend liedje was Gehaakte beddensprei.

Op 9 april 1973 vertolkte Van Oekel de rol van directeur van Radio Stereo Petat, mee aan een eenmalige uitzending van klassieke muziek door het Comité Nederland Muziek vanaf het sportvissersschip MV De Morgenster, als persiflage op de een week eerder aan de grond gelopen zeezender Radio Veronica.

Uiteindelijk kreeg hij in het seizoen 1974-'75 zijn eigen televisieprogramma Van Oekel's Discohoek, bedacht, geschreven, samengesteld en geregisseerd door Wim van der Linden, Wim T. Schippers en Ellen Jens. Daarin ontving hij Nederlandse en buitenlandse popartiesten die, overduidelijk playbackend, optraden. Regelmatig viel er een kantoorkast om of struikelde Van Oekel over een kabel, zodat het geluid uitviel. Na enige tijd beschouwden sommigen het als een eer om in het programma geweest te zijn. Het optreden van de Amerikaanse Donna Summer met haar song The Hostage waarin zij aan het begin een rinkelende telefoon opneemt, is legendarisch: assistent Evert pakt net voor haar de telefoon op en zegt na enig luisteren: Mevrouw, er is geloof ik telefoon voor u. Van Oekel was helemaal in vervoering van Donna Summer zelf. De zangeres zelf keek later, zo blijkt uit interviews, overigens met dankbaarheid erop terug. Het programma was eigenlijk een grote persiflage op het fameuze popprogramma AVRO's Toppop, waarbij het playback-karakter er wel heel dik bovenop lag.

Sommige uitzendingen speelden zich op locatie af en in een van de uitzendingen was een trein het decor waarbij Edwin Rutten voor de conducteur speelde en zeer tegen de zin van Harry Touw het lied Toch is 't klote zonder jou zong.

Nadat Van Oekel tijdens de uitzending op de dag na kerst niet goed werd en in de fietstas van zijn sidekick de boekhouder ir. Evert van der Pik (Jaap Bar) had gekotst, begon Henk van der Meyden een actie tegen het programma, mede omdat die dag op het andere net de EO uitzond met geestelijke liederen en miljoenen mensen hierdoor tot van Oekel waren veroordeeld omdat er nog maar 2 netten waren. De lezers van het tijdschrift Muziek Expres verkozen Sjef van Oekel echter tot "Populairste televisiepersoonlijkheid van 1974."

Latere tv-optredens en muzikale releases[bewerken]

In het seizoen 1978 was Brouwers tien afleveringen te zien als de verlopen nachtclubeigenaar 'Waldo van Dungen' in Het Is Weer Zo Laat (Waldolala). In 1979 nam hij een single op met Herman Brood, "Nooit Meer Terug Naar Die Rotschool", en in 1980 volgde de carnavalskraker Oei Oei Dat Was Lekker. In 1981 speelde Brouwers in de serie De lachende scheerkwast, opnieuw geschreven door Wim T. Schippers. In 1984 speelde hij nog een bijrol in de serie Opzoek naar Yolanda.

Inmiddels was hij bezig afscheid te nemen van zijn personage. Onder zijn eigen naam werd hij in 1983 "parlementáár verslaggever van de Vara" in het VARA-radioprogramma Paviljoen Drie van Felix Meurders, en in 1985 nam hij onder zijn eigen naam de single Oh, Wat Is Het Toch Fijn Om Gelukkig Te Zijn op, die net geen hit werd.
Met het programma De ondergang van de Onan (waarmee een passagiersschip werd bedoeld waarop alle personages (in een zogenaamd toneelstuk) nog eens in allerlei idiote situaties ten tonele verschenen) werd het tijdperk Van Oekel zo'n beetje afgesloten.

In de negende aflevering van Kinderen voor Kinderen in 1988 figureerde Brouwers tijdens het lied "Sneu" als een vader die tot grote schaamte van zijn dochter in een bulderend gelach uitbarstte op een voor hem zeer typerende wijze.

In de oudejaarsuitzending van Wie ben ik? op oudejaarsavond 1993 bij RTL4 fungeerde Dolf als aanwijzing voor de kandidaten. Hij zong daar het nummer "Hoeveel hoedjes heeft de Koningin ?"

In 1995 deed Brouwers nog een serie korte interviews voor de tv met bekende Nederlanders, die hij meenam ergens op een buitenlocatie om in de van hem bekende stijl met deze mensen te spreken (zoals met de operettezanger Marco Bakker: "ik heb in uw kleedkamer bij uw kostuum ook zo'n rijzweepje zien staan, is dat nou voor SM... of zoiets?")

In 1995 reikte burgemeester Wim Deetman aan Brouwers de Gouden Speld van de stad Den Haag uit. In datzelfde jaar overleed Brouwers' echtgenote.
Brouwers zelf overleed twee jaar later op 85-jarige leeftijd in zijn woning te Den Haag, de stad die hij als de zijne beschouwde. Zoals hij bij de opening van de nieuwe Hilversum 3-studio in 1980 verklaarde: "Ik kom dus uit Den Haag. Ben ik vandaan gekomen met mijn DAF... Een spoor van verwoestingen achter mij latend. Want zei Voltaire al niet REEDS: 'Doe wel en zie niet om'!"

Op 3 oktober 2004 vond de première plaats van de voorstelling Dolf Brouwers, ben ik dat? geschreven door Rob van Dalen, met Manou Kersting als Dolf Brouwers, Marieke van Leeuwen als zijn vrouw Greet, Clous van Mechelen als zichzelf, en Johnny Kraaijkamp jr. als Wim T. Schippers. De regie was van Guusje Eijbers.

Stripreeks[bewerken]

Van Oekels populariteit vond in 1976 uiteindelijk zijn weg in een eigen vedettestripreeks, geschreven door Wim T. Schippers en getekend door Theo Van Den Boogaard. Deze stripreeks werd berucht omdat ze véél explicieter was dan de Van Oekel die op televisie verscheen. In de strips brengt Van Oekel de mensen om zich regelmatig in verlegenheid, maar komt zelf ook met de meest vreemde en ongegeneerde mensen in contact. De mensen vereren hem soms (hij wordt o.a. aangezien voor Jezus en voor een bekende schrijver), zijn vaak woedend op hem (als hij bijvoorbeeld een auto-ongeluk veroorzaakt), maar zijn meestal te verbouwereerd om effectief te kunnen reageren. Elementen uit de Nederlandse samenleving worden op de hak genomen: zo zijn veel politieagenten homoseksueel (wat ze ook openlijk en zeer expliciet laten zien). In de reeks kwamen veel taboeonderwerpen voor, zoals religie, pornografie, scheldwoorden, pedofilie en prostitutie.

Er zijn zeven albums uitgekomen met langere en kortere verhalen, die in het tijdschrift Nieuwe Revu in voorpublicatie verschenen. Ze verkochten zeer goed en werden zelfs onder de titel, "Léon Van Oukel" in het Frans vertaald (later: "Léon La Terreur"), in het Duits ("Julius Patzenhofer"), Deens en Spaans.

Dolf Brouwers spande in 1989 echter een proces aan tegen Schippers en Van Den Boogaard om hij geen cent inkomsten ontving aan de strips die hem bovendien erg oncomplimenteus afschilderden. Het tegenargument van Schippers was dat Sjef van Oekel een fictief personage is dat door Schippers zelf is verzonnen. In 1991 besliste de rechter dat Brouwers niet langer mocht worden afgebeeld in ‘obscene of pornografische scènes’. Over de financiële vergoeding bereikten Schippers en Brouwers in 1992 een schikking, waardoor het hoger beroep geen doorgang hoefde te vinden.

Lijst van Sjef van Oekelstripalbums[bewerken]

  • Sjef van Oekel in de bocht;
  • Sjef van Oekel draaft door;
  • Sjef van Oekel zoekt het hogerop;
  • Sjef van Oekel raakt op drift;
  • Sjef van Oekel bijt van zich af;
  • Sjef van Oekel breekt door;
  • Sjef van Oekel slaat terug.

Trivia[bewerken]

  • De gag waarin Sjef van Oekel werd berispt omdat hij in de trein zijn voeten op de bank legde ("Doet U dat thuis ook ?") is gebaseerd op een scene met Edwin Rutten als zingende conducteur.