Frietkot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een typisch frietkot in Brussel.
Frituur 't Zoet Water' in Oud-Heverlee, België.
Ruis van een frietkot in Brussel

Een frietkraam, patatkraam (in Nederland) of frituur, frietkot (in Vlaanderen) is een eetgelegenheid waar vooral frieten verkocht en geconsumeerd worden.

Geschiedenis[bewerken]

Men vermoedt dat de oudste frituur van België in Antwerpen stond: in 1842 bevond die zich aan het Steen en later verhuisde het naar de Groenplaats.[1] In 1857 publiceerde een lokale krant, Courrier de Verviers, een artikel over Fritz die friet verkocht op kermissen.[2] Ze noemden hem 'le roi des pommes de terre frites' (de koning van de gefrituurde aardappelen). De eerste frietkoten waren vaak mobiel, in Doornik kende men een mobiele frituur sinds 1885.[3] Pas na de Tweede Wereldoorlog kwamen de vaststaande frietkoten meer in het straatbeeld.[4]

Anno 2012 kende België ongeveer 5000 frituren.[5] In 2013 werd tijdens de Week van de Friet o.a. door de VLAM[6] en het Nationaal Verbond van Frituristen (NAVEFRI-UNAFRI), opgericht in 1984 als belangenbehartiger van de frituursector, gestart met een campagne ter erkenning van de frietcultuur[7], deze groeide uit tot een oproep tot kandidaatstelling als immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid bij UNESCO.[8][9][10] Ook in Frankrijk gingen hiervoor stemmen op.[11] Op 10 januari 2014 werd het Belgische frietkot als cultureel erfgoed erkend door toenmalig Vlaamse minister van cultuur Joke Schauvliege (CD&V)[12], in november 2016 volgde de erkenning als 'Chef d’œuvre du Patrimoine oral et immatériel de la Fédération Wallonie-Bruxelles'[13] en in juli 2017 volgde de officiële erkenning als Belgisch immaterieel erfgoed.[14][15]

Typering[bewerken]

Frituren komen in verschillende vormen voor. Zo zijn er nog steeds houten frituurwagens, waarvan de beroemdste twee waarschijnlijk aan de voet van het belfort van Brugge staan. Modernere types zijn: caravanfrituur, chaletfrituur, mobiele kraamfrituur (ze zijn vooral te vinden op kermissen en markten) en huisfrituur (frituur ingericht op de gelijkvloerse verdieping van een pand).

Een frietkot is nadrukkelijk geen fastfoodeetgelegenheid. Deze maken meestal deel uit van grote ketens, vele frituren blijven daarentegen nog steeds onafhankelijk van elkaar. In fastfoodrestaurants en snackbars worden ook vaak kant-en-klare maaltijden opgediend, die ter plaatse enkel nog worden opgewarmd, terwijl een frituur wat ambachtelijker en volkser is.

Cultuur[bewerken]

Gilles Houben is een kunstenaar gespecialiseerd in frietkotschilderijen, in 2011 liep van hem de tentoonstelling Frietkoten op doek in het Huis van Folklore en Tradities te Brussel.[16] In het Urbanus-stripalbum Het bronzen broekventje werd Frituur Betty uit Tollembeek afgebeeld.[17] Eveneens noemenswaardig is het in 1983 verschenen Urbanus-stripalbum Het fritkotmysterie.[18] De eerste druk van dit album, verschenen met een oplage van 10.000 exemplaren, was onmiddellijk uitverkocht.[19]

In 2016 opende Sergio Herman een keten van luxefrituren, de frietjes zouden gesneden worden uit vijf verschillende (Zeeuwse) aardappelrassen en de sausen zijn onder meer op basis van truffel.[20] De servieten werden ontworpen door cartoonist Kamagurka, Frederik Molenschot maakte de fornuizen, Robine Lempers ontwierp de kostuums en Cor Unum de keramische potten voor de sauzen.[21][22] Er zijn vestigingen in onder meer Utrecht[23], Den Haag[24], Arnhem (allen 2016)[25] en Antwerpen (2017).[26][27] Beroemde fictieve frietkot-houders zijn Jan Spier, uit de stripreeks Nero en Frieda Kroket, uit de kinderserie Samson en Gert.

Sinds 2017 is er ook een ambassadeur van de Belgische friet, het figuurtje James Bint. Zijn achternaam verwijst naar de aardappelvariant Bintje.[15] Het figuurtje, een knipoog naar James Bond, heeft als slagzin 'license to fry' en werd in 2014 voor het eerst voorgesteld als mascotte voor de wereldtentoonstelling te Milaan in 2015.[28] Daarnaast is op de Groenplaats te Antwerpen een frietkotmuseum gevestigd[29][30], en in Brugge vindt men sinds 2008 in de Saaihalle het Frietmuseum.

Externe link[bewerken]