Spelcartridge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Spelcartridges voor de ColecoVision.
De binnenzijde van een cartridge voor de Nintendo 64.

Een spelcartridge (ook wel spelcassette) is een chip omgeven door een beschermend doosje van hard plastic. Op de chip staat een computerspel.

De cartridge moet in een speciale sleuf van een spelcomputer worden geplaatst, waarna het spel kan worden gespeeld.

Sommige spelcassettes hebben een ingebouwde batterij, voor het opslaan van spelgegevens of scores. Deze batterij zorgt dat de gegevens blijven bewaard in het geheugen van de chip.

Game Boy-spelcassette met batterij

Homecomputers zoals de MSX-standaard en de Commodore 64 hebben een sleuf voor de invoer van cartridges. Deze cartridges bevatten naast spellen soms ook programma's. Voorbeelden van dergelijke cartridges zijn de Final Cartridge en Simon's Basic. Er zijn ook hardware-uitbreidingen mogelijk via cartridges zoals een IDE-interface, of een betere geluidschip zoals de Moonsound.

Spelcartridges zorgen ervoor dat de gebruiker snel toegang heeft tot programma's en spellen, zonder gebruik hoeven te maken van een diskettestation of cd-romspeler, of de langzame cassetteband. Een voordeel voor de fabrikant was de relatief veilige distributie van software, die moeilijk door eindgebruikers was te kopiëren. Een nadeel was dat spelcartridges vrij duur waren om te produceren in vergelijking tot diskettes of cd-rom. Toen software en spellen steeds groter in omvang werden, verdwenen de cartridges langzamerhand uit homecomputers en spelcomputers.

Tegenwoordig maken spelcomputers geen gebruik meer van cartridges, met uitzondering van enkele draagbare spelcomputers, zoals de Nintendo 3DS en PlayStation Vita. De software staat tegenwoordig meestal op een cd, dvd of geheugenkaart.

Geschiedenis[bewerken]

Cartridges waren populair onder de homecomputers en spelcomputers in de jaren 1980. Er kon direct een programma of spel worden geladen in het geheugen zonder wachttijd. Noemenswaardige computers met cartridges waren de Commodore, MSX, Atari, Texas Instruments, en de IBM-pc. Sommige arcadespellen zoals de Capcom en Neo Geo maakte eveneens gebruik van spelcassettes.

De meerderheid van de eind jaren 1970 tot midden 1990 verkochte spelcomputers waren cartridge-gebaseerd. Het eerste systeem dat gebruik maakte van een cartridge was de Fairchild Channel F in 1976. Toen cd-technologie populair werd, gingen veel fabrikanten over naar cd-gebaseerde spellen en computers, zoals de Sega Saturn, de Sony PlayStation, en de Nintendo GameCube.

De Nintendo 64 was tot 2003 een van de laatste spelcomputers voor de thuismarkt die gebruik bleef maken van spelcassettes, met uitzondering van hun draagbare spelcomputers. Met de Nintendo Switch kwam de spelcartridge in 2017 weer terug voor thuisgebruik.

Uitbreidingen[bewerken]

Spelcartridges kunnen niet alleen spellen of software bevatten maar ook hardware-uitbreidingen. Een voorbeeld is de Super-FX-coprocessor in sommige Nintendo-spellen, of de twee extra controllerpoorten op de Micro Machines 2-spelcartridge.

Voor- en nadelen[bewerken]

Spelcartridges

Het opslaan van spellen op spelcartridges heeft een aantal voordelen ten opzichte van andere opslagmedia.

  • De gegevens op de chip kunnen direct worden gelezen, hierdoor kan het spel gelijk worden gestart.
  • Het formaat van een spelcartridge ligt niet vast. Hierdoor kan makkelijk een kleine versie van een cartridge worden gemaakt voor een andere spelcomputer.
  • Spelcartridges zijn doorgaans robuuster dan de krasgevoelige cd.

Enkele nadelen zijn:

  • Vuil en stof op de contacten kunnen voor problemen zorgen.
  • Spelcartridges hebben doorgaans minder capaciteit dan andere media.
  • Cartridges zijn duurder om te produceren dan bijvoorbeeld een cd.