Spookdiertjes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Zie het artikel Spookdier voor de spookdieren in sagen en legenden.
Spookdiertjes
Filipijns spookdier (Tarsius (cephalopachus) syrichta)
Filipijns spookdier (Tarsius (cephalopachus) syrichta)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Infraorde: Tarsiiformes
Familie
Tarsiidae
Gray, 1825
Typesoort
Lemur tarsier Erxleben, 1777
Afbeeldingen Spookdiertjes op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Spookdiertjes op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De spookdiertjes (Tarsiidae) zijn een familie van zoogdieren uit de orde primaten (Primates). Van deze familie zijn elf soorten beschreven in drie geslachten die op Celebes, Sumatra, Borneo en de Filipijnen leven. Er zijn nog enkele soorten waarvan nog geen naam en beschrijving is gepubliceerd. Daarnaast zijn er nog twee soorten uitsluitend als fossiel bekend.

Uiterlijk[bewerken]

Spookdieren zijn kleine halfaapjes van ongeveer 12 cm lang. Ze hebben een lange staart van ongeveer 20 à 25 cm lang. De dieren hebben een kleine snuit en zeer grote ogen. Met deze ogen kunnen zij goed zien, met name in het donker. Ook hun grote oren en gehoor zijn goed ontwikkeld. Dit geldt echter niet voor hun reukorgaan. Hun handen en voeten hebben lange vingers om goed te kunnen klimmen en grijpen. Aan de toppen van de vingers zitten kussentjes. De dieren hebben sterke achterpoten en kunnen hiermee vanuit stilstand meters ver springen.

Leefwijze[bewerken]

De dieren leven in bomen van de wouden van Azië. Het zijn nachtdieren. Hun voedsel bestaat uit insecten, spinnen, kleine reptielen en schorpioenen. Spookdiertjes zijn de enige primaten die strikt carnivoor zijn.

Ogen[bewerken]

Het opvallendste aan spookdiertjes zijn hun ogen. Deze ogen zijn sterk ontwikkeld en bedekken bijna het hele gezicht. De grote ogen zijn er om in de nacht goed te kunnen zien en zo hun prooi te pakken. De ogen zijn naar verhouding groot. Elk oog heeft dezelfde afmetingen als de hersenen van het dier en weegt meer dan de hersenen van het diertje.[1] Omdat de ogen zo groot zijn, kunnen ze er niet mee draaien om naar boven, naar beneden, links en rechts te kijken. Daarom is de nek van het spookdiertje sterk ontwikkeld. De diertjes kunnen hun kop wel 180° draaien. Spookdiertjes zijn jagers en leven in bomen, daarom staan de oogkassen aan de voorzijde van de schedel. Omdat ze naast elkaar aan de voorkant staan, kunnen ze diepte inschatten.

Jacht[bewerken]

Als een spookdiertje een prooi hoort springt hij ondersteboven naar hem toe, hij draait dan 180 graden en landt op het dier.[bron?] Meestal klemt hij het vast in zijn pootje en doodt het dier met zijn scherpe tanden, maar dikwijls gebruikt hij zijn vingers als een soort vlindernetje voor een vliegende prooi. Als hij de prooi gedood heeft brengt hij hem naar een veilige plaats. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat spookdiertjes onderling communiceren met ultrasone geluidsgolven van 70 kHz tot 90 kHz. Deze frequenties zijn voor de meeste andere diersoorten en voor mensen niet waarneembaar.

Voortplanting[bewerken]

De dieren maken niet vaak geluid,[bron?] maar tijdens de paartijd willen ze weleens hoog en hard piepen. De draagtijd is 9 maanden,[bron?] wat zeer opvallend is voor een klein zoogdier. Er wordt één enkel jong geboren en gevoed met melk uit vier tepels. Twee paar tepels aan de borst en twee bij de liezen.[bron?] Het Filipijns spookdiertje heeft vaak zelfs zes tepels. De dieren leven ongeveer 12 jaar.

Geslachten en soorten[bewerken]

Op basis van morfologische kenmerken werden de spookdiertjes veelal in één geslacht met twee ondergeslachten geplaatst, waarbij enkele soorten die uitsluitend als fossiel bekend zijn buiten de ondergeslachten vielen. Het ondergeslacht Tarsius omvatte zeven soorten celebesspookdieren; het ondergeslacht Cephalopachus (westelijke spookdieren) omvatte het soendaspookdier en het Filipijns spookdier. Van enkele onbeschreven soorten (bijvoorbeeld van Noord-Celebes en van het eiland Salyer) was de positie niet bekend. In 2010 stelden Groves & Shekelle op basis van werk waarin ook genetische kenmerken waren onderzocht, een alternatieve onderverdeling van de familie Tarsiidae voor.[2] Deze indeling wordt hier gevolgd.

  • Geslacht: Carlito Groves & Shekelle, 2010
    • Soort: Carlito syrichta (Linnaeus, 1758) - Filipijns spookdier
      • Ondersoort: Carlito syrichta syrichta
      • Ondersoort: Carlito syrichta fraterculus (Miller, 1911)
      • Ondersoort: Carlito syrichta carbonarius (Heude, 1898)
  • Geslacht: Cephalopachus Swainson, 1835
    • Soort: Cephalopachus bancanus (Horsfield, 1824) - soendaspookdier
      • Ondersoort: Cephalopachus bancanus bancanus
      • Ondersoort: Cephalopachus bancanus natunensis (Chasen, 1940)
      • Ondersoort: Cephalopachus bancanus borneanus (Elliot, 1910)
      • Ondersoort: Cephalopachus bancanus saltator (Elliot, 1910)
  • Geslacht: Tarsius Storr, 1780 - Celebesspookdieren
positie onduidelijk

De groep van de celebesspookdieren wordt ook wel "echte spookdiertjes" genoemd. Ze zijn de kleinsten van de familie, circa 10 cm. Hun leefgebied wordt nog niet bedreigd.

Het soendaspookdier (Cephalopachus bancanus) leeft op Sumatra en Borneo. De dieren komen op deze eilanden vrij algemeen voor.

Het Filipijns spookdier (Carlito syrichta) leeft in de Filipijnen. Hij lijkt erg op het soendaspookdier, maar hij is meer grijsachtig van kleur en heeft een pluimpje aan het einde van zijn staart. Deze soort heeft twee paar tepels, terwijl alle andere er drie paar hebben.

Colin Groves en Myron Shekelle (2010) betogen dat Carlito en Cephalopachus nauwer aan elkaar verwant zijn dan aan Tarsius. Moleculaire data suggereren dat die eerste twee tussen de 5,6 en 30,8 miljoen jaar geleden zijn gescheiden, dus uiterlijk in het mioceen, mogelijk in het eoceen.[2]