Stedenbouwkunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Voordat er gebouwd wordt, wordt er vaak eerst een gedetailleerd ontwerp gemaakt van het plangebied. Hier een model van een nieuw te bouwen stadsdeel in Dubai.

Stedenbouwkunde of urbanisme is het vakgebied (onderdeel van bouwkunde) dat onderzoek doet naar wenselijke en mogelijke ontwikkelingen voor bestaande en nieuw in te richten gebouwde gebieden, inclusief de openbare ruimte. In het onderzoek en ontwerp is aandacht voor de ecologische, economische, culturele, sociale, geografische, en bestuurlijk-politieke invloed op de ruimte. In grotere zin omvat urbanisme ook de studie van de interactie tussen stad en het omliggende landschap.

In de stedenbouwkunde wordt uitgebreid aandacht besteed aan de technische en ruimtelijke mogelijkheden van het grondgebied enerzijds, en aan de veranderende maatschappelijke wensen voor het grondgebruik anderzijds. De stedenbouwkundige is in staat door middel van onderzoek of ontwerp deze twee aspecten met elkaar in verband te brengen.

In de praktijk[bewerken | bron bewerken]

Onder meer de inrichting van groenvoorziening en landschap, recreatiegebieden, woongebieden, industriegebieden, parkgebieden en landbouwgebieden, maken deel uit van de stedenbouwkundige discipline. In toenemende mate wordt de computer ingezet als instrument voor onderzoek en visualisering van het ontwerp, bijvoorbeeld door middel van CAD. In de stedenbouwkunde wordt gebruikgemaakt van rapporten en haalbaarheidsstudies, technische middelen, schetsvoorstellen, enz. De stedenbouwkundige is daarmee iemand die werkt op het grensvlak van planologie en architectuur. De vakgebieden van de verkeerskunde en de landschapsarchitectuur hebben ook raakvlakken met de stedenbouwkunde. De voorstellen worden in conceptvorm gepresenteerd en men heeft veelvuldig overleg met betrokken werkgroepen, opdrachtgevers, w.o. gemeenten, particuliere instellingen en andere belanghebbenden.

Nederland en België[bewerken | bron bewerken]

De stedenbouwkundige discipline is in België en Nederland sterk gejuridiseerd. In Vlaanderen wordt de ruimtelijke visie van de overheid vastgelegd in een ruimtelijk structuurplan. Die structuurplannen kunnen bestaan op verschillende niveaus, met name op niveau van een gemeente, de provincie of het Vlaams Gewest. In latere fasen worden de plannen binnen wettelijke kaders Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Woningwet (Nederland) of de Codex Ruimtelijke Ordening (Vlaanderen) ter visie gelegd in de vorm van een bestemmingsplan (Nederland) of een ruimtelijk uitvoeringsplan (Vlaanderen).

Stedenbouwkundige plannen en voorschriften zijn raadpleegbaar door de burgers. Zij bevatten vaak richtinggevende en bindende bepalingen met toelichting en kaarten voor (op)nieuw in te richten gebieden. Bijzondere aandacht wordt daarbij gevestigd op eventuele onteigeningen. De stedenbouwkundige plannen en voorschriften bepalen waar welke bouwvormen toegelaten zijn en of er voor die bouwvormen door de overheid een vergunning kan worden verleend.

Binnen stedenbouwkunde worden steden vaak op drie manieren bestudeerd:[bron?]

  • Internalistisch perspectief: hierbij wordt gekeken naar de ruimtelijke en sociale orde binnen een stad.
  • Externalistisch perspectief: hierbij wordt de stad bestudeerd als een punt binnen een groter netwerk van globalisering.
  • Tussenliggend perspectief: deze probeert een balans te vinden tussen de andere twee perspectieven.

Lijst van bekende Nederlandse stedenbouwkundigen[bewerken | bron bewerken]

Zie ook[bewerken | bron bewerken]

Literatuur[bewerken | bron bewerken]

  • Ed Taverne en Irmin Visser (eds.), Stedebouw. De geschiedenis van de stad in de Nederlanden van 1500 tot heden, 1993. ISBN 9789061684015

Externe links[bewerken | bron bewerken]