Stella Maris (schip, 1929)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Stella Maris (1929))
Ga naar: navigatie, zoeken
De Stella Maris vertrekt van de ligplaats in Gorinchem

De Stella Maris uit 1929 is een binnenschip van het type luxe motorschip. Het schip is als Varend monument opgenomen in het Nationaal Register Varende Monumenten. Het heeft daarin een A-status en registratienummer 1318.

Het schip werd na de oplevering in 1929 door Scheepswerf "De Industrie" in Alphen aan den Rijn vele jaren gebruikt om beroepsmatig vervoer te verzorgen. Met de jaren nam de schaalvergroting in de binnenvaart toe en de Raad van Ministers van de E.E.G nam 22 juni 1965 een besluit, dat uiteindelijk ook leidde tot de de Sloopregeling Binnenvaaart 1968 [1] Met deze regeling werd het mogelijk de vloot te vernieuwen. De schepen mochten echter ook overgaan naar de recreatievaart. De ervaring leert dat dit veel gebeurde. Nederland dankt er zijn vloot van historische bedrijfsvaartuigen aan, de grootste ter wereld en uniek. Ook de Stella Maris werd gesaneerd. In de pleziervaart heeft het schip inmiddels meer geschiedenis dan in de beroepsvaart.

Het schip[bewerken]

Voor de wal achter de Kerkhofsluis in Gorinchem

Het schip heeft een zelflosinstallatie voor zand en grind. Technisch is sinds 1969 weinig aan het schip veranderd. Alleen de aanpassingen die nautisch technisch noodzakelijk waren in verband met nieuwe wetgeving zijn uitgevoerd. Op veel vaarwateren zijn bijvoorbeeld voor een schip van deze lengte tegenwoordig twee marifoons verplicht. Per 1 december 2014 werd in op de Nederrijn, Lek, Waal en Pannerdensch Kanaal ook het gebruik van Inland AIS verplicht. Het schip heeft daarom nu ook een Inland-AIS transponder gekregen.

Liggers Scheepmetingsdienst[bewerken]

Meetnummer District en volgnr. Meetdatum Meetplaats Lengte [m] Breedte [m] Inzinking [m] Waterverplaatsing [ton] Naam Eigenaar Domicilie
Ga2328N Gouda 2328 19 september 1929 Alphen a/d Rijn 24,08 4,52 1,52 83,730 De Zes Gebroeders A.C. van der Meijden Aalst

Naam en erkenningen[bewerken]

De oorspronkelijke naam van het schip is achteraf nog lastig vast te stellen. Oude foto's van het schip laten het naambord zien, waarop Zes Gebroeders staat. Maar de Scheepsmetingsdienst heeft het gemeten als De Zes Gebroeders. Stella Maris is Latijn voor Sterre der Zee, een andere naam voor Maria. Er zijn veel schepen met deze naam, ook internationaal. Volgens de lijst van roepletters van Nederlandse schepen van het Agentschap Telecom zijn er alleen al in Nederland meer dan 30 schepen met marifoon met deze naam.

Het Officieel scheepsnummer, ook wel Europanummer genoemd, is 3011455. Als ENI-nummer komt daar nog een "0" voor en wordt 03011455.

Het heeft een Rijnvaartverklaring als motorschip. Er is in verband met de buitenlandse reizen wel een douaneverklaring, maar geen bunkerverklaring. Die was niet nodig, want vanwege de status als Varend Monument met de A-status mocht er tot 1 januari 2013 rode gasolie mee gebunkerd worden. Het laatste Certificaat van Onderzoek dateert van 21 april 1977 en heeft nummer 4754. Ontheffing is aangevraagd op 11 juli 2005. Het schip is indertijd in Den Haag te boek gesteld en kreeg als Brandmerk 1455 B 's-Hage 1954. Het schip mag gevaren worden met een beperkt groot vaarbewijs, echter niet op de Rijn boven het Spijkse Veer op km 857,40. Daar is een Sportpatent noodzakelijk.

De motor[bewerken]

Foto 1IB6
Schets 1IB6

De motor komt ook uit Alphen aan den Rijn en staat vanaf de bouw in het schip.

  • Merk: INDUSTRIE
  • Type: 1IB6
  • Vermogen: 35 e.p.k.
  • Soort: 1 cilinder ruw olie
  • Omwentelingen/min.: 360
  • Bouwjaar: 1929
  • Motornummer: 665
  • Afleverdatum: 23-09-1929

Deze gloeikopmotor heeft nog waterinjectie. Dat wil zeggen dat er naast gasolie ook schoon water wordt ingespoten. Dat kan alleen maar bij een hete motor. Het voordeel daarvan is, dat de motor door het inspuiten van dat water ongeveer 10% meer vermogen levert. Het nadeel is, dat het schip dan meer stampt en als de waterinjectie bij bruggen en sluizen wordt vergeten af te zetten, slaat de motor erop af. Het verbruik is ongeveer 5 liter gasolie per uur en 0,5 liter ongedoopte smeerolie SAE 30. Tot 1 januari 2013 kon worden gevaren op rode diesel. Daarna mocht deze alleen nog worden opgebruikt. In 2015 is overgegaan op het gebruik van blanke Gas-To-Liquids brandstof. Een alternatief dat het varend erfgoed kan laten voldoen aan de steeds strenger wordende emissieeisen.

De motor van de zelflosinstallatie is een Claeijs 1-cilinder, die met lontjes moet worden gestart.

De lading[bewerken]

Vóór de oorlog is met de Stella Maris van alles vervoerd. In de oorlog werd het schip gevorderd en verdween het tijdelijk naar Duitsland; het is niet bekend waarvoor het toen precies is ingezet. Na de oorlog bestond de vracht voornamelijk uit zand en grind, alle soorten veevoer en ook vermiculiet.

De eigenaren[bewerken]

  • 1929 - 1957 Antonie C. van der Meijden te Aalst (Gld) - Scheepsnaam: Zes Gebroeders
  • 1957 - 1958 Govert J. van der Meijden te Aalst (Gld)
  • 1958 - 1969 Adrianus A. Rijnbeek te Nes aan den Amstel - Nieuwe scheepsnaam: Stella Maris
  • 1969 - nu Simon J. de Waard te Zoetermeer

De schepelingen[bewerken]

Na 1969 hebben veel jonge mensen vanaf dit schip het plezier van op het water zijn kunnen ervaren. De eigenaar trok veel samen op met zijn oude Lischgroep uit Rotterdam en gezamenlijk werden vele kampen in de Brabantse Biesbosch gehouden. Het fungeerde als (aanvullend) wachtschip voor die Scoutinggroep. Incidenteel voor de Lodewijk van Praetgroep uit Mijnsheerenland. Voor de Driestromengroep uit Numansdorp was het schip jarenlang wachtschip in de Rijks- en Gemeentehaven. Honderden kinderen hebben hun eerste watersportervaring opgedaan in vletten van Scouting en daarbij aan boord van de Stella Maris geslapen. Velen hebben zo leren varen en hun Machtiging voor Bootleiding, tegenwoordig een CWO diploma, kunnen halen.

De Bijboten[bewerken]

De Stuntel

De bijboten waren van het type Hollandse roeiboot. Vanaf 29 april 1972 was het een vlet, een Lelievlet met de naam Stuntel. De huidige bijboot is een kleinere vlet, die niet meer gesleept wordt maar in een davit hangt en de naam Vlientje draagt.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]