Sulcavis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sulcavis
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Clade:Ornithotraces
Onderklasse:Enantiornithes
Geslacht
Sulcavis
O'Connor et al., 2013
Typesoort
Sulcavis geeorum, O'Connor et al.
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

Sulcavis is een uitgestorven geslacht van vogels uit de groep der Enantiornithes. Fossielen ervan zijn gevonden in de provincie Liaoning in het noordoosten van China. Het gesteente daar ontstond 121-125 miljoen jaar geleden, tijdens het vroege Krijt.[1]

Sulcavis is opmerkelijk doordat het het eerste gevonden geslacht binnen de vogels is dat beschikt over gespecialiseerd geornamenteerd tandglazuur: in de tanden die gevonden werden, zijn groeven die vanaf de tip naar beneden lopen gepreserveerd. De tandvorm geeft informatie over het voedsel, wat zeer nuttig is daar de maaginhoud niet vaak behouden wordt bij fossielen van de Enanthiornithes.[2]

Tot nu toe is slechts een enkele soort gevonden: de typesoort, Sulcavis geeorum.

Ontdekking en naamgeving[bewerken]

Het holotype van Sulcavis, BMNH Ph-000805, werd ontdekt nabij het dorp Lamadong in de provincie Liaoning van China. De vondst werd gedaan in de Yixianformatie, een formatie die wordt gedateerd in het vroege Krijt, vroege Aptien. Het bestaat uit een platgedrukt vrijwel compleet skelet op een steenplaat van een jongvolwassen of volwassen dier. Rond de kop en schouders zijn resten van veren bewaard.

Het geslacht werd voor de eerste keer op 9 januari 2013 benoemd en beschreven in een artikel in het Journal of Vertebrate Paleontology door Jingmai Kathleen O'Connor, Zhang Yuguang, Luis Maria Chiappe, Meng Qingjin, Quanguo Li en Di Liu.

Dit team gaf de typesoort van dit nieuwe geslacht de wetenschappelijke naam Sulcavis geeorum. Het eerste deel van deze wetenschappelijke naam, de geslachtsnaam, is een samenstelling van sulcus ("groef" in het Latijn) en avis ("vogel" in het Latijn). Dit slaat op de opmerkelijke groeven in de gevonden tanden. Het tweede deel van de wetenschappelijke naam, de soortaanduiding, eert de familie Gee uit La Cañada (VS) "voor hun gulle bijdragen ter ondersteuning van onderzoek naar mesozoïsche vogels".[2]

Beschrijving[bewerken]

Sulcavis is een vrij grote eniantiornithe met een spanwijdte van een kleine halve meter.

De beschrijvers wisten enkele onderscheidende kenmerken vast te stellen. Eén daarvan is een autapomorfie, een unieke afgeleide eigenschap. De tanden zijn robuust met een naar achteren gekromde punt, een D-vormige doorsnede, een vlakke binnenzijde, en van de punt uitwaaierende lengtegroeven op de binnenzijde. Daarnaast is er een unieke combinatie van op zich niet unieke eigenschappen. Het neusbeen is breed met een korte, taps toelopende en naar voren gerichte tak naar het bovenkaaksbeen. In het tot een synsacrum vergroeide heiligbeen steken de achterste zijuitsteeksels ver uit achter de gewrichtsvlakken van hun respectievelijke wervellichamen. Het schouderblad heeft aan de onderste voorkant een lang en teergebouwd uitsteeksel, de processus acromialis. De buitenrand van het ravenbeksbeen is bol. Het vorkbeen is Y-vormig met stompe punten aan de takken. De klauw van de eerste vinger is groter dan die van de tweede vinger. De tweede teen is zeer groot. De voetklauwen hebben zijrichels en diepe putten voor de gewrichtskapsels.

De vrij kleine kop is zeer langgerekt, voornamelijk wegens een lange snuit die vooraan iets U-vormig is. De onderkaken eindigen vooraan schoffelvormig. De snuit en de voorste onderkaken dragen goed ontwikkelde tanden met een lengte van enige millimeters. Deze zijn tamelijk dik, vooral in de kroonbasis. De punt van de kroon buigt plots naar achteren. Het dikke tandemail toont aan de binnenkant een opvallende verticale groeve. De tanden in de bovenkaken zijn groter dan die in de onderkaken. Naar achteren nemen de bovenste tanden eerst opvallend in grootte toe. Het geheel wordt gezien als een aanpassing aan het vangen van vliegende insecten. Het zou ook een compensatie kunnen zijn voor het ontbreken van maagstenen ofwel gastrolieten of een teken dat de remmende werking die het bezitten van een hoorsnavel op de tandvorming zou kunnen hebben, zich hier niet voordeed.

Taxonomie[bewerken]

Hieronder staat een cladogram dat de fylogenetische analyse van O'Connor et al. (2013) volgt.[2]

Pygostylia 

Confuciusornithiformes




Omnivoropterygiformes


Ornithothoraces 

Euornithes


Enantiornithes 

Protopteryx fengningensis




Elsornis keni



Longipterygidae 

Boluochia zhengi



Longipteryx chaoyangensis




Longirostravisidae 

Eocathayornis walkeri




Rapaxavis pani




Longirostravis hani



Shanweiniao cooperorum







Shenqiornis mengi




Iberomesornis romerali



Otogornis genghisi



Sulcavis geeorum





Pengornis houi



Neuquenornis volans



Gobipterygidae 

Gobipteryx minuta



Vescornis hebeiensis






Eoenantiornis buhleri





Eoalulavis hoyasi



Liaoningornis longidigitris





Cathayornis



Concornis lacustris