Tweede Kamerverkiezingen in het kiesdistrict Zuidhorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tweede Kamerverkiezingen in het kiesdistrict Zuidhorn geeft een overzicht van verkiezingen voor de Nederlandse Tweede Kamer in het kiesdistrict Zuidhorn in de periode 1850-1918.

Het kiesdistrict Zuidhorn werd ingesteld in 1850 bij de inwerkingtreding van de Kieswet. Tot het kiesdistrict behoorden de volgende gemeenten: Adorp, Aduard, Baflo, Bedum, Eenrum, Ezinge, Grijpskerk, Grootegast, Hoogkerk, Kloosterburen, Leek, Leens, Marum, Noorddijk, Oldehove, Oldekerk, Ulrum, Warffum, Winsum en Zuidhorn.

In 1858 werd de indeling van het kiesdistrict gewijzigd. De gemeenten Grootegast en Marum werden toegevoegd aan het kiesdistrict Dokkum. Tevens werd een gedeelte van het kiesdistrict Appingedam (de gemeenten Kantens, Middelstum en Usquert) toegevoegd aan het kiesdistrict Zuidhorn.

In 1864 werd de indeling van het kiesdistrict wederom gewijzigd. De gemeenten Baflo, Bedum en Warffum werden toegevoegd aan het kiesdistrict Appingedam en de gemeenten Adorp, Hoogkerk, Noorddijk en Winsum aan het kiesdistrict Groningen. Tevens werd een gedeelte van de kiesdistricten Assen (de gemeenten Eelde, Norg, Peize en Roden) en Dokkum (de gemeenten Grootegast en Marum) toegevoegd aan het kiesdistrict Zuidhorn.

In 1869 werd de indeling van het kiesdistrict wederom gewijzigd. De gemeenten Grijpskerk, Grootegast en Marum werden toegevoegd aan het kiesdistrict Dokkum. Tevens werd een gedeelte van de kiesdistricten Appingedam (de gemeente Baflo) en Groningen (de gemeenten Adorp, Noorddijk en Winsum) toegevoegd aan het kiesdistrict Zuidhorn.

In 1878 werd de indeling van het kiesdistrict wederom gewijzigd. De gemeenten Adorp, Baflo, Bedum, Eenrum, Kloosterburen, Noorddijk, Warffum en Winsum werden toegevoegd aan het kiesdistrict Appingedam. Tevens werd een gedeelte van het kiesdistrict Dokkum (de gemeenten Grijpskerk, Grootegast en Marum) toegevoegd aan het kiesdistrict Zuidhorn.

In 1888 werd de indeling van het kiesdistrict wederom gewijzigd. De gemeenten Eelde, Norg, Peize en Roden werden toegevoegd aan het kiesdistrict Assen. Tevens werd een gedeelte van de kiesdistricten Appingedam (de gemeente Kloosterburen) en Groningen (de gemeente Hoogkerk) toegevoegd aan het kiesdistrict Zuidhorn.

Het kiesdistrict Zuidhorn vaardigde in dit tijdvak per zittingsperiode één lid af naar de Tweede Kamer.


Legenda

  • cursief: in de eerste verkiezingsronde geëindigd op de eerste of tweede plaats, en geplaatst voor de tweede ronde;
  • vet: gekozen als lid van de Tweede Kamer.

27 augustus 1850[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer, na inwerkingtreding van de Kieswet waarbij het kiesdistrict Zuidhorn werd ingesteld.

27 augustus
Kiesgerechtigden 1.482
Opkomst 690
Geldige stemmen 647
Blanco stemmen 5
Kandidaten
G. Reinders[1] 456
J.G. Allershof 44
J.F. Zijlker 26

8 juni 1852[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden vanwege de afloop van de zittingstermijn van het gekozen lid.

8 juni
Kiesgerechtigden 1.512
Opkomst 582
Geldige stemmen 578
Blanco stemmen 2
Kandidaten
G. Reinders[2] 504
A.J. Thomassen à Thuessink van der Hoop 18

17 mei 1853[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.[3]

17 mei
Kiesgerechtigden 1.493
Opkomst 611
Geldige stemmen 598
Blanco stemmen 1
Kandidaten
G. Reinders[2] 382
O.Q.J.J. van Swinderen 140
G.W.H. van Imhoff 31

13 juni 1854[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden vanwege de afloop van de zittingstermijn van het gekozen lid.

13 juni
Kiesgerechtigden 1.493
Opkomst 631
Geldige stemmen 624
Blanco stemmen 3
Kandidaten
G. Reinders[2] 440
O.Q.J.J. van Swinderen 144

8 juni 1858[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden vanwege de afloop van de zittingstermijn van het gekozen lid.

8 juni
Kiesgerechtigden 1.567
Opkomst 565
Geldige stemmen 561
Blanco stemmen 1
Kandidaten
G. Reinders[2] 391
O.Q.J.J. van Swinderen 126
H.W. Willemsen 20

10 juni 1862[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden vanwege de afloop van de zittingstermijn van het gekozen lid.

10 juni
Kiesgerechtigden 1.634
Opkomst 705
Geldige stemmen 692
Blanco stemmen 13
Kandidaten
G. Reinders[2] 411

12 juni 1866[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden vanwege de afloop van de zittingstermijn van het gekozen lid.

12 juni
Kiesgerechtigden 1.341
Opkomst 467
Geldige stemmen 465
Blanco stemmen 0
Kandidaten
G. Reinders[2] 267
G. Groen van Prinsterer 119
J.H. Geertsema 55

30 oktober 1866[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.[4]

30 oktober
Kiesgerechtigden 1.341
Opkomst 709
Geldige stemmen 707
Blanco stemmen 1
Kandidaten
G. Reinders[2] 446
L.W.C. Keuchenius 137
E. van Loon 94

22 januari 1868[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.[5]

22 januari
Kiesgerechtigden 1.368
Opkomst 602
Geldige stemmen 599
Blanco stemmen 1
Kandidaten
G. Reinders[2] 368
G. Groen van Prinsterer 122
J.H. Geertsema 68

24 maart 1869[bewerken | brontekst bewerken]

Geert Reinders, gekozen bij de verkiezingen van 22 januari 1868, overleed op 24 februari 1869. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een tussentijdse verkiezing gehouden.

24 maart 7 april[6][7]
Kiesgerechtigden 1.368 1.368
Opkomst 531 632
Geldige stemmen 529 631
Blanco stemmen 2 1
Kandidaten
N. Olivier 255 255
E. de Wendt Alberda van Ekenstein 115 196
H.W. Wierda 115 180
B.J. Gratama 65

8 juni 1869[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden vanwege de afloop van de zittingstermijn van het gekozen lid.

8 juni 22 juni[6]
Kiesgerechtigden 1.417 1.417
Opkomst 736 672
Geldige stemmen 725 667
Blanco stemmen 0 3
Kandidaten
N. Olivier[2] 331 363
H.W. Wierda 206 304
B.J. Gratama 170

8 december 1869[bewerken | brontekst bewerken]

Nicolaas Olivier, gekozen bij de verkiezingen van 8 juni 1869, overleed op 12 november 1869. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een tussentijdse verkiezing gehouden.

8 december
Kiesgerechtigden 1.417
Opkomst 558
Geldige stemmen 556
Blanco stemmen 1
Kandidaten
E.J.J.B. Cremers 310
B.J. Gratama 121
H.W. Wierda 66
E. de Wendt Alberda van Ekenstein 31

10 juni 1873[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden vanwege de afloop van de zittingstermijn van het gekozen lid.

10 juni
Kiesgerechtigden 1.506
Opkomst 429
Geldige stemmen 423
Blanco stemmen 4
Kandidaten
E.J.J.B. Cremers[2] 317
S. van Velzen 85

12 juni 1877[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden vanwege de afloop van de zittingstermijn van het gekozen lid.

12 juni
Kiesgerechtigden 1.568
Opkomst 646
Geldige stemmen 639
Blanco stemmen 3
Kandidaten
E.J.J.B. Cremers[2] 423
J.G. Nederhoed 197

14 juni 1881[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden vanwege de afloop van de zittingstermijn van het gekozen lid.

14 juni
Kiesgerechtigden 1.483
Opkomst 659
Geldige stemmen 653
Blanco stemmen 4
Kandidaten
E.J.J.B. Cremers[2] 368
B.J. Gratama 272

28 oktober 1884[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na vervroegde ontbinding van de Tweede Kamer.[8]

28 oktober
Kiesgerechtigden 1.497
Opkomst 769
Geldige stemmen 765
Blanco stemmen 2
Kandidaten
E.J.J.B. Cremers[2] 452
M.A. de Savornin Lohman 290

15 juni 1886[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na vervroegde ontbinding van de Tweede Kamer.[9]

15 juni 29 juni[6]
Kiesgerechtigden 1.551 1.551
Opkomst 1.020 1.077
Geldige stemmen 1.016 1.075
Blanco stemmen 4 1
Kandidaten
E.J.J.B. Cremers[2] 497 675
U.H. Huber 283 400
K.P. Feringa 230

1 september 1887[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na vervroegde ontbinding van de Tweede Kamer.[10]

1 september
Kiesgerechtigden 1.521
Opkomst 794
Geldige stemmen 791
Blanco stemmen 2
Kandidaten
E.J.J.B. Cremers[2] 488
S. van Velzen 276

6 maart 1888[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na vervroegde ontbinding van de Tweede Kamer.[11]

6 maart 20 maart[6]
Kiesgerechtigden 3.342 3.342
Opkomst 2.801 2.971
Geldige stemmen 2.795 2.962
Blanco stemmen 2 6
Kandidaten
E.J.J.B. Cremers[2] 1.146 1.662
S. van Velzen 1.171 1.300
J.H. Smit 341
E. Warmolts 129

12 februari 1891[bewerken | brontekst bewerken]

Eppo Cremers, gekozen bij de verkiezingen van 6 maart 1888, trad op 17 januari 1891 af vanwege zijn verkiezing als lid van de Eerste Kamer. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een tussentijdse verkiezing gehouden.

12 februari
Kiesgerechtigden 3.241
Opkomst 2.388
Geldige stemmen 2.374
Blanco stemmen 8
Kandidaten
G. Zijlma 1.252
A. Brummelkamp 891
K.P. Feringa 220

9 juni 1891[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.

9 juni
Kiesgerechtigden 3.299
Opkomst 2.279
Geldige stemmen 2.265
Blanco stemmen 10
Kandidaten
G. Zijlma[2] 1.265
M. Noordtzij 882
F. Domela Nieuwenhuis 75

10 april 1894[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na vervroegde ontbinding van de Tweede Kamer.[12]

10 april
Kiesgerechtigden 3.179
Opkomst 1.056
Geldige stemmen 1.047
Blanco stemmen 5
Kandidaten
G. Zijlma[2] 1.015

15 juni 1897[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.

15 juni 25 juni[6]
Kiesgerechtigden 6.300 6.300
Opkomst 4.688 5.412
Geldige stemmen 4.571 5.336
Blanco stemmen 117 76
Kandidaten
G. Zijlma[2] 1.373 3.022
A. Kuyper 2.019 2.314
R. Boonstra 971
W.P.G. Helsdingen 208

14 juni 1901[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.

14 juni 27 juni[6]
Kiesgerechtigden 6.421 6.421
Opkomst 4.841 5.277
Geldige stemmen 4.760 5.214
Blanco stemmen 81 63
Kandidaten
G. Zijlma[2] 1.880 2.811
J.C. Wirtz 2.157 2.403
P.J. Troelstra 723

16 juni 1905[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.

16 juni 28 juni[6]
Kiesgerechtigden 7.880 7.880
Opkomst 7.133 7.330
Geldige stemmen 7.047 7.273
Blanco stemmen 86 57
Kandidaten
G. Zijlma[2] 2.726 3.950
D.G. Postma 3.197 3.323
W.H. Vliegen 1.124

11 juni 1909[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.

11 juni 23 juni[6]
Kiesgerechtigden 8.647 8.647
Opkomst 7.884 7.812
Geldige stemmen 7.777 7.757
Blanco stemmen 107 55
Kandidaten
E.M. Teenstra 3.326 4.154
G. Hofstede 3.617 3.603
W.H. Vliegen 834

17 juni 1913[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.

17 juni 25 juni[6]
Kiesgerechtigden 9.324 9.324
Opkomst 8.508 8.262
Geldige stemmen 8.428 8.227
Blanco stemmen 80 35
Kandidaten
E.M. Teenstra[2] 4.116 4.783
A. Zijlstra 3.627 3.444
P. Hiemstra 685

15 juni 1917[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.

15 juni
Kiesgerechtigden 9.908
Opkomst 3.908
Geldige stemmen 3.857
Blanco stemmen 51
Kandidaten
E.M. Teenstra[2] 3.405
G. Sterringa 452

Opheffing[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezing van 1917 was de laatste verkiezing voor het kiesdistrict Zuidhorn. In 1918 werd voor verkiezingen voor de Tweede Kamer overgegaan op een systeem van evenredige vertegenwoordiging met kandidatenlijsten van politieke partijen.