Union Démocratique Belge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf UDB)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Union Démocratique Belge was een kortstondige politieke partij in België na de Tweede wereldoorlog.

Oprichting[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog werden in België twee partijen opgericht die zich op het christelijke gedachtegoed beriepen. Enerzijds was dat de Christelijke Volkspartij, als erfgenaam van de vooroorlogse Katholieke Partij, anderzijds de 'Belgische Democratische Unie', de Union Démocratique Belge of UDB. De initiatiefnemers van de UDB waren voornamelijk Pierre Clerdent en Antoine Delfosse. In hoofdzaak behoorden de initiatiefnemers tot de Franstalige christelijke arbeidersbeweging. Ze slaagden er niet in betekenisvolle figuren uit de Vlaamse christelijke arbeidersbeweging voor hun partij warm te maken.

De UDB was een in wezen travaillistische partij (ze zou thans op het politieke schaakbord als 'centrumlinks' worden gesitueerd), die in de toenmalige 'deconfessionalisering' en het 'progressisme' nog veel verder wilde gaan dan de CVP en die mensen van uiteenlopende religieuze of filosofische gezindten wilde samenbrengen onder één vlag. De tijd voor zo een opvatting bleek echter niet rijp.

De UDB had de ambitie om in het ganse land aanwezig te zijn, maar was vooral een Brussels (Franstalig) en gedeeltelijk Waals initiatief, dat zich korte tijd in de politieke middens van de hoofdstad kon doen gelden. De leiders kwamen uit het Verzet en bij andere partijen werd verhoopt dat twee min of meer christelijke partijen mekaar zouden beconcurreren en derhalve verzwakken. Toen de CVP weigerde deel te nemen aan de tweede regering Achiel Van Acker (2 augustus 1945 - 9 januari 1946) werden twee voormannen van de parlementair onbestaande UDB in de regering opgenomen: Marcel Gregoire op Justitie en Jacques Basyn op Oorlogsschade. Franz De Voghel die sympathiseerde met de UDB werd minister van Financies.

Ondergang[bewerken]

Bij de wetgevende verkiezingen van 17 februari 1946 waren de verwachtingen van de nieuwe partij hooggespannen. De ontgoocheling was des te groter. De partij haalde slechts 51.095 stemmen, vooral in Brussel, met maar één verkozene in de kamer van volksvertegenwoordigers, Paul Michel Lévy in het arrondissement Nijvel. Hij nam al na een paar weken ontslag en werd opgevolgd door Werner Marchand. Het was duidelijk dat het om een partij met belangrijke kopmannen ging, maar zonder troepen. In 1946 telde de partij 2637 leden: 380 in Vlaanderen, 904 in Brabant (Brussel) en 1353 in Wallonië. Dit betekende het einde van het avontuur.

Enkele kopstukken stapten over naar de CVP, zoals Pierre Clerdent, die gouverneur van Luxemburg en Luik werd en later liberaal senator, Alfred Califice die bij herhaling minister werd voor de CVP en Antoine Delfosse, voor wie het een terugkeer naar zijn vroegere partij betekende, overstap die Oscar Behogne al vanaf de verkiezingen van 1946 had gedaan, net zoals Marcel Gregoire, die al in 1946 overgestapt was en verkozen werd voor de Belgische socialistische partij. Paul Michel Lévy, Max Bastin, Jacques Basyn, Arthur Bertinchamps, René Vandeghinste, Franz De Voghel en William Ugeux vervolgden elk hun eigen carrière.

Literatuur[bewerken]

  • J. C. WILLAME, L'Union démocratique belge (U.D.B.). Essai de création travailliste, Crisp, Bruxelles, 1976.
  • Wilfried BEERTEN, Ontstaan en ontwikkeling van een politieke beweging: Union démocratique belge, Leuven, 1983
  • Wilfried BEERTEN, Le rêve travailliste en Belgique: histoire de l'U.D.B., 1944-1947, traduit du néerlandais par Maurice Galderoux, Brussel, 1990.
  • Wilfried BEERTEN, Marie-Thérèse COENEN, Pascal DELWIT, e. a., Le rassemblement des progressistes, 1944-1976, Brussel, 1999
  • David LEVAUX, Liège et l'Union Démocratique Belge, licentiaatthesis, Luik, 2001.

Externe link[bewerken]