Ulva (geslacht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ulva
Ulva lactuata (zeesla)
Ulva lactuata (zeesla)
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryota (Eukaryoten)
Clade:Archaeplastida
Rijk:Viridiplantae
Stam:Chlorophyta (Groenwieren)
Klasse:Ulvophyceae
Orde:Ulvales
Familie:Ulvaceae
Geslacht
Ulva
Linnaeus, 1753
Afbeeldingen Ulva op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Ulva op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Ulva (synoniem: Enteromorpha[1]) is een geslacht van meercellige groenwieren, dat uit 385 soorten bestaat.[2] De soorten komen voor in kustgebieden in de hele wereld, en enkele soorten komen ook voor in brak water. De meest bekende soort, zeesla (Ulva lactuca), is de typesoort van het geslacht Ulva.

De soorten zijn morfologisch zeer verschillend. Gemeenschappelijk is de centrale vasthechting op de ondergrond met een wortelachtige structuur.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De lengte van de planten kan afhankelijk van de soort van enige centimeters tot drie meter (Ulva expansa) bedragen. Het thallus is groen, afgeplat en hol. De voortplanting geschiedt met gametofyten, die in elke cel (behalve die van het rizoïde) kunnen ontstaan.[3] Sommige soorten kunnen sterk wisselende verschijningsvormen hebben, wat determinatie bemoeilijkt.

Wieren uit dit geslacht leven in symbiose met bacteriën. Deze leven in een biofilm op het oppervlak van de alg. Zonder deze bacteriën kunnen de wieren niet of nauwelijks leven.

Eetbaarheid[bewerken | brontekst bewerken]

Zeewieren uit dit geslacht worden gegeten door vele zeeorganismen, waaronder lamantijnen en zeehazen. Ze worden veel gekweekt in zeeaquariums als voedselplant. Veel soorten uit dit geslacht worden ook gebruikt voor menselijke consumptie, zowel rauw als gekookt. Ze zijn een rijke bron aan eiwitten, vitamines en mineralen, met name ijzer. Als ze groeien in vervuild zeewater kunnen ze echter ook giftige stoffen bevatten, zoals zware metalen.

Ulvanen[bewerken | brontekst bewerken]

Ongeveer 8 tot 29% van de droge biomassa bestaat uit in water oplosbare polysacchariden die als ulvanen bekend staan. Momenteel worden deze intensief bestudeerd, bijzonder op het gebied van de nanotechnologie en de farmacologie.[4][5]

Soorten[bewerken | brontekst bewerken]

Tot dit geslacht behoren:

Nomina dubia