Onderwijsnet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Vrij onderwijs)
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal Onderwijs

In Vlaanderen gebruikt men sedert het schoolpact (1958) de term onderwijsnet om scholen in te delen naar soort inrichtende macht. Het gaat dan in eerste plaats om scholen van kleuter-, lager- en secundair onderwijs.

Er zijn drie netten: het officieel gesubsidieerd onderwijs (overheidsscholen), het gemeenschapsonderwijs en het vrij gesubsidieerd onderwijs (voornamelijk katholieke scholen). Anno 2009 behoren 65 procent van de lagere scholen en 75 procent van de middelbare onderwijsinstellingen tot het katholieke net.[1]

Aangezien deze scholen ook moeten samenwerken met een Centrum voor Leerlingenbegeleiding, zijn ook de CLB's ingedeeld in netten. Er zijn dus CLB's van het gemeenschapsonderwijs, provinciale en gemeentelijke CLB's en vrije CLB's.

Het officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)[bewerken]

Het officieel gesubsidieerd onderwijs is het onderwijs dat georganiseerd wordt door de lokale besturen, dit zijn steden en gemeenten of een provincie.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de Vlaamse Gemeenschapscommissie de inrichtende macht van de voormalige Nederlandstalige provinciale scholen van de provincie Brabant tot de splitsing van de provincie in 1995.

In het officieel gesubsidieerd onderwijsnet kunnen ouders vrij kiezen welke levensbeschouwelijke lessen hun kind zal volgen. Men kan kiezen uit:

  • Anglicaanse godsdienst
  • Islamitische religie
  • Israëlische religie
  • Katholieke godsdienst
  • Niet-confessionele zedenleer
  • Orthodoxe godsdienst
  • Protestantse godsdienst

Het provinciaal onderwijs[bewerken]

Een school die tot het provinciaal onderwijs behoort, wordt ingericht door één van de provincies. Het provinciebestuur is dit geval de inrichtende macht.

De provinciale scholen zijn verenigd in de koepel Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV).

Het gemeentelijk onderwijs[bewerken]

Dit zijn scholen die ingericht worden door gemeentebesturen. De gemeentescholen zijn verenigd in de koepel Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG).

Het gemeenschapsonderwijs (GO)[bewerken]

Deze scholen werden vroeger de staatsscholen of rijksscholen genoemd. Zij worden ingericht door de Vlaamse Gemeenschap, die daarvoor de openbare instelling "het Gemeenschapsonderwijs" (GO) heeft opgericht met de Raad voor het Gemeenschapsonderwijs (Rago) als centrale inrichtende macht. Uiteraard werken zij met het geld van de Vlaamse Gemeenschap. Zij communiceren als "GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap".

Dit net bedient zo'n 15 à 20 % van de Vlaamse schoolbevolking.

Het vrij gesubsidieerd onderwijs (VGO)[bewerken]

Dit is onderwijs georganiseerd door een privé-initiatief. Het schoolbestuur is in de meeste gevallen een vereniging zonder winstoogmerk.

1rightarrow blue.svg In Nederland heet deze vorm van onderwijs bijzonder onderwijs

Binnen het vrij gesubsidieerd onderwijs hebben heel wat schoolbesturen zich verenigd in koepels. De grootste koepel is die van het Katholiek Onderwijs (VSKO), daarnaast bestaan er nog kleinere koepels: Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen (FOPEM), de Raad van Inrichtende Machten van het Protestants-Christelijk Onderwijs (IPCO) en de federatie Steinerscholen en het Vlaams Onderwijs OverlegPlatform (VOOP). De kleine koepels verenigden zich op hun beurt tot het Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers (OKO).

Binnen het vrij onderwijs wordt er een onderscheid gemaakt tussen:

Het confessioneel vrij onderwijs[bewerken]

Onderwijs gebaseerd op een zekere godsdienst, zoals katholiek, protestants en islamitisch. Zij hebben een zekere vrijheid in het aanbieden van leerplannen en onderwijsmethoden. Zolang ze aan de inrichtingsvoorwaarden van de Vlaamse gemeenschap voldoen, krijgen ook deze scholen subsidies voor personeels- en werkingskosten.

In de praktijk zijn deze subsidies door ingewikkelde verdeelsleutels altijd lager per leerling dan in het officiële onderwijs.

Het grootste koepel in Vlaanderen is het Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Daarnaast bestaan er protestantse en Joodse scholen. In deze scholen is de keuze van levensbeschouwelijke vakken niet vrij: het is automatisch de levensbeschouwing van het schoolbestuur waarvoor men kiest.

Het niet-confessioneel vrij onderwijs[bewerken]

Dit zijn vrije scholen die niet aan een bepaalde religie gekoppeld zijn. Vaak gaat het hier om "methodescholen", zoals de Steinerscholen, Daltonscholen, Jenaplan-scholen, Freinetscholen en Montessorionderwijs, maar niet altijd.


Deze scholen kiezen voor cultuurbeschouwing, met oog voor de verschillende levensbeschouwingen. Ook deze scholen worden gesubsidieerd zolang ze aan de inrichtingsvoorwaarden van de Vlaamse gemeenschap voldoen.

Naar het grote publiek ontstaat er soms onduidelijkheid omdat sommige plaatselijke scholen zich" Daltonschool" noemen, zeggen te werken volgens de "Steinerprincipes", een "Jenaplanschool" zijn,... maar in feite behoren tot het gemeenschaps- of het Katholiek onderwijs, en niet tot de koepel van de methodescholen.

In 2003 werd het Lucernacollege opgericht door de vzw Inrichtende Macht Lucerna. Ze behoort administratief tot het vrij niet-confessioneel onderwijs. De school verkiest echter uitdrukkelijk het programma van het gemeenschapsonderwijs te volgen, inclusief de keuzevrijheid van levensbeschouwelijk vak.

Netoverschrijdende initiatieven en niet-traditionele netten[bewerken]

Hier en daar ontstaan net-overschrijdende initiatieven op onderwijsgebied of initiatieven die buiten de traditionele netten genomen worden. Bijvoorbeeld de groei[bron?] van het aantal methodenscholen (Freinet, Steiner ...), de oprichting van een 'neutraal' LUC, nu Universiteit Hasselt, de fusie in 2003 van het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (RUCA), de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA) en de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen (UFSIA) tot één Universiteit Antwerpen, de bundeling van opleidingen voor volwassenenonderwijs per regio in plaats van per net. Deze netoverschrijdende initiatieven hebben in 2005 tijdens de Regering-Leterme I tot de oprichting geleid van de ISC, (InternettenSamenwerkingsCel) op het ministerie van onderwijs onder leiding van de socialistische minister Frank Vandenbroucke.

Op 30 augustus 2011 wordt ook de "onderwijskiezer" gelanceerd, een gemeenschappelijk initiatief van de twee grootste netten van CLB's. De website biedt onderwijsinformatie in neutrale en voor de leek begrijpelijke taal.