Watercrassula

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Watercrassula
Watercrassula
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde:Saxifragales
Familie:Crassulaceae
Geslacht:Crassula
Soort
Crassula helmsii
(Kirk) Cockayne (1907)
Afbeeldingen Watercrassula op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Watercrassula op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Watercrassula (Crassula helmsii), ook wel waternaaldkruid, is een 5-25 cm hoge, vaste plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae). De 's winters groenblijvende plant kent drie groeivormen: een landvorm, een vorm die op de waterbodem groeit en een vorm die in de bovenste waterlagen groeit. Door deze plasticiteit is de plant in staat in een groot aantal milieus te groeien, ook in poelen die regelmatig droog vallen.

De plant komt oorspronkelijk uit Australië. Zowel in Engeland, waar watercrassula al sinds 1950 aanwezig is, als in de Benelux gedraagt deze exoot zich invasief. De plant is een pioniersoort die explosief uitgroeit in pionierssituaties zoals geplagde terreinen. Eens gevestigd is de soort vrijwel niet te verwijderen doordat ieder achtergebleven stukje stengel weer uitgroeit tot een plant. Door schoningsactiviteiten wordt de plant soms ongewild nog verder verspreid. Ook grote grazers en ganzen spelen bij de verspreiding een rol. De plant produceert bovendien vruchtbaar zaad.[1]

Watercrassula is een tropische plant en kent geen seizoenen. De plant blijft doorgroeien in de winter, mits de plant niet bevriest. Onder water is dit meestal niet het geval. De heldergroene kleur, die ook in de winter blijft, is mogelijk de reden geweest voor introductie in tuinvijvers.

Verschijningsvormen[bewerken]

Watercrassula heeft een watervorm en een terrestrische verschijningsvorm. Echter, de planten vertonen ook een tussenvorm: Wanneer exemplaren langere tijd overstroomd raken of juist droogstaan, dan passen de planten binnen enkele weken hun verschijningsvorm aan.

Een plant bestaat uit oorspronkelijk één en later meer dunne, ronde, gesegmenteerde stengels, waaraan de blaadjes op knopen twee-aan-twee staan.

In het water wortelen de planten in de bodem, kruipend of in een rozet, en drijven de stengels recht omhoog. De stengels zijn geheel groen en de bladeren zijn in de regel langer dan boven water. De plant lijkt veel op soorten uit het geslacht sterrenkroos (Callitriche) - de geheel ondergedoken vorm in dieper water - maar is forser en steviger. Een simpele test in het veld: Als een klein stukje wordt afgebroken en uit het water gehaald, dan drapeert een sterrenkroos zich slap over de vingers maar blijft watercrassula rechtop staan.

Op droge oevers is de afstand tussen de knopen - en daarmee de totale stengellengte - minder groot. Afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid voedsel kan de plant tot circa 30 cm in de hoogte groeien. De kleur van de stengels varieert op het land van lichtgroen tot lichtbeige met een roze of rossige tint. De 4–20 mm lange en 0,7–1,6 mm brede bladeren zijn stug en kort, maar nog steeds langwerpig met een puntig uiteinde. Op het land toont de plant zijn vetplant-achtige kenmerken zoals een dik, vet blad. De groeitop van een stengel is bekroond met (meestal) vier spits driehoekige blaadjes, die samen lijken op een klauwtje. De landvorm produceert kleine bloemen (circa 3 mm doorsnede) met vier witte kroonblaadjes. De kroonblaadjes zijn ongeveer een millimeter breed en lang en aan het uiteinde licht afgerond. De vrucht is een doosvrucht en bevat 2-5 zaden. Het 0,42 mm lange en 0,25 mm brede zaad van watercrassula is slechts beperkt kiemkrachtig, maar door het grote aantal bloemen wordt toch snel een vitale zaadbank geproduceerd.[2]

Schade[bewerken]

Watercrassula is onder de juiste milieuomstandigheden zeer invasief. Open plekken in vochtige levensgemeenschappen zijn vatbaar voor de plant. Woekering van deze soort veroorzaakt diverse ongewenste effecten, zoals reductie van het aantal inheemse soorten. Daarnaast zijn negatieve effecten voor de waterhuishouding en -kwaliteit gerapporteerd op locaties waar watercrassula dominant is. Voorbeelden hiervan zijn het volledig dichtgroeien van waterlichamen en zuurstofgebrek in het water.

De plant groeit jaarrond en heeft daarom in het voorjaar een voorsprong op inheemse soorten, die opnieuw biomassa moeten produceren (uitgroeien vanuit ondergrondse delen of opslaan uit zaad).

Nederland[bewerken]

Verspreiding[bewerken]

In Nederland is watercrassula voor het eerst gezien in 1995, in de provincie Noord-Brabant, sindsdien verspreidde de soort zich steeds verder. Hij wordt vooral aangetroffen op de pleistocene zandgronden en minder op veen- of kleigronden. De plant is weinig kritisch voor wat betreft standplaats, ze weet zich te vestigen in allerhande watersystemen. De plant heeft een voorkeur voor oevers van plassen en waterlopen en vestigt zich op kale bodem. Ze vormt op droogvallende oevers soms een dichte mat van plantjes, enkele centimeters hoog. Watercrassula kwam in eerste instantie in de natuur terecht door menselijke verspreiding, bijvoorbeeld door gedumpte vijverplanten. Aanvullend kunnen grote grazers, machines, schepnetten en watervogels delen van de plant verspreiden. Bovendien breken delen van de plant gemakkelijk af waarna ze kunnen wegdrijven. Na aanspoeling elders kan daar beworteling volgen waarna een nieuwe plant tot wasdom komt. Watervogels kunnen fragmenten van de plant transporteren naar andere waterpartijen, het is ook mogelijk dat dit gebeurt door hem te eten waarna levensvatbare delen via de mest verspreid worden.

Vanaf de jaren 1990 heeft veel natuurontwikkeling plaatsgevonden. Hierbij zijn veel nieuwe vennen en andere waterpartijen gegraven in voormalige landbouwpercelen. Juist in deze nieuwe wateren zonder bestaande begroeiing en met de aanwezigheid van grote hoeveelheden voedingsstoffen kan watercrassula een dominante rol gaan spelen. De plant is inmiddels invasief door heel Nederland, inclusief de Waddeneilanden Texel, Terschelling en Ameland.

Omdat Watercrassula in staat is om zeer voedselarme milieus te koloniseren, vormt de soort een bedreiging voor kwetsbare biotopen zoals venoevers.[3]

Bestrijding[bewerken]

Bestrijding van watercrassula door het volledig verwijderen van de soort is vrijwel onmogelijk gebleken. De planten op grote schaal geheel proberen te verwijderen is slechts voor even ogenschijnlijk effectief. Een kaalgeschraapte bodem geeft watercrassula gemakkelijk gelegenheid om opnieuw tapijten van massale begroeiing te vormen op de oever en in het water. Hoogst haalbaar is het door regelmatig ingrijpen, bijvoorbeeld door het weghalen van biomassa, beheersbaar houden van de overlast. Dit is symptoombestrijding en vereist steeds terugkerende inspanningen.[4]

Er wordt onderzoek gedaan naar meer effectieve bestrijdingsmogelijkheden. Op Landgoed Huis ter Heide, een natuurgebied ten noorden van Tilburg, is Natuurmonumenten in 2012 gestart met het testen van verschillende methoden. In 2016 en 2017 is wetenschappelijk groeiplaatsonderzoek uitgevoerd door de Stichting Bargerveen in de kassen van de Radbouduniversiteit te Nijmegen en op Huis ter Heide.

Verkoop[bewerken]

Watercrassula wordt in Nederland als uitvloeisel van het Convenant waterplanten van 2010 niet meer in de handel aangeboden.[5] Dit convenant is afgesloten tussen het Ministerie van economische zaken, de Unie van Waterschappen en het bedrijfsleven. Doel is de bescherming van de biodiversiteit in het water.