Wit privilege

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wit privilege (een leenvertaling van het Engelse white privilege) is een concept dat ervan uitgaat dat mensen met een blanke (ook wel: 'witte'; Engels: white) huidskleur door deze huidskleur – dus niet door sociale omstandigheden – een betere maatschappelijke startpositie hebben en over privileges (voorrechten) beschikken die leden van andere etnische groepen niet hebben.[1]

Het begrip is afkomstig uit de Verenigde Staten vanuit de critical race theory en kent daar een langere geschiedenis dan in Europa. Het is in Nederland gepopulariseerd door o.a. de antropologe Gloria Wekker in haar boek Witte onschuld en door Anousha Nzume in haar boek Hallo witte mensen. Onderzoeksjournalist Sunny Bergman maakte in 2017 de documentaire Wit is ook een kleur voor 2Doc van de VPRO.[2]

Naast het begrip wit privilege wordt ook witte fragiliteit gehanteerd, ontwikkeld door o.a. Robin DiAngelo.[3] Met dit begrip wordt bedoeld dat veel "witte mensen" zo lichtgeraakt en kwetsbaar ("fragiel") zouden zijn, dat ze de waarheid van hun wit privilege niet onder ogen durven zien; uit afweer ontstaan dan allerlei redeneringen waaraan, in deze visie, verder geen aandacht hoeft te worden geschonken.[4]

Beide begrippen zijn ontstaan in een context van activisme en identiteitspolitiek. Op het begrip witte fragiliteit is de kritiek naar voren gebracht dat het door zijn eenzijdige en negatieve focus op huidskleur een racistische tendens heeft.[5] In Nederland hebben Elma Drayer[6] en Herman Vuijsje[7] stijl en retoriek van de (zwarte) identiteitspolitiek aan een kritische analyse onderworpen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]