Intersectionaliteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een protestbord tijdens een vrouwenmars in New York

Intersectionaliteit (ook wel kruispuntdenken[1]) is in de sociologie en binnen bepaalde politieke discussies de notie dat individuen in een samenleving discriminatie en onderdrukking ondervinden op grond van een veelvoud van factoren. In 1981 schreef de Amerikaanse wetenschapper en activiste bell hooks in haar boek Ain't I A Woman al dat ervaringen op basis van geslacht, klasse en seksualiteit volgens haar niet los gezien kunnen worden van ervaringen op basis van ras of etniciteit. Het begrip intersectionality werd voor het eerst in 1989 door de Amerikaanse feministe Kimberlé Williams Crenshaw gebezigd.[2]

Uitgangspunten[bewerken]

In het kruispuntdenken worden de verschillende vormen van onderdrukking en discriminatie niet onderscheidelijk bestudeerd, maar volgt men een holistischer aanpak. Hierbij worden verschillende vormen van discriminatie en onderdrukking (zoals seksisme, racisme en homofobie) gezamenlijk en in hun onderlinge verband bestudeerd, omdat anders niet alle oorzaken en gevolgen ervan verklaard kunnen worden. De theorie is overigens niet geheel onomstreden, ook niet in feministische kringen.[3]