Kastenstelsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pyramide van het kastenstelsel in India

Kastenstelsel, (in devanagari वर्णाश्रम varna-ashrama) is in zijn oorspronkelijke vorm verdeling en codificatie van de maatschappij, die gebaseerd is op de geestelijke verscheidenheid en karma, in vier groepen. Deze verdeling is voor het eerst vermeld in Rig Veda (1500 - 1000 v.Chr.) [1] als vier delen (mond, armen, dijen en voeten) [2] van de eeuwige Purusha.[3] In de latere, verklarende werken Manu Smriti [4] en Bhagavad gita (800 - 200 v.Chr.) [5] zijn deze vier lichaamsdelen op de maatschappij geprojecteerd, gebaseerd op de uitspraken in Upanishads (800 - 400 v.Chr.), dat Brahma, de schepper, van deze vier delen, vier groepen mensen heeft geschapen: 1. brahmanen, (de priesterlijke en geleerde klasse), 2. Kshatriya's (de strijders en de heersers), 3. Vaishya's (de landbouwers en de handelaars) en 4. Shudra's (de dienaren en arbeiders).

Ashrama verwijst naar de vier stadia van het individuele leven:

  1. brahmacharya – 25 jaar leven met de leraar,
  2. grhastha – 25 jaar leven in een familie,
  3. vanaprastha – 25 jaar leven in de afzondering
  4. sannjasa – 25 jaar leven in celibaat. Deze verdeling is in het latere hindoeïsme een onderdeel van het dagelijkse leven geworden en is in de verschillende modificaties in India tot op heden bewaard gebleven.

Het oorspronkelijke kastenstelsel (varna-ashrama) wordt heel vaak verward met de hiërarchische klassenverdeling naar geslacht of erfelijke herkomst. Deze verkeerde interpretatie van de oorspronkelijke verdeling volgens de geestelijke ontwikkeling en karma is ontstaan tijdens de koloniale overheersing van India door de Portugezen in de 16de eeuw. Die hebben het Sanskriet woord varna met het Portugese woord "casta" vertaald wat "stam", "soort", "geslacht of herkomst" betekent en de vertaling is van het Sanskriet woord jati. Het is zonder enige twijfel dat alle Vedische geschriften iedere erfelijke superioriteit uitsluiten en nergens in de Vedische geschriften is de verdeling naar jati te vinden.[4][6]

Kasten in India[bewerken]

Nergens anders is het kastensysteem zo ingewikkeld en systematisch uitgewerkt als in India. Het systeem ontstond toen de Indo-Europeanen in 500 v.C. Noord-India veroverden. Ze beschouwden zichzelf als Ariërs of zuiveren aangezien ze blank waren. Om hun ras zuiver te houden gaven ze blankere Indiërs belangrijke functies terwijl Indiërs met een donkere huid het vuile werk moesten opknappen. De Indiase term voor kaste is jati. Een kaste kan uit een handvol mensen tot vele duizenden variëren. Er zijn duizenden dergelijke jati's, en elk heeft zijn distinctieve regels. De term Varna (= kleur) verwijst naar de oude en enigszins geïdealiseerde viervoudige onderverdeling van de hindoeïstische maatschappij:

  • Brahmanen, de priesterlijke en geleerde klasse;
  • Kshatriya's, de strijders en de heersers;
  • Vaishya's, de landbouwers en de handelaars;
  • Shudra's, de burgers en arbeiders.

Deze afdelingen waren vroeger grote, brede, niet-gedifferentieerde sociale klassen. Onder de categorie van Shudra's staat de groep onaanraakbaren, ook wel paria's genoemd. Veelal is men tegenwoordig niet meer akkoord dat de kastelozen onder de Shudras vallen, zij zijn de 5e kaste of anders de buitenkasten. Zij noemen zichzelf dalit. Zij worden als kasteloos beschouwd. Deze groep mensen doen het vuile werk van de maatschappij. Ze werkten als slagers en leerlooiers (wat een hindoe niet mag omdat het leer van de heilige koe komt), werkten met afval en er waren ook huursoldaten en huurmoordenaars bij, die niet tot de Kshatriya behoorden.

Hoewel er veel verwarring over is geweest, zijn jati en Varna verschillend in oorsprong en functie. De diverse kasten binnen ieder bepaald gebied van India worden hiërarchisch georganiseerd, waarbij elke kaste ruwweg aan een of andere van de Varnacategorieën beantwoordt.

De Indiase kasten worden sterk onderscheiden door rituelen en geloven die al het gedachtegoed en het gedrag (zie dharma) doordringen. De extreme hogere en lagere kasten verschillen zo sterk in gewoonten in het dagelijkse leven en verering dat slechts de tussenliggende kasten kunnen dienen om de Indiase maatschappij samen te houden.

De verklaring dat de Indiase kasten oorspronkelijk op rassenbarrières werden gebaseerd om de rassen en culturele zuiverheid te bewaren is historisch ontoereikend om van de fysieke en culturele verscheidenheid van dergelijke groepen rekenschap te geven. Kaste wordt echter wel bepaald door afkomst en het is niet mogelijk om van kaste te veranderen. Kastendiscriminatie wordt dan ook internationaal erkend als vorm van rassendiscriminatie.

De beroepsbarrières onder Indiase kasten zijn langzaam, onder economische druk, sinds de 19e eeuw vervaagd, maar het sociale onderscheid is meer blijvend. De houdingen ten opzichte van Shudra's begonnen slechts in de jaren '30 onder de invloed van het onderwijs van Mahatma Gandhi te veranderen. De dalits (kastelozen) werden door Mahatma Gandhi de Harijans genoemd, wat betekent: "de kinderen van God". Hoewel de Shudrastatus in 1949 onwettig werd verklaard, is de weerstand tegen verandering sterk, vooral in plattelandsgebieden.

De kasten leveren een specialisatie op, waarbij verschillende groepen verschillende taken binnen de samenleving hebben. Hindoes geloven dat de kaste waarin iemand geboren wordt afhankelijk is van het karma uit de vorige levens.

De Boeddha erkende het belang van het kastenstelsel niet[7]. Ieder persoon kon, onafhankelijk van zijn kaste, bij hem monnik worden. Hij zei dat een brahmaan (een brahmaanse priester) niet heilig is doordat hij in een bepaalde familie geboren is of omdat zijn moeder brahmaanse is. Maar in wie waarheid is, en wie nergens meer aan hecht, is volgens de Boeddha een ware brahmaan.

Kasten elders[bewerken]

Het kastenstelsel komt ook voor in Nepal, Pakistan, Sri Lanka, Bangladesh en op Bali (Indonesië). De Verenigde Naties gebruikt voor kastendiscriminatie de omschrijving 'discriminatie op basis van werk en afkomst'. Behalve de dalits worden ook andere groepen erkend als slachtoffer van deze vorm van discriminatie, bijvoorbeeld de Burakugemeenschap in Japan en groepen in Somalië en Jemen.

Bij de Joden bestonden er in de tijd van de Joodse Tempel 2 priesterkasten, de Cohaniem (opperpriesters) en de Levieten (de hulppriesters). Buitenstaanders konden niet toetreden tot deze kasten. Volgens de Joodse traditie zijn de hedendaagse joden met de achternaam Cohen en Levi nakomelingen van deze vroegere kasten.

De stratificatie van de bevolking in de Spaanse koloniën in Amerika wordt eveneens aangeduid met kaste (casta).

In voormalig Mandé bestond ook een kastenstelsel. Dit kan grofweg worden ingedeeld in drie groepen: edelen, smeden en djeli (zangers). Djeli bezongen de grootheid en invloed van heersers en kregen in ruil daarvoor een materiële beloning. Zij konden niet tot een andere kaste toetreden. Edelen en smeden konden door hun gedrag wel tot op zekere hoogte djeli worden.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Rig Veda 9.112.3 "I am a bard, my father is a physician, my mother's job is to grind the corn."
  2. Rig Veda 10.90.12 "The Brahman was his mouth, of both his arms was the Rajanya made. His thighs became the Vaisya, from his feet the Sudra was produced".
  3. Purusha is volgens de Samkhya school de "kosmische geest".
  4. a b Manu Smriti 10:65: "As the son of Shudra can attain the rank of a Brahman, the son of Brahman can attain rank of a Shudra. Even so with him who is born of a Vaishya or a Kshatriya"
  5. Bhagavad gita 4.13 - "De vier varnas zijn door mij geschapen overeenkomstig de verdeling der guna's en handelingen".
  6. Caste_System in Hinduism
  7. zie Dhammapada vers 393 en 396


Zoek dit woord op in WikiWoordenboek