Zingiber officinale

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zingiber officinale
Koeh-146-no text.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Clade: Commeliniden
Orde: Zingiberales
Familie: Zingiberaceae
Geslacht: Zingiber
Soort
Zingiber officinale
Roscoe (1807)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Zingiber officinale is een bloeiende plant uit de familie Zingiberaceae. De wortelstok wordt gebruikt om er gember van te maken, dat culinair veel gebruikt wordt.

Beschrijving[bewerken]

De plant wordt 0,6[1] tot maximaal 1,2 meter hoog en heeft smalle bladeren (ca 2cm breed en 18 cm lang)[2]. De stengels ontspruiten elk jaar uit de knoppen van de wortelstok. De bloeiwijze is aarvormig, waarbij de aren ca. 8 cm lang zijn.[2] De bloemen zijn bleekgeel met een purperachtig gekleurde lip met roomkleurige stippen en streepjes. De gecultiveerde planten zijn meestal steriel en bloeien niet.[2]

De ondergrondse wortel lijkt soms wel wat op een opgezwollen hand en heeft een kurkachtige schil.[3]

Smaakgevende stoffen in de plant zijn gingerol, gingeridione en shogaol.[3]

Cultuur[bewerken]

Om gember te kweken is een warme, beschaduwde standplaats nodig, met voedzame grond. De plant heeft veel nutriënten nodig.[3]

De plant wordt geoogst als in de herfst de bladeren zijn afgestorven. De wortelstokken worden opgegraven en worden gedroogd in de schaduw.[4] Jongere wortels worden geoogst om vers te gebruiken of in te leggen. Oudere wortelstokken worden gemalen om gemberpoeder te verkrijgen. Gemberplanten worden vermeerderd door ze te scheuren.

Er bestaan verschillende cultivars, waarbij onder andere de wortelstok in kleur varieert.[1]

De eerste groeiplaats van gember is niet bekend. Sommige bronnen stellen dat gember van oorsprong voorkomt in het zuiden van China, anderen noemen India. Gember werd verspreid naar onder andere de Molukken, andere delen van Azie en uiteindelijk ook naar West Afrika. Volgens sommige bronnen zou het de één van de eerste oosterse planten zijn die naar Europa is gekomen.[3] Gember werd door de Spanjaarden geïntroduceerd in Amerika. Francisco de Mendosa nam de plant mee uit Oost-Indië. In 1547 werd gember al vanuit Spaans-Zuid Amerika geëxporteerd.[1]

In de jaren 90 van de twintigste eeuw importeerde de VS meer dan 4000 ton gemberwortel per jaar. Momenteel vindt de grootste productie plaats in Fiji, India, Jamaica, Nigeria, Sierra Leone en China. Gember wordt in bijna elk tropisch of subtropisch land gekweekt, indien er landbouwgrond beschikbaar is.[5]

Geschiedenis[bewerken]

Gemberwortel werd al in de eerste eeuw na chr. geëxporteerd naar Europa voor de lucratieve specerijenhandel. De route liep via India. Gember werd al veel gebruikt door de Romeinen. Dit is bekend uit schriftelijke bronnen waarin Romeinse belasting werd vastgelegd voor importen via de Rode Zee naar Alexandrië. Bewijzen bestaan van import te Marseille in 1228 en Parijs in 1296.[5]

Gemberplant

Etymologie[bewerken]

De latijnse naam Zingiber is afgeleid van het sanskrit shringavera, hetgeen betekent "gevormd als een hertengewei". [2]

Gebruik[bewerken]

De verse of gedroogde wortel van de plant wordt gember genoemd en wordt gebruikt als specerij en als kruidengeneesmiddel. Geconfijte gember wordt ook wel omhuld met suiker en als direct gegeten. Ook wordt de wortel gemalen, als gemberpoeder gebruikt. De verse wortel wordt onder andere gebruikt in thee en in vele Aziatische gerechten.

Gerelateerde culinair gebruikte planten[bewerken]

Andere leden van de gemberfamilie waarvan de wortels in de keuken gebruikt worden zijn Curcuma longa, waaruit curcuma wordt gewonnen, Elettaria cardamomum dat kardemom levert en Kaempferia galanga, waaruit kentjoer wordt gemaakt.