Zwarthalskraanvogel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zwarthalskraanvogel
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2017)
zwarthalskraanvogel in de Bronx Zoo
zwarthalskraanvogel in de Bronx Zoo
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Gruiformes (Kraanvogelachtigen)
Familie:Gruidae (Kraanvogels)
Geslacht:Grus
Soort
Grus nigricollis
Przewalski, 1876[2]
GrusNigricollisMap.svg
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Zwarthalskraanvogel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De zwarthalskraanvogel (Grus nigricollis) is een vogel uit de familie van de kraanvogels (Gruidae). De vogel werd in 1876 geldig wetenschappelijk beschreven door de Russische militair en ontdekkingsreiziger Nikolaj Przewalski. Het was de laatst beschreven kraanvogelsoort. Het is een door habitatverlies kwetsbare vogelsoort die leeft op het Tibetaans Hoogland.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De vogel is gemiddeld 115 cm lang en weeg gemiddeld 5,35 kg. Het is een grote grijswitte kraanvoge. De kop en het bovenste deel van de nek zijn zwart, met uitzondering van een rode plek boven op de kop en een witte vlek aan de achterkant van de ogen. De staart is ook zwart.[3]

Verspreiding en leefgebied[bewerken | brontekst bewerken]

De zwarthalskraanvogel broedt op het Tibetaans Hoogland en in Ladakh, een regio in Noord-India. De soort overwintert op een klein aantal plaatsen in China, Bhutan, en Arunachal Pradesh in India. De habitat van de zwarthalskraanvogel bestaat in het broedseizoen uit hooggelegen drasland. Tijdens het overwinteren zoeken de vogels lager gelegen rivierdalen op met graanvelden in de buurt. De soort voedt zich voornamelijk met wortels en knollen, granen en kleine dieren zoals insecten en kikkers. Er wordt veel tijd aan foerageren besteed, zo'n 75% van de dag, waarbij vaak grote afstanden worden afgelegd.
Zoals alle soorten binnen zijn familie heeft de zwarthalskraanvogel een uitgebreide balts. De nesten worden gemaakt op een eilandje van modder in ondiep water. Ze bestaan soms uit gras, riet en onkruid, maar andere keren worden de eieren direct op de grond gelegd. Het legsel bestaat uit één tot twee eieren, die door beide ouders in 30 tot 33 dagen worden uitgebroed. Ook nadat de jongen na zo'n 90 dagen kunnen vliegen, blijft de familie nog lange tijd bij elkaar en zoekt gezamenlijk naar voedsel.[3]

Status[bewerken | brontekst bewerken]

De grootte van de overwinterende populatie in China werd in 2016 door BirdLife International geschat op 6600 tot 6800 individuen. De populatie-aantallen nemen af door habitatverlies. De gebbieden waar de vogels broeden worden aangetast door drooglegging waarbij natuurgebied wordt omgezet in gebied voor intensief agrarisch gebruik of door gebruik van pesticiden, de aanleg van infrastructuur en menselijke bewoning. Om deze redenen staat deze soort als kwetsbaar op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

Afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]