Zweetdoek van Oviedo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
In dit schrijn wordt het zweetdoek bewaard
deel van de serie over
Christelijke relieken

Ook bekend als
"Relikwieën"

Reliekhouder
Overblijfselen van de
Heiligen uit het christendom
Bewaard in
reliekhouders

Relieken
van het leven van Christus
Lijkwade van Turijn
De Heilige Rok van Trier
Zweetdoek van Oviedo
Het Kleed van Edessa
De Heilige Lans
Het Heilig Bloed
De Heilige Graal
De Heilige Trap

Relieken van heiligen
Petrus te Rome
Paulus te Rome
Nicolaas te Bari
Bernadette Soubirous te Nevers
de Drie Koningen te Keulen
Theresia in Lisieux
Hildegard te Eibingen

Relieken in Nederland
Servatius te Maastricht
Lidwina te Schiedam
Bonifatius te Dokkum
Thomas van Kempen te Zwolle
Werenfridus te Elst
Amelberga te Susteren

De Zweetdoek van Oviedo is een relikwie dat bewaard wordt in de Spaanse stad Oviedo. Van de zweetdoek wordt verteld dat deze gebruikt is om het voorhoofd van Jezus te bedekken na zijn dood aan het kruis.

De zweetdoek van Oviedo meet 84 x 53 cm. In de zweetdoek is geen menselijk gelaat te herkennen, maar zeker is dat de zweetdoek menselijke bloedvlekken en andere lichaamsstoffen bevat. Op de zweetdoek zijn verschillende vlekken zichtbaar.

De zweetdoek bevindt zich onomstotelijk al sinds de 8e eeuw in Oviedo en vanaf de 7e eeuw in Spanje. Ondanks de geringe historische betrouwbaarheid van bronnen uit de Romeinse periode en de vroege Middeleeuwen, zijn wetenschappers er door de grote hoeveelheid verschillende vermeldingen van de zweetdoek uit die periode redelijk zeker van dat de zweetdoek inderdaad afkomstig uit de eerste eeuw na Christus uit de omgeving van Jeruzalem. Op grond van deze bronnen vermoedt men dat de zweetdoek zich tot 614 in Palestina bevond, maar na de invasie van Perzen via Afrika (616) in een paar jaar tijd in Spanje terecht kwam. Daar werd de doek oorspronkelijk bewaard in Toledo. Na de invasie van de Moren in Spanje (711) werd de doek in 718 naar Oviedo gebracht, waar hij tot op de dag van vandaag bewaard wordt.

Overeenkomsten met Lijkwade van Turijn[bewerken]

Forensische analyses hebben opvallende overeenkomsten aangetoond tussen de Zweetdoek van Oviedo en de Lijkwade van Turijn, ondanks dat beide relikwieën (als ze authentiek zijn) compleet verschillende routes hebben afgelegd van Jeruzalem naar Europa. De overeenkomsten zijn voor enkele wetenschappers zo frappant dat ze hebben geconcludeerd dat de Zweetdoek van Oviedo en de Lijkwade van Turijn gebruikt zijn om hetzelfde lichaam te bedekken.

Eén van de belangrijkste voorstanders van deze conclusie is Mark Guscin, een lid van een multi-disciplinair Spaans onderzoeksteam dat zich bezighoudt met het onderzoek naar de Lijkwade van Turijn. Guscin onderzocht de zweetdoek in de jaren '90 van de 20e eeuw. Hij kwam in 1999 tot de volgende conclusies:

  • De zweetdoek lijkt een begrafeniskleed te zijn dat waarschijnlijk op het gezicht van het lichaam van een volwassen man met een normale lichaamsbouw gelegd is. De man had een baard, een snor en lang haar, dat vanaf de nek in een staart was gebonden.
  • De man was dood. De vlekken zijn niet consistent met enige vorm van ademhalingsbeweging.
  • De man was verwond voor hij stierf met iets waardoor zijn schedel is gaan bloeden en dat wonden vormde op zijn nek, schouders en de bovenkant van de rug.
  • De man leed aan een longoedeem (hierbij vullen de longen zich in korte tijd met vocht waardoor het slachtoffer stikt) tijdens het stervensproces. De meeste vlekken op de zweetdoek bestaan uit één deel bloed op zes delen vocht uit de longen.
  • De enige lichaamshouding die past bij het patroon van de vlekken is die waarbij beide armen gestrekt boven het hoofd gehouden werden en waarbij de voeten in zo'n positie werden gehouden dat ademhaling extreem moeilijk was. Deze lichaamshouding is volledig consistent met die van een gekruisigd lichaam.
  • Op het moment dat de doek van het hoofd werd afgenomen, bevond het lichaam zich in een positie met het gezicht naar boven.

Guscin concludeerde in een gedetailleerd rapport dat de verhalen over de oorsprong van beide relikwieën, forensich onderzoek (graspollen), de scheikundige eigenschappen van het bloed en de patronen van het bloed aangeven dat beide doeken vlak na elkaar zijn gebruikt om hetzelfde bebloede hoofd te bedekken.

Veel andere onderzoekers houden het op hooguit enkele toevallige overeenkomsten tussen de Zweetdoek van Oviedo en de Lijkwade van Turijn en het trekken van een verkeerde conclusie. Zo is de analyse van graspollen van beide doeken omstreden, omdat deze is uitgevoerd door de Zwitserse forensisch criminoloog Max Frei, die op zijn werk geschorst was wegens geknoei met bewijsmateriaal. Dat het bloed op beide doeken overeen zou komen (op beide gevallen zou het gaan om de relatief zeldzame bloedgroep AB) staat ook niet vast, omdat de discussie of de vlekken op de lijkwade wel bloed zijn nog niet is afgerond.