Stoptrein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dit is een oude versie van deze pagina, bewerkt door Onmogelijk (overleg | bijdragen) op 15 jul 2012 om 16:06.
Deze versie kan sterk verschillen van de huidige versie van deze pagina.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een MW41 als stoptrein van Eeklo naar Gent-Sint-Pieters

Een lokale trein (L-trein) (België) of een stoptrein (Nederland), in de volksmond ook wel omnibus of boemel genoemd, is een passagierstrein die tijdens het afleggen van een traject naar een eindpunt in principe stopt op alle tussengelegen stations. Tot 1984 werd een stoptrein in België aangegeven als 'Omnibus'.

Hierop bestaan wel uitzonderingen, op enkele minder belangrijke stations stoppen niet alle L- of stoptreinen.

Op trajecten waarop zowel stoptreinen als IC-treinen rijden vertrekt de stoptrein meestal kort nadat de IC-trein vertrokken is, en dit over een relatief kort traject.

België

In België worden meestal het klassiek motorstel en de reeksen AM75 en AM86 als L-trein ingezet. Op niet-geëlektrificeerde trajecten rijden enkel MW41-dieseltreinen.

Gemoderniseerde MS66 in het station van Dendermonde

Nederland

SLT-stellen te Baambrugge. Tegenwoordig is dit type trein vooral in gebruik als sprinter in Nederland, ter vervanging van de oude Mat'64.

In Nederland worden voor de treinsoort stoptrein voornamelijk treinen van het type Mat '64 of DD-AR ingezet. Tussen Zwolle en Emmen werd tot december 2005 de Railhopper ingezet, maar deze treinen zijn toen buiten dienst gegaan, hier rijdt nu ook Mat '64. De Mat '64 treinstellen die tussen Zwolle en Emmen rijden zijn voorzien van een krachtiger aandrijving. Dit zorgt ervoor dat de treinstellen volgens hetzelfde schema kunnen rijden als de Railhopper. Connexxion rijdt op de Valleilijn met de Protos en Veolia op de Heuvellandlijn met de Velios/spurt.

Op trajecten met dieseltractie zijn voor de stoptreinen verschillende vervoerders actief, namelijk NS, Syntus, Arriva, Veolia en Connexxion. De NS zet op de dieseltrajecten treinstellen van het type Buffel in, Syntus heeft de LINT 41 en de Buffel, Arriva de Spurt en Veolia de Velios.

Sinds 2003 wordt op een aantal trajecten in de Randstad de naam Sprinter gebruikt in plaats van stoptrein. Op deze trajecten rijden treinen van de gemoderniseerde variant van het type Stadsgewestelijk Materieel, maar ook de SLT.

In de plannen voor de NS-dienstregeling 2007-2009 staat dat alle NS-stoptreinen op termijn zullen worden vervangen door Sprinters. Stoptrein zou in Nederland dan alleen nog gebruikt worden door andere vervoerders. Dit is echter niet bij aanvang van dienstregelingsjaar 2007 op 10 december 2006 landelijk ingevoerd, alleen de verbindingen waar Sprinter-materieel voor beschikbaar is worden Sprinter genoemd. De komende jaren zal er, door aanschaf van nieuwe treinen en modernisering van bestaande, meer Sprinter-materieel beschikbaar komen. Sinds de NS-dienstregeling 2012 heten alle stoptreinen Sprinters, ook als er niet met sprintermaterieel gereden wordt.

Nederlandse stoptreinverbindingen zijn te vinden in de lijst van treinseries in Nederland.

Duitsland

Duitse Regionalbahn

De Regionalbahn is de Duitse variant van de stoptrein. Sommige S-Bahnsystemen kunnen ook als stoptreinsysteem gezien worden, hoewel het systeem per stad sterk verschilt. In sommige steden heeft het S-Bahnsysteem weer meer weg van een metrosysteem.

Werking op hetzelfde spoor

Bij de operatie van stoptreinen en IC-treinen op hetzelfde spoor, kunnen enkele problemen optreden:

  • Als de stoptrein vertraagd is, kan hij de IC-trein ophouden (die sneller wil rijden). Hierdoor kan de IC-trein vertraging oplopen.
  • Als de IC-trein vertraagd is, kan het gebeuren dat de IC-trein achter de stoptrein moet gaan rijden, die wel op tijd vertrokken is van het vertrekstation of het inhaalstation. Hierdoor wordt de IC-trein nog meer vertraagd.