Aeolus (mythologie)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Aeolus (Grieks: Aiolos; Nederlands verouderd: Eool) is een figuur uit de Griekse en Romeinse mythologie. Hij was een zoon van Poseidon die door Zeus werd aangesteld als de bewaarder van de winden: Boreas de noordenwind, Notus de zuidenwind, Eurus de oostenwind en Zephyrus de westenwind. Aeolus houdt deze winden opgesloten in een grot, en kan ze als hij dat wil uitzenden om wind te brengen.
Aeolus ontmoette op de Liparische Eilanden Odysseus. Hij gaf deze een zak mee, waarin de tegenwinden zaten, zodat Odysseus nooit last van tegenwind zou hebben. De reisgenoten van Odysseus waren echter zo nieuwsgierig, dat ze in de zak gingen kijken. De tegenwinden ontsnapten, waardoor Odysseus zijn bestemming nog niet kon bereiken.
Hij was eveneens de godheid die ervoor zorgde dat de Grieken niet konden uitvaren naar Troje (dit op aandringen van Artemis), alvorens koning Agamemnon zijn dochter Iphigeneia aan de godin zou offeren.
De god is ook de mythische voorvader van de Aeoliërs.
Eolisch is een eolisch proces (aardwetenschappen). Het is een begrip uit de bodemkunde en geeft aan dat het door de wind gevormd, afgezet is. Een voorbeeld hiervan is de löss.
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Aeolus van Wikimedia Commons. |

