Alfred von Tirpitz
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Alfred von Tirpitz (Küstrin, 19 maart 1849 - Ebenhausen, 6 maart 1930) was een Duits admiraal.
Inhoud |
[bewerk] Vooroorlogse periode
In 1897 probeerde Duitsland zich op de Salomonseilanden te vestigen, maar het vond overal Rusland, Japan of Groot-Brittannië op zijn weg waardoor de noodzakelijke economische expansie in het gedrang kwam. Von Tirpitz diende in reactie hierop in 1897 het eerste vlootplan in. Groot-Brittannië schrok van deze uitbouw van de oorlogsvloot en zag in Duitsland een grote concurrent. Het volgende jaar werd dit vlootplan goedgekeurd in de Rijksdag.
Eind 1899 werden twee Duitse koopvaardijschepen bij de Zuid-Afrikaanse kust door Britse oorlogsschepen aangehouden en naar Durban gebracht. Enkele dagen later werd een derde koopvaarder opgebracht. De Duitse regering diende formeel protest in. In januari 1900 lieten de Britten de Duitse schepen gaan, maar het kwaad was al geschied. Von Tirpitz schreef een memorandum waarin hij pleitte voor een sterke eigen vloot die jaarlijks met ten minste drie linieschepen moest worden uitgebreid en diende zijn tweede vlootplan in. De grondgedachte was dat deze vloot groot genoeg moest zijn om een aanval door derden onaantrekkelijk te maken. Het voorzag in een verhouding van 2 Duitse tegen 3 Britse oorlogsschepen in een periode van 20 jaar.
In 1900 werd hij in de adelstand verheven.
[bewerk] Eerste Wereldoorlog
Alfred von Tirpitz werd in 1911 benoemd tot Grosadmiral, een rang waarmee hij de opperbevelhebber van de 300 schepen sterke Duitse marine werd. Als leider van de Duitse zeevloot zou Tirpitz tijdens de Eerste Wereldoorlog uitgroeien tot een van de belangrijkste militaire en politieke persoonlijkheden in Duitsland.
Tirpitz voerde verschillende aanvallen uit op Groot-Brittannië. Tirpitz' grootste succes, al was hij er zelf niet bij, de Slag bij Jutland, waaraan meer dan 60 schepen deelnamen, was de grootste zeeslag tot dan toe met moderne oorlogsschepen. De Duitse vloot boekte voor de kust van Denemarken in juni 1916 een tactische overwinning op de Britse Royal Navy, in die zin dat de Duitsers ongeveer tweemaal zoveel verliezen aan mensenlevens en veel meer aan scheepstonnage toebrachten dan ze zelf leden. Het strategische doel, het doorbreken van de Britse blokkade, werd echter niet bereikt. Het Britse overwicht aan oppervlakteschepen ter zee bleef tot het eind van de oorlog onaantastbaar.
Tirpitz was bedenker van het plan om de U-boot actief als oorlogswapen te gaan gebruiken en gaf opdracht om schepen voor de Amerikaanse kust te vernietigen, hetgeen in 1917 mede zou leiden tot Amerikaanse actieve deelname aan de oorlog.
Toen de oorlog afgelopen was, werd het verdrag van Versailles getekend. Hierin stond dat Duitsland, als straf voor hun wandaden in de oorlog, geen marine meer mocht hebben. Dit verdrag hield ook in dat Duitsland als schadevergoeding alle overgebleven oorlogsschepen moest afstaan aan de Britse marine. Tirpitz weigerde echter gehoor te geven aan deze bevelen en gaf opdracht aan zijn ondergeschikten om alle Duitse oorlogsschepen tot zinken te brengen nog voor de Britse marine ze intact in handen kon krijgen. Tevens werd een aantal schepen in de haven van Scapa Flow gekelderd, waardoor de toegang tot de haven geblokkeerd werd. De Britse marine zou pas een paar jaar later de haven van Scapa Flow kunnen gebruiken.
[bewerk] Na de oorlog
Nadat de Duitse marine volledig was ontmanteld koos Tirpitz voor een andere carrière: hij ging de politiek in. Tirpitz werd voorzitter van de Duitse Volkspartij en deed mee aan diverse verkiezingen. Tevens was hij geducht concurrent van de NSDAP, de Nazi-partij van Adolf Hitler.
Tirpitz overleed echter in 1930 aan natuurlijke oorzaken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het beroemde Duitse slagschip Tirpitz naar hem vernoemd. Tirpitz was Grotkruis in de Huisorde en Orde van Verdienste van Hertog Peter Friedrich Ludwig.
[bewerk] Externe link
| Voorganger: Friedrich von Hollmann |
Secretaris-generaal van Marine Regering-Hohenlohe-Schillingsfürst / Regering-Bülow / Regering-Bethmann Hollweg 1897-1916 |
Opvolger: Eduard von Capelle |

