Balkenbrij
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
Ingrediënten
Bereidingswijze
De ribbetjes in een grote pan met water flink lang laten koken en kruiden met laurierblad, ui, grof gemalen peper en knoflook. Als ze mals zijn alles door een vergiet overgieten in een andere grote pan. Het vlees van de botten halen, terug doen in de bouillon en opnieuw verhitten. Daarna rommelkruid of balkenbrijkruid toevoegen. Dan zoveel boekweitmeel zo snel mogelijk in één keer toevoegen tot met snel roeren een erg dikke brij ontstaan is. De brij overgieten in nat gemaakte schaal resp. schalen. De schaal resp. schalen in de koelkast bewaren. |
Balkenbrij is een oud Nederlands gerecht dat vooral in het najaar en in de winter wordt gegeten, oorspronkelijk in het oostelijke en zuidelijke deel van Nederland. Traditioneel wordt het gemaakt van het slachtafval van het varken (onder meer kop of ribbetjes, spek en lever), en boekweitmeel of tarwebloem, en speciale kruiden (rommelkruid), die een zoete smaak afgeven. Het gerecht wordt verkocht in blokken en gebakken in de koekenpan in plakken van ongeveer 1 cm dik.
Vergelijkbare, van slachtresten gemaakte gerechten in omringende landen zijn het Duitse 'Panhas' en het Engelse 'scrapple'.
[bewerken] Etymologie
Het woord balkenbrij is waarschijnlijk afgeleid van brij van gebalchte, dat wil zeggen de resten van een geslacht dier, zoals darmen en pens.
| Wikikookboek bevat een recept voor Balkenbrij. |

